Temperaturen in plaats van tombes

Op de 11de Architectuur Biënnale van Venetië gaan vormgeving, kunst en intellectueel onderzoek zij aan zij. Het resultaat: actuele thema’s als het broeikaseffect en duurzaamheid komen aan de orde in de paviljoens....

Een naakte jonge vrouw zit een boek te lezen, voor haar op de grond ligt een jonge man in een nachthemd die een folkliedje zingt, onderwijl een keyboard beroerend. Achter hem tokkelt een jongen losjes op een gitaar. De xylofonist weet een nog lomere indruk te maken.

Het reuzerelaxte jarenzestig-achtige bandje speelt in een installatie met de naam Digestible Gulfstream – eetbare golfstroom. Door via hete en koude buizen de lucht te laten circuleren, is geprobeerd een miniklimaat te scheppen. Het is de bedoeling dat de bezoeker die de installatie betreedt, voelt dat hij in een ander landschap, een andere ruimte terecht is gekomen. Het kan daarbij helpen om een van de frisse snoepjes te nemen die klaarliggen, of juist een van de rode pepers. Zo wordt het verschil tussen warm en koud nog duidelijker.

Dit is architectuur.

Maar dan wel beyond building, voorbij het bouwen, zoals het filosofische thema luidt dat curator Aaron Betsky heeft meegegeven aan de 11de Internationale Architectuur Biënnale van Venetië. Betsky wordt door sommigen in de architectuurwereld meer als doener dan als denker gezien, en lijkt die opvatting te willen pareren met een biënnale waarin architectuur, vormgeving, kunst en intellectueel onderzoek zij aan zij gaan.

Gebouwen, vindt de oud-directeur van het Nederlands Architectuur Instituut, hebben nog maar weinig met architectuur te maken. Ze worden vooral bepaald door bouw- en veiligheidsvoorschriften, financiële eisen en computerprogramma’s waardoor een enorme standaardisatie is opgetreden. Gebouwen, zegt Betsky op de making of-cd over de biënnale, zijn de graftombes van de architectuur geworden.

Hoe het dan verder moet? Betsky vroeg een aantal architecten, onder wie beroemdheden als Frank Gehry, Coop Himmelb(l)au en Zaha Hadid, en een opvallend groot aantal Nederlandse bureaus, zoals UNStudio, MVRDV, West 8 en de vormgevers van Thonik, installaties te maken voor het reusachtige middeleeuwse Arsenale, waar ooit Venetiës machtige vloot werd gebouwd. De installaties zeggen allemaal op hun manier iets over waar het met de architectuur naartoe zou kunnen gaan.

Met Digestible Gulfstream wil de Zwitserse architect Philippe Rahm duidelijk maken dat door het versterkte broeikaseffect de rol van de architectuur moet veranderen. ‘Architectuur moet niet langer bouwen zijn, maar het scheppen van temperaturen en atmosferen’, aldus Rahm in de toelichting bij zijn schepping. En wie het in die architectuur wat al te warm krijgt, kan bijvoorbeeld zijn of haar kleren uittrekken.

Betsky, sinds november 2006 directeur van het Cincinnati Art Museum, verloochent zijn wortels niet. De installaties ogen als kunstwerken. Zoals die van de Taiwanese architect An Te Liu, die onder de titel Cloud (‘Wolk’) een groot aantal airconditioningsapparaten aan het plafond van het Arsenale ophing, als kritiek op onze obsessie met schone lucht. Ze doen denken aan een ruimteschip, of een zwevende stad. Zaha Hadid maakte grote meubelachtige stukken met vloeiende space age-achtige vormen, die in elkaar geschoven kunnen worden, maar zich ook kunnen openen alsof een vlinder zijn vleugels uitspreidt. Wie zich wil afsluiten van de wereld vouwt Lotus dicht, wie zich wil openstellen, doet het omgekeerde.

Dat de jaren zestig terug zijn, blijkt op veel plekken van de biënnale. Niet alleen in vormen, maar ook in de ideeën uit die tijd, zoals kleinschaligheid, kraken en ecologisch leven. Ze komen aan de orde in de bijdragen van jonge architectenbureaus, zoals die te zien zijn in de ‘experimentele architectuur’, die een plek heeft gekregen in het Italiaanse paviljoen in de Giardini, het terrein met de landenpaviljoens.

De mede door oud-NAI-conservator Emiliano Gandolfi samengestelde tentoonstelling in het Italiaanse paviljoen biedt een overzicht van de tegenbeweging in de architectuur, die zich afkeert van glamourgebouwen en starchitects, en zich in plaats daarvan richt op kleinschaliger architectuur en stedenbouw. Maar ook hier is de kunst niet ver weg. Midden in het paviljoen bouwen tanige Chinese mannen aan een kunstwerk van China’s bekendste kunstenaar Ai Wei-Wei, bestaande uit stoelen die aan bamboestokken worden bevestigd.

Niet dat er geen starchitects aanwezig zijn. Frank Gehry kreeg zaterdagavond een Gouden Leeuw voor zijn oeuvre, de mannen van Coop Himmelb(l)au lopen er rond in eigen persoon, Zaha Hadid heeft ook in het Italiaanse paviljoen een prachtige bijdrage, in de vorm van architectuurtekeningen die kunstwerken op zichzelf zijn. Opvallende afwezige: Rem Koolhaas. Hij weigerde mee te doen, aldus Betsky, omdat het om zijn bureau OMA zou gaan, niet om hem.

Betsky heeft subtiel wraak genomen door een documentaire op te nemen in het programma, Koolhaas Houselife, van Ila Bêka en Louise Lemoine. De film gaat over Koolhaas’ Maison à Bordeaux, dat in 1998 werd gebouwd, maar nu al tot monument is bestempeld. We zien, nadat een bus met architectuurliefhebbers is vertrokken, werkster Guadelupe Acedo aan het werk in de enorme villa. Wie door haar ogen kijkt, ziet geen architectuuricoon, maar een voor bewoners en werkster in veel opzichten nogal onpraktisch huis, ondanks al zijn Mon Oncle-achtige snufjes. Goede architectuur lekt, zo wordt duidelijk in een hilarische scène. Maar in het laatste shot wordt de schoonheid van het maison wel degelijk duidelijk.

Een van de meest gebezigde termen in Venetië is sustainability – duurzaamheid. Aaron Betsky spreekt zelfs van de nieuwe godsdienst van de duurzaamheid. Op het terrein staan veel houten bouwsels, het ene na het andere landenpaviljoen is gewijd aan de vraag hoe duurzame steden eruit moeten zien en welke bijdrage de architectuur daar aan kan wijden. In het Duitse paviljoen worden experimenten getoond die moeten leiden tot een andere manier van leven en bouwen. De toon is wel een beetje zorgelijk: in een van de ruimtes staan appelboompjes aan het infuus, als symbool van de zieltogende natuur.

Behartenswaardig is de waarschuwing van de Italiaanse denker over architectuur Stefano Boeri. Volgens hem is het duurzaamheidsdenken de eerste echte utopie van de 21ste eeuw. En zoals bekend kunnen utopieën al snel omslaan in dystopieën, maatschappijen die het omgekeerde zijn van ideaal. Door elkaar steeds maar te wijzen op, en te houden aan, duurzaam leven, kan een strenge sociale controle ontstaan met dictatoriale trekjes, vreest Boeri.

Van de deelnemende landen hebben Frankrijk en Groot-Brittannië zich maar weinig aangetrokken van Betsky’s oproep om te denken over architectuur voorbij het bouwen. Frankrijk heeft een fraaie presentatie gemaakt van een groot aantal projecten door ze in kantelbare perspex vitrines op te stellen. Zo’n biënnale blijft ook exportpromotie natuurlijk, beseffen de Fransen. De samensteller van het Britse paviljoen is ook met beide benen op de grond gebleven. In Groot-Brittannië worden, net als in Nederland, te weinig woningen gebouwd, en daar worden in het Britse paviljoen gewoon modellen van projecten tegenover geplaatst.

Brazilië heeft wel goed geluisterd. Het paviljoen is bijna leeg, op een aantal tafels na met daarop grote boeken. Ze bevatten interviews met vijftig Brazilianen over wat wonen nu werkelijk betekent voor hen. Ze vertellen over de geluiden, de geuren, het licht in hun steden, en waarom die steden zo belangrijk voor hen zijn. Er is geen maquette of ingewikkelde architectuurtekst of -tekening te bekennen.

Het paviljoen is een oase in een verder overvolle biënnale die hiërarchie ontbeert, zoals hier en daar wordt gemopperd. Veelzeggend is dat de catalogus dit jaar uit vier delen bestaat, die zijn samengebracht in een koffertje.

De Japanners gaan nog verder dan de Brazilianen. Hun paviljoen is helemaal leeg, maar toch vol dankzij de tekeningen op de muren. De kunstenaar Junya Ishigami heeft een maand lang gewerkt aan zijn met potlood op de wanden aangebrachte architectuurfantasieën. Hij laat zien dat wonen en natuur op allerlei manieren zijn samen te brengen. Rond het paviljoen heeft hij tuinen aangelegd. Het knappe is dat het onderscheid tussen binnen en buiten (het groen rond de landenpaviljoens is vaak een beetje treurig en functieloos) geheel is verdwenen. Ishigami’s fantasie is puur flower power. Het hippiebandje uit het Arsenale zou er prima bij passen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden