Tekenaar met afkeer van zoetdoenerij

Kinderen zouden schrik krijgen van de grimmige prenten van monsters. Maar Maurice Sendak (1928-2012) trok zich van die kritiek niets aan en won prijs na prijs.

Met Maurice Sendak (1928-2012) overleed dinsdag een kunstenaar die door velen werd gezien als een van de belangrijkste illustratoren van de afgelopen eeuw. Toch was er van zijn werk in Nederland niet zo veel verkrijgbaar. Maar dat éne prentenboek dat hem wereldberoemd maakte, ligt al ruim veertig jaar in bijna elke boekhandel: Max en de Maximonsters (1968). Oorspronkelijke titel: Where the Wild Things Are (1963).

Max is een druk jongetje in een wit kattenpak die zijn hond achtervolgt met een vork. Zijn moeder noemt hem 'monster' en stuurt hem naar zijn kamer. Terwijl hij daar boos om zich heen kijkt 'groeit er een bos in de kamer van Max'. Hij komt in een wereld vol monsters terecht, die hem tot hun koning kronen. Het droomavontuur eindigt na een reis van een jaar weer in zijn slaapkamer, waar Max zijn avondeten vindt.

De zeker voor die tijd grimmige prenten van monsters en een eigenwijze, beetje gemene held waren het begin van een succesvolle carrière; wereldwijd werden er 17 miljoen exemplaren van Max en de Maximonsters verkocht. Maar het kwam hem ook op kritiek te staan. Kinderen zouden de diepere boodschap niet begrijpen: dat het nare jongetje toch terugverlangt naar zijn moeder.

Maar Maurice Sendak, kind van een uit Polen geëmigreerde Joodse kleermaker in Brooklyn, New York, was wars van zoetdoenerij. In interviews toonde hij zich een knorrepot ('Roald Dahl? Blij dat hij dood is!', zei hij vorig jaar nog in een Britse krant). Dat had ongetwijfeld te maken met het feit dat hij als kind op afstand getuige was van het uitroeien van de familie die in Europa was achtergebleven. Dat Sendak zo'n grote rol heeft gespeeld in het volwassen worden van de jeugdliteratuur, is zeker geen toeval.

Veel ander werk van Sendak werd niet in Nederland uitgebracht, maar in Amerika was hij een beroemdheid. Hij illustreerde sprookjes van Grimm en Andersen en voor volwassenen verhalen van Tolstoi en Melville. Ook maakte hij indrukwekkende theaterdecors. Max en de Maximonsters werd twee keer verfilmd (1973 en 2009) en Outside Over There (1981) kwam in de bioscoop als The Labyrinth (1986), in een vrije bewerking van Sesamstraatmaker Jim Henson, bij wie Sendak jarenlang adviseur was.

Sendak won veel prijzen, maar de grootste kreeg hij op 4 juni 2003: de eerste de Astrid Lindgren Memorial Award, die wordt gezien als de Nobelprijs voor de jeugdliteratuur.

Sendak woonde met zijn Duitse herder Herman en zijn partner Eugene Glynn (in 2007 overleden) - de vijftig jaar durende relatie hield hij geheim voor zijn ouders - vlak boven New York in Ridgefield, Connecticut. Hij bleef tot zijn dood tekenen. In september verscheen nog Bumbly Ardy, een verhaal over een weesvarkentje dat een ruig verjaardagsfeestje geeft. Het was het eerste prentenboek in dertig jaar tijd waarbij hij zelf de tekst schreef.

Max en de Maximonsters is in Nederland uitgegeven door Lemniscaat en beleefde zestien drukken.De enige andere klassieker waarmee hij in Nederland bekend is, is Kleine Beer (1966) van Else Holmelund Minarik. Ook dit boek wordt nog steeds verkocht.

Nobelprijs jeugdliteratuur

Maurice Sendak won veel prijzen, maar de grootste kreeg hij op 4 juni 2003: de eerste de Astrid Lindgren Memorial Award, die wordt gezien als de Nobelprijs voor de jeugdliteratuur. De jury: 'Hij is een van de meest moedige onderzoekers van de geheimste plekken van de kindertijd - en dat tot vreugde van steeds weer nieuwe lezers.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden