Telefoonloos

Het telefoonschermpje is ons venster op de wereld geworden. Maar er is meer te zien als je gewoon naar buiten kijkt.

De afgelopen week zeilde ik met een vriend vijftig zeemijl door het voorjaar, over het IJssel- en het Markermeer met de wind van achter en de stuurautomaat die het werk deed, en voor we het wisten zaten we allebei over onze schermpjes gebogen: ik over mijn iPhone, mijn vriend over zijn iPad. Eerst gebruikten we onze apparaten om dingen te doen die nog iets met zeilen te maken hadden: we zagen ons bootje over de digitale zeekaart schuiven, bekeken de weerberichten en zochten op marktplaats naar andere zeilbootjes die te koop stonden, en toen dat allemaal gedaan was sloegen we aan het e-mailen en whatsappen, begonnen we internationale kranten te lezen en een restaurant in Enkhuizen uit te zoeken. Mijn vriend had een app waarmee hij kon zien waar de vliegtuigen naartoe gingen die over onze hoofden vlogen, hij hield zijn iPad met gestrekte armen schuin omhoog, als een trofee, richtte het ding op de hemel en constateerde dat er een Fokker 70 boven ons bootje vloog van KLM Cityhopper, onderweg naar Neurenberg.


Waarom is er een directe lijnvlucht van Amsterdam naar Neurenberg, vroeg ik me af, en wie zitten erin? Misschien dat een upgrade van de app in die informatie kon voorzien; het zou fantastisch zijn als ik voortaan vanaf mijn bootje kon twitteren met de piloot en met de passagiers.


Zo zeilden we over het kwikzilveren Markermeer, enkel omringd door verbaasde aalscholvers en een koele noordenwind. Er was niets anders dat ons bezig zou moeten houden dan de stand van de zeilen en de klaarheid van de lucht, en toch hielden we ons bezig met onze schermpjes, onze apps en de kwaliteit van de 3G-verbinding.


Onze schermpjes zijn ons raam op de wereld geworden, terwijl er veel meer te zien is als je gewoon naar buiten kijkt. De gewoonte om elke vijf minuten een schermpje te checken, is ingesleten in mijn hersenen zoals een rivier zich in een berglandschap slijt: het is onmogelijk geworden om nog een andere weg te kiezen. Het gaat verder dan een verslaving, het is dictatoriaal - we gaan pas naar buiten als de app van buienradar zegt dat dat kan, en kunnen de weg in de stad niet meer vinden als de batterij van de telefoon is uitgeput. De Google-bril waar iedereen zo enthousiast over is, de bril die het mogelijk maakt de virtuele werkelijkheid als een layer over de werkelijke werkelijkheid te leggen, de bril die ons soepel door het leven zal navigeren - daar ben ik steeds minder enthousiast over.


In de biografie van Steve Jobs staat dat hij de iPad al in de jaren tachtig had bedacht. Met die Google-bril zijn ze dus vast ook al twintig jaar bezig, en ook daar is geen ontkomen aan.


Toch ga ik het de komende tijd proberen.


Ik schrijf de komende weken aan een boek en trek me overdag terug op mijn bootje in de haven zonder internet en zonder telefoon. Als ik pauze wil, ga ik naar de aalscholvers kijken en naar de regensluiers boven het Markermeer. De telefoon mag alleen 's avonds even aan, om te checken wat echt belangrijk is om te checken, en verder niet. Ook beloof ik voortaan niet meer stiekem op mijn schermpje te kijken als ik mijn kinderen voorlees uit hun kinderboeken.


Een van de beste woorden die Jan Kuitenbrouwer beschreef in Turbotaal, het baanbrekende boek over het moderne Nederlands, was tonloos. Tonloos was iemand die nog geen ton per jaar verdiende - een loser dus.


De komende weken probeer ik telefoonloos door het leven te gaan. Als een loser dus, maar wel als een gelukkige loser.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden