Tel Aviv - stad waar de zon altijd schijnt en iedereen ontspannen over straat slentert

Stadsgids

In Tel Aviv schijnt altijd de zon, is het strand altijd in de buurt en is de sfeer veel relaxter dan elders in Israël. De veel te onbekende want geweldige en fantasierijke schrijver Etgar Keret is smoor op zijn stad, leidt rond en maakt iedereen verliefd.

Etgar Keret op de Nordeau Boulevard in Tel Aviv Foto Sasha Tamarin

Laat ik beginnen met een opmerking: dit is niet de eerste keer dat ik de Israëlische schrijver Etgar Keret spreek. En ook niet de tweede keer. Voor de documentaire Etgar Keret: Based on a True Story (regie Stephane Kaas) heb ik Keret tientallen keren ondervraagd. Voor onderstaande rondleiding sprak ik Keret door een krakerige telefoonverbinding. Omdat ik de stad zo goed heb leren kennen tijdens het maken van de film, én dankzij Kerets vertelkunst, was het toch alsof ik naast hem door de straten van die witte Bauhaus-stad liep.

De bioscoopversie van de documentaire Etgar Keret: Based on a True Story van Stephane Kaas (regie) en Rutger Lemm (scenario) draait in augustus elke woensdag in De Balie in Amsterdam. De Volkskrant schreef: 'Een geestig, vertederend en ontroerend beeld van de fantastische Keret'.

Wanneer Etgar Keret (49) naar buiten komt, draagt hij zijn karakteristieke grijns op zijn gezicht. Het is die speelse uitdrukking die iedereen die hem ontmoet aansteekt met dezelfde nonchalante levenslust, dezelfde behoefte om talloze grappen en anekdotes te delen.

In de jaren negentig van de vorige eeuw brak Keret door met zijn korte verhalen, geschreven in simpele, alledaagse taal. De hoofdpersonen waren vaak nietsnutten zoals hij en zijn vrienden, wier saaie, gemoedelijke realiteit steevast een surreële wending nam.

Als twee vrienden bijvoorbeeld op een terras zitten te eten, mengt de geserveerde vis zich opeens in het gesprek. In een ander verhaal, mijn favoriet Dikkerdje, bekent de geliefde van een jongen dat ze elke nacht in een dik, klein, harig mannetje verandert. Zijn verhalen zijn zowel een ode aan de rauwe realiteit, aan de sfeer van jongens onder elkaar, als een poging te vluchten in de fantasie. Daarom hoort hij bij Israël, het land waar romantiek en agressie elkaar afwisselen. Inmiddels, zeven bundels later, is zijn werk in 41 talen te lezen.

'Hey man', zegt hij en we lopen zijn straat uit. Hoewel, in Kerets geval is het eerder sloffen dan lopen. 'Mijn familie noemt me 'het konijn', omdat ik met mijn voeten naar buiten gedraaid en een beetje voorovergebogen loop. En omdat ik grote voortanden heb, natuurlijk. En omdat ik heel erg van wortels houd - mijn achternaam lijkt bovendien op het Engelse woord carrot.'

Toevallig heeft hij met zijn vrouw (de regisseur Shira Geffen) en zijn zoon Lev net een konijn in huis gehaald. 'Hij heet Hantzo, maar we noemen hem the rabbite omdat hij de wijze uitstraling van een rabbi heeft. Aan de andere kant eet hij zijn eigen keutels op, maar dat kan ik hem niet kwalijk nemen, want ze zien er heerlijk uit. Ze lijken op de Cocoa Puffs die ik altijd als ontbijt eet als ik in Amerika ben.'

Vanochtend heeft hij dan ook nog een verhaal over een konijn geschreven, vertelt hij. Of eigenlijk over een drieling die gelooft dat hun vader in een konijn is veranderd. Hij klinkt trots.

Keret is zo druk met reizen en allerlei andere projecten dat hij te weinig schrijft. Misschien produceert hij daarom voornamelijk korte verhalen - hij is altijd afgeleid, kan niet stilzitten. 'Het is grappig, mijn laatste verhaal dat in The New Yorker is gepubliceerd, Fly Already, schreef ik nadat ik in Boston een auto-ongeluk had, en dit verhaal schrijf ik nadat we een eindelijk een huisdier hebben gekocht. Vroeger had ik niet veel te doen en zat ik heel de dag maar te schrijven. Nu ga ik er alleen voor zitten als er echt een levensveranderende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.'

Tekst gaat verder onder de foto

De Dosha bar aan de Ben Yehuda Straat Foto Sasha Tamarin

De glimlach van Keret past goed bij Tel Aviv, een stad waar de zon altijd schijnt en iedereen ontspannen over straat slentert. Het horecapersoneel is overal vriendelijk en iedereen spreekt perfect Engels. Om ons heen wandelen nu ook weer vele knappe, jonge mensen over de brede groene strook in het midden van de Ben Gurion Boulevard. 'Ik woon al 24 jaar hier in het Oude Noorden, verspreid over vijf of zes appartementen.' Alle hoofdstraten van dit deel van de stad (Jabotinskystraat, Arlozorovstraat) leiden naar het strand, waardoor het lijkt alsof je voortdurend heel lichtjes in de richting van het koele zeewater wordt geduwd.

In een van Kerets beste (en langste) verhalen, Pizzeria Kamikaze, pleegt de hoofdpersoon zelfmoord en belandt in de hel, waar hij op zoek gaat naar zijn eveneens overleden ex. De hel blijkt een kopie van onze wereld, maar dan net iets deprimerender. Tijdens zijn zoektocht stuiten zijn reisgenoot en hij op de zee: 'We trokken onze schoenen uit en liepen een stukje over het strand. Voordat ik er een eind aan had gemaakt, ging ik vaak naar het strand, bijna elke dag.'

Volgens Keret is het strand een van de redenen dat iedereen in Tel Aviv zo relaxed is: 'Jeruzalem ligt op een berg, daar kun je niet snel weg. Terwijl Tel Aviv open is, je kunt zo wegvaren, bij wijze van spreken.' Hij is geen fan van Jeruzalem, waar de spanning zo voelbaar is dat je er ziek van kunt worden. Hij had daar ooit een vriendinnetje, bij wie hij introk. Al snel voelde hij zich vreselijk depressief, net als het meisje overigens. De relatie ging uit en zodra hij naar Tel Aviv terugkeerde, was de depressie verdwenen. Zijn ex pleegde niet veel later zelfmoord - een terugkerend thema in Kerets werk en leven. 'Je hebt hier dezelfde spanningen als in Jeruzalem, maar het loopt niet uit de hand. Israëliërs groeten hun Palestijnse buren beleefd, ze steken elkaar niet neer: de uitgestrektheid van de zee brengt alles in perspectief.'

Tekst gaat verder onder de foto

Volgens Keret is het strand een van de redenen dat iedereen in Tel Aviv zo relaxed is Foto Sasha Tamarin

'Het strand is hier altijd dichtbij, ik kan altijd via het strand naar een afspraak lopen.' Terwijl we met onze schoenen en sokken in de hand over het zand lopen, praat Keret honderduit: 'Tijdens de Eerste Golfoorlog lagen mensen hier tijdens de raketaanvallen gewoon op het strand. Dat klinkt gek, maar het strand is eigenlijk veiliger dan een schuilkelder. Het is een smalle dunne strook, heel moeilijk te raken, de raket belandt zo in de zee. En mensen liggen al op de grond, op hun handdoek, waardoor ze minder snel door raketscherven geraakt zullen worden.'

Hij grijnst, tevreden met deze observatie. 'Weet je, ze hebben hier één keer een bomaanslag geprobeerd te plegen, maar toen heeft een junkie per ongeluk de tas met de bom gejat en ingeleverd bij de politie. Hij is op kosten van de stad naar een afkickkliniek gegaan en later succesvol geworden.' Dit is typisch Keret: binnen de donkerste thema's probeert hij je aan het lachen te maken met een (dik aangezet) verhaal.

Hij wijst naar het zwembad bij Gordon Beach: 'Mijn vader was daar badmeester, een van zijn vele baantjes - hij veranderde elke zeven jaar van beroep om zo veel mogelijk levens te leiden. Dat was zijn wraak op de nazi's: hij wilde de Holocaust op allerlei manieren overleven. Alsof ze in plaats van één Jood te vernietigen er zeven hadden gecreëerd, snap je?

'Toen ik vanuit ons dorp naar het zwembad ging en het strand zag, wist ik: hier wil ik ooit wonen. Mijn geboortedorp ligt 7 kilometer ten noorden van Tel Aviv, dus toen ik vertrok was het niet alsof ik naar een andere plek verhuisde, maar meer alsof ik dichter bij het strand ging wonen.'

Tekst gaat verder onder de foto

Eén van de vlooienmarkten van Tel Aviv Foto Sasha Tamarin

Tel Aviv vormt een inspiratiebron voor Kerets personages, die uit alle rangen en standen komen. 'Het is een microkosmos vol conflicten, en elk conflict is een verhaal. Alles loopt hier door elkaar: naast een chic restaurant in een zijstraat van Allenbystraat zit een daklozenopvang, daarnaast zit een bank, en daarnaast een ultraorthodoxe synagoge. Iedereen knoopt altijd een praatje met je aan, elke taxichauffeur vertelt zijn levensverhaal. Scandinaviërs schrijven vaak thrillers over mensen die allemaal geheimen blijken te hebben, omdat het daar koud is en vroeg donker wordt. Maar hier kun je niet in je bubbel blijven.' In Tel Aviv is alles op loopafstand, waardoor iedereen constant op straat is. 'Het is een soort dorp.'

Kerets fictieverhalen zijn surreëel, maar ze hebben een basis in de realiteit. Ze spelen zich bijna allemaal ergens in Tel Aviv af. Eerder dit jaar, naar aanleiding van de 25ste verjaardag van zijn eerste verhalenbundel, publiceerde de gemeente een wandelroute langs de locaties van zijn verhalen. 'De pratende vis?', zegt hij. 'Dat was in visrestaurant Manta Ray, op het zuidelijke deel van het strand.'

We verlaten het strand bij Allenby (in Tel Aviv laat je het woord 'straat' eigenlijk weg, alsof elke weg een koosnaampje heeft). Keret neemt me mee langs een kleine boekwinkel genaamd Bibliophil, waar hij uiteraard een uitgebreid verhaal over de eigenaar vertelt (de man verkocht eerst Duitse tuinmeubels, maar bleek succesvoller met boeken). 'Ze hebben hier de grootste collectie Roemeense boeken', zegt hij, glunderend over dit vreemde detail. Vervolgens lopen we naar een hummuszaak genaamd Zoon van de Syriër. In Israël wordt hummus soms als saus gebruikt, maar in speciaalzaken verandert het zelf in een hoofdgerecht, waarbij de kikkererwtenpasta als een soort soep met brood wordt opgelepeld. Keret: 'Ik kan niet koken, dus ik eet vaak buiten de deur. Maar het is zelden verfijnd.'

Nadat we onze borden hebben meegenomen naar een van de tafeltjes, zegt hij: 'Hier zat eerst De Syriër, onze eigen 'Soup Nazi' (de baas van de soepwinkel uit de sitcom Seinfeld, die zó streng is dat alle klanten bang voor hem zijn). De zaak was van twee broers die 's ochtends één emmer fantastische hummus maakten. Vaak was de emmer al voor het middaguur leeg en gingen ze meteen dicht. Ik heb ze nooit zien glimlachen; ze kwakten die hummus op je bord en dat was het. Ze verkochten alleen spa rood en als je vroeg: 'Heb je ook iets zoets?' dan gaven ze je een cynische handkus. Maar toen gingen ze dood en nam een zoon het over. Nu heet het simpelweg 'Zoon van de Syriër'. Dat is een heel aardige jongen. De verbeterde versie. De anti-nazi.'

Tekst gaat verder onder de foto

Bij 'Zoon van de Syriër' Foto Sasha Tamarin

We vertrekken richting het noorden, Allenby is zuidelijk genoeg. Bij sapbar Tamara op Dizengoff halen we een shake: Keret neemt uiteraard een wortelsap. 'In augustus is het vaak te heet om te eten, dus dan maken ze hier een shake voor me met sla, spinazie en tomaat, alsof je een salade drinkt. En ik ben gek op salades, dus dat is perfect.'

We zitten op een bankje, er valt een zeldzame stilte. Er wordt hem vaak gevraagd of hij ooit zou weggaan uit Israël, aangezien hij zo veel kritiek heeft op het land. Hij knikt. 'Het is vervelend te zien hoe een plek verloedert, terwijl je weet dat je er thuishoort. Op een bepaalde manier gaat het slechter dan ooit in Israël - censuur, racisme, kolonisme - maar dit is mijn land. Ik voel me verder alleen thuis in Polen, het land van mijn moeder, en dat is ook geen plek om vrolijk van te worden. Bovendien blijf ik een optimist. In Tel Aviv zie ik vaak dat vreedzaam samenleven wél kan.'

We eindigen de dag in café Michal, zijn stamcafé. 'Hier hoorde ik ooit een zakenman door zijn telefoon zeggen: 'Juist de laatste tijd heb ik zulke geweldige erecties.' Dat fascineerde me, vooral de combinatie van dat hyperbewuste, rationele 'juist' en dan die dierlijke 'erecties', die zich meestal niet laten sturen. Toen heb ik een verhaal geschreven met precies die titel, over een man die ervan geniet om de bonnetjes te ordenen van de etentjes die hij met zijn minnares heeft. Dat kan hij gewoon doen naast zijn vrouw, terwijl hij dan stiekem aan zijn seksuele avonturen denkt.'

We drinken koffie - de koffie is altijd goed in dit soort witte cafeetjes die het Oude Noorden rijk is. Het doet me denken aan een ander verhaal dat Keret me ooit vertelde. Toen zijn vader keelkanker had, liepen ze samen het ziekenhuis uit na een behandeling. Ze kwamen langs een café. Zijn vader zei: 'Laten we een koffietje drinken.' Hij protesteerde, want zijn vader kon niet slikken sinds zijn operatie. 'Dan kijk ik toch hoe jij een koffie drinkt', zei zijn vader. Dus ze namen plaats op het terras. Vlak voordat de serveerster wegliep met Kerets bestelling, zei zijn vader echter snel: 'En voor mij een dubbele espresso.' Zodra de koffie kwam, sloeg zijn vader die in één teug achterover, wat betekende dat de gloeiendhete vloeistof direct in zijn longen terechtkwam. Hij begon vreselijk te hoesten, mensen dachten dat hij stierf. Maar toen hij de koffie had opgehoest en in een plantenbak had uitgespuugd, ging hij tevreden zitten, stak een sigaret op en zei: 'Verdomd goede koffie.'

Het tekent het bij vlagen absurde optimisme en de levenslust van zijn ouders, die als Holocaustoverlevers leerden nooit op te geven. Keret is net zo: zijn positieve energie is grenzeloos, zonder dat het ooit zoetsappig wordt. In zekere zin draait alles in zijn bestaan om de levensfilosofie van zijn vader en het nieuwe leven van zijn zoon. Daarom schreef hij het boek Zeven Goede Jaren, over de korte periode tussen de geboorte van zijn zoon Lev en de dood van diens opa. Zijn enige non-fictieboek, een genre waar hij eigenlijk een hekel aan heeft. Keret verzint zijn verhalen liever.

'In augustus is het vaak te heet om te eten, dus dan maken ze hier een shake voor me met sla, spinazie en tomaat, alsof je een salade drinkt' Foto Sasha Tamarin

De zon begint langzaam onder te gaan wanneer we naar zijn huis lopen. Het magische uur. Tel Aviv heeft sowieso iets sprookjesachtigs met die witte huizen, de gerechten die je smaakpapillen voorgoed veranderen en de inwoners die vaak elfachtig knap zijn.

Onlangs schreef Keret een artikel voor The New York Times over de ochtendwandelingen met zijn zoon, als de zon net is opgekomen en het nog stil is op straat. Hij genoot van hun spelletjes, routines en gesprekken. Een jaar geleden kondigde Lev echter aan dat hij voortaan in zijn eentje naar school wilde lopen. De eerste dag was Lev meteen tien minuten sneller op school. Een paar ochtenden later zei Keret heel nonchalant dat hij nog steeds best mee wilde lopen, niet als begeleider, maar gewoon, als Lev gezelschap wilde. Hij wilde zich al omdraaien om naar binnen te gaan toen zijn zoon vanaf de straat riep: 'Kom je mee?'

In zekere zin is hij zelf altijd kind gebleven. Daarom is hij in staat om de meest bizarre dingen te verzinnen en om iedereen met zijn charmes - en soms met meligheid - voor zich te winnen. Hij kan bijna niets: niet koken, niet autorijden, geen formulieren invullen. Hij draagt bijna altijd dezelfde kleren. 'Je moet hem eens filmen terwijl hij de afwas doet, je lacht je kapot. Hij laat geen glas heel', vertelde zijn vriend Gur ons toen we research deden voor de documentaire. Zonder zijn assistent Hamutal zou hij al zijn afspraken vergeten, en geen cent verdienen omdat hij nooit een factuur stuurt.

Tegelijkertijd is hij ongelofelijk slim. Het is moeilijk hem te interviewen, omdat hij dwars door je heen kijkt en je volgende vier vragen al kan raden. Hij heeft duizenden vrienden over de hele wereld, die hij allemaal onthoudt - aan de hand van verhalen en grappen, want zo deelt Keret de wereld in. En er is ook een hoger doel: met zijn verhalen wil hij het leven beter begrijpen, en begrip voor 'de ander' kweken. Voorkomen dat mensen zelfmoord plegen, of dat ze elkaar neersteken.

'Bye', zegt hij met een iets fletsere maar niet minder oprechte glimlach en sloft naar binnen. Keret praat veel. Dat kan vermoeiend zijn. Maar telkens als ik afscheid van hem neem, mis ik hem meteen. Tegelijkertijd vermoed ik dat hij mij meteen is vergeten: waarschijnlijk heeft een ander Tel Aviv-verhaal zijn aandacht al weer opgeëist.

Frishman Beach, Tel Aviv Foto Sasha Tamarin

Bekijk hier de scroll-productie van Israël aan Zee

Meer over