Telefonisch horen

Wie bezwaar heeft tegen een belastingaanslag, moet door de belastinginspecteur worden gehoord. Dat lijkt vanzelfsprekend. Toch is die wettelijke hoorplicht veel aanslagregelaars een doorn in het oog....

Ewoud Lietaert Peerbolte

Aan telefonisch horen kleven natuurlijk grote bewaren. De aanslagregelaar belt tijdens kantoortijden en stoort de bezwaarmaker tijdens zijn werk. De ervaring leert dat de meeste belastingbetalers al snel geïntimideerd zijn tijdens zo'n telefoongesprek. Bovendien leent telefonisch overleg zich voor manipulatie. Als de inspecteur zijn gelijk kracht bijzet met een verwijzing naar arresten, gaat de bezwaarmaker vaak door de knieën. Niet zelden blijkt later dat die arresten helemaal niet het gelijk van de fiscus aantonen. Maar dan is het al te laat.

Is telefonisch horen dan wel in de haak? Het voldoet niet aan de zorgvuldigheidseisen, maar mag óók niet worden uitgesloten, luidt de vlees-noch-vis-redenering van de wetgever. Voorwaarde is wel dat de bezwaarmaker ermee instemt. Maar wat is instemming? Als de aanslagregelaar belt en vraagt of het schikt, is een bevestigend antwoord dan een blijk van instemming? Hierover is tijdens de parlementaire behandeling natuurlijk niets gezegd.

In de praktijk is de hoorregel teruggebracht tot een obligaat telefoontje. Als zelfs dat niet is gebeurd, vindt de belastingrechter de vormfout meestal nog steeds niet ernstig genoeg om er een gevolg aan te verbinden. De geijkte redenering is dan dat de belastingplichtige niet in zijn belang is geschaad door de vormfout. Zo wordt de overheid beloond terwijl zij de regels niet naleeft.

Onlangs heeft de belastingrechter in Den Bosch dit met een knap staaltje mandarijnenrechtspraak bevestigd. De inspecteur had ten onrechte alleen een telefoontje gepleegd. Zijn uitspraak moest vernietigd worden, maar werd door de rechter eigener beweging toch feitelijk bekrachtigd. Resultaat: de uitspraak werd vernietigd en onmiddellijk door de rechter weer vastgesteld. Wie dit nog kan volgen, mag het zeggen.

Het zou de rechter sieren als van de inspecteur hetzelfde werd geëist als van de belastingbetaler: verplichtingen moeten worden nagekomen. Wie zijn aangifte te laat indient, krijgt een boete. Als de inspecteur de hoorplicht schendt, moet zijn uitspraak worden vernietigd. Er is geen reden bij dit soort verplichtingen met twee maten te meten. Ook de overheid moet de regels van de wetgever respecteren. Voor overheidsongehoorzaamheid is in het fiscale recht geen plaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden