Tekst legt het af tegen muziek bij comeback van de Monkees

Ze waren pure nep, de vier zingende acteurs die bekend werden als The Monkees. De eerste popgroep die werd gelanceerd door lepe producers: het Amerikaanse antwoord op de The Beatles met opgewekte beatmuziek, melige grappen en een televisieshow....

Over die mislukte come-back gaat The Prefab Four, een groots opgezette voorstelling van Orkater. Gijs Scholten van Aschat schreef een verzameling losse scènes vol melige one-liners met een triestige ondertoon. Want, zegt Scholten van Aschat in de flyer bij de voorstelling, de Monkees verlangden terug naar iets wat er nooit was.

Tijdens studio-opnamen werden ze begeleid door beroepsmusici. Bekende songwriters schreven hun liedjes. Ze zongen niet onaardig, maar waarmee ze werkelijk beroemd werden in tienerland waren hun kwajongensachtige acts: de manier waarop ze hun gitaar heen en weer zwiepten, ondeugende poses aannamen tijdens de opnames en als jochies heen en weer sprongen.

Dat is deze vier acteurs op het lijf geschreven. Ze kunnen stuk voor stuk uitstekend zingen en met schlemielige pruiken en namaakbuik verbeelden ze vier neppopsterren op leeftijd. Mike (Peter Blok) heeft suikerziekte, Peter (Gijs Scholten Aschat) lijdt aan artrose en krijgt hem niet meer omhoog. Mickey (Porgy Franssen) komt er nog het beste af, hij is de leukste, een droge lanceerder van grappen.

Ze blijven geloven dat ze op hun roem kunnen teren, hoe fake die ook was. Davy (Han Oldigs) heeft er zelfs zijn leven voor over om voor eeuwig een mythe te zijn. Ze jennen elkaar, halen herinneringen op, verliezen zich in onverwachte woede-uitbarstingen, en twijfelen allemaal op hun manier aan het come-back-contract waaraan ze zich hebben verbonden.

In hun dwaze hippiekleren - geborduurde vesten en lange jassen - geeft het viertal zich over aan vage jaren-zestigtaal. Het is gefilosofeer van de koude grond waarmee de voorstelling inzet. En je weet als publiek niet waar je aan toe bent: wat moeten deze oude jongeren hier? Langzamerhand kom je achter het idee: vier acteurs die acteurs spelen en doen alsof ze popmusici zijn.

Toch klinkt hun eerste nummer professioneel. De echte band (Vincent van Warmerdam en consorten) die het viertal op de achtergrond ondersteunt, wordt pas later zichtbaar. Zij evenaren perfect de Monkee-sound. Nummers als I'm a believer en Last train to Clarksville klinken uitbundig en echt. Maar er zijn ook geestige pastiches, zoals Life is na na na nothing.

De kracht van de voorstelling is de muziek. Hoe grappig het onwerkelijke sfeertje ook is, de tekst van Gijs Scholten van Aschat legt het af tegen de liedjes. En voor die muziek is het publiek eigenlijk gekomen. Puur jeugdsentiment, hoe onschuldig en kinderlijk de songs nu ook klinken.

Als schrijver had Scholten van Aschat kritischer moeten zijn. Er zijn te veel ideetjes die worden doorgezet en tot overbodige scènes leiden. De zelfmoord van Davy die verandert in een aap, de banale manier waarop deze oldies de twee achtergrondzangeresjes belagen of het optreden van vier monks die een brandewijn moeten aanprijzen.

De drie uur die de voorstelling nu duurt is veel te lang. Gaandeweg verdwijnt de vaart steeds meer uit het spel. Gelukkig is er aan het slot weer muziek. Tot genoegen van de grijsaards in de zaal. En je ziet, daarom hadden ze succes: als jonge spring-in-het-velds laten ze het verleden herleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden