Telepathische apparaten

De winst van afstandsbediening bedraagt gemiddeld drie meter. In zijn oervorm – de remote control van de televisie – hoefde je niet meer op te staan om het hele eind naar het wandmeubel te lopen en via het indrukken van een toets door te schakelen naar een volgend kanaal....

Arjen Mulder

Weliswaar versterkte de afstandsbediening de neiging van kijkers onderuit naar de kijkkast te gaan liggen staren, maar geestelijk bleef men voortaan alert: was het al tijd om door te zappen, of werd er nog altijd kwaliteit geboden?

Achteraf gezien was hier sprake van een cultuurrevolutie, zij het niet in de relatie tussen de kijker en hetgeen de televisie inhoudelijk te bieden of te vermijden had, maar wel in de relatie tot de fysieke verschijningsvorm van apparaten. Met de afstandsbediening in de hand communiceerde men voor het eerst massaal met machines zonder deze aan te hoeven raken.

Het was rond deze zelfde tijd, begin jaren tachtig, dat zich in de openbare sfeer een parallelle ontwikkeling voordeed. Steeds meer deuren hoefden niet langer aan een deurknop te worden vastgepakt en opengeduwd of -getrokken, maar zoefden als een Japanse wand haaks op de looprichting open zodra men in de buurt kwam. De technische deur had een ingebouwde afstandsbediening, een sensor die men activeerde door de laatste drie meter juist wel af te leggen.

Deze beide vormen van wat je nu hands off-technieken zou noemen, maakten het de kijker respectievelijk bezoeker mogelijk het eigen lichaam te vergeten en zich volledig te richten op innerlijke, geestelijke belevenissen, op gevoelens en gedachten. Het fysieke bestaan van de dingen kon worden vergeten, want om de wereld te laten doen wat jij wilde – iets anders zien, een andere ruimte betreden – hoefde je niet langer een confrontatie aan te gaan met de weerbarstige materiële werkelijkheid. Die voegde zich namelijk voortaan blind naar jouw wensen. De deur als grenspost werd een deur als doorlaat, en dat in een tijd waarin het idee opgang maakte de binnengrenzen in Europa open te gooien. Dat plaatste overigens tegelijk de beveiliging van de buitengrenzen op de politieke agenda. De bewakingscamera is de natuurlijke tegenhanger van de automatische deur.

Thans, een jaar of tien later, vinden we deze telepathische omgang met apparatuur regelmatig in het dagelijks leven terug. En net als bij het televisietoestel en de glazen deur kan niemand het waarom van een en ander verklaren. Nieuw geïntroduceerde afstandsbedieningen hebben nog iets van een statussymbool. Denk aan de dure auto die bliept als de eigenaar met zijn afstandssleuteltje de beveiliging uitschakelt van een goed zichtbare afstand. Ik bezocht onlangs een lezing in een hoofdstedelijk media-instituut, waar het licht de hele avond uit moest blijven omdat de afstandsbediening van de tl-balken in het plafond dienst weigerde. Zo waren mobiele telefoons een tijdlang populair bij zakenlieden die zich nog op straat moesten bewijzen, maar sinds daklozen elkaar ermee informeren onder welke brug het het droogst is, is die trend verleden tijd.

In videoclips zie je vaak muzikanten en zangeressen al dan niet met een afstandsbediening hun omgeving stilzetten, terwijl zijzelf doorswingen en -zingen. Deze zogeheten `fermata' – plaatselijke stilstanden in de tijd – suggereren dat het plezier aan draadloze verbindingen te maken heeft met macht, met controle. Zoals materiële technieken als de bril en de hamer uitbreidingen zijn van het lichaam (van de ogen en de hand), zo zouden immateriële technieken als de afstandsbediening dan een uitbreiding van de geest zijn, van de wil en de ijdelheid.

Tegen deze interpretatie pleit de tendens ook apparaten via elektromagnetische golfjes met elkaar te laten communiceren. Tot voor kort bestond een waar kabelfetisjisme bij computertechnici en elektronische kunstenaars: de snoerenknopen achter de installaties konden niet onontwarbaar genoeg zijn. Nu is het draadje tussen muis en computer al verdwenen, en men voorspelt dat met een paar jaar ook de dikke kabels die nu nog in speciaal ontworpen kantoortafels worden weggemoffeld, het luchtruim zullen kiezen. Wie legt wiens wil op aan wat als apparaten elkaar telepathisch bespelen?

Ik denk dat de drang naar het immateriële minder met macht te maken heeft dan met een algeheel plezier aan goochelen en tovenarij. We kenden de zogeheten 'disneyficatie' van het openbare leven, dus de drang van elke publieke gelegenheid een pretpark te maken. Waar ik het over heb, is de 'davidcopperfieldisatie' van de techniek. Zoals de befaamde illusionist dwars door de Chinese Muur kan lopen en zich ook anderszins niets lijkt aan te trekken van de natuurwetten van massa en zwaarte, zo stralen de nieuwe technieken door alles en iedereen heen om hun grappige en wonderbaarlijke effecten te bereiken.

Wat is er leuk aan apparaten? Dat ze het leven comfortabeler en onszelf met lichaam en al steeds overbodiger maken? Nou, nee. Apparaten moeten in de eerste plaats verbazen. Het verrassende van een nieuwe techniek is vooral dat ze het doet: `Het werkt!' De afstandsbediening is de toverstaf van onze tijd. Je zwaait ermee, je verricht de magische handeling, en kijk nou eens: het bed klapt omlaag, het licht gaat aan, de apparaten doen mee aan ons spel!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden