Column

Teheran: de stad van de depressies

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Het aantal depressies is er ongekend hoog.

Beeld Newsha Tavakolian / Magnum

Het is een warme nazomeravond, zo een waarop je de herfst al kan ruiken. We zitten op een balkon in Teheran. Er is frisdrank en worst uit Nederland. De hond ligt opgerold in een hoek. Uit een draadloze speaker klinkt muziek. Aan tafel een mix van mensen. Mannen en vrouwen; een theatermaker, een restauranteigenaar, iemand met een reclamebureau, een kunstenaar, een meubelmaker, een journalist. Het is al over twaalven, maar niemand wil naar huis.

De gesprekken gaan over politiek, over anderen, over vroeger en over werk. Het is gezellig. We eten hamburgers, bezorgd door het beste restaurant van de stad. Om het kwartier maakt er iemand een nieuw plan voor een gezamelijke reis, die nooit van de grond komt, maar het is leuk om over te praten. 'We gaan allemaal naar de Kaspische Zee volgende week', roept de restauranthouder. Gejuich aan tafel. Maar de meubelmaker blijkt niet te kunnen, de theatermaker ook niet. 'Dan gaan we over twee weken naar Kashan', roept iemand anders enthousiast. Dit gaat een tijdje zo door, totdat de frisdrank zijn werk doet, en we van plannen maken overstappen op klagen.

Want hoe hard mensen ook feesten, op vakantie gaan, bijzondere dingen doen en gasten verwelkomen, echt gelukkig zijn maar weinig mensen in Iran. 'Ik krijg geen intellectuele prikkels meer', zegt de kunstenaar. Ze schildert het liefst naakte lichamen, maar dat mag niet van de geestelijken. 'Mijn opdrachtgevers willen alleen maar dat ik hun producten van een gezicht, handen en voeten voorzie', klaagt de reclamemaker, die geen blikje dansende tomatenpuree meer kan zien. 'Ik heb een groot bedrijf, maar mijn ouders klagen dat ik niet getrouwd ben', zucht de meubelmaker, die de 40 gepasseerd is.

Volgens officiële statistieken kampt 60 procent van de mensen in Teheran met depressieve gevoelens. In zulke staatsonderzoeken krijgen technische zaken altijd de schuld: de hoge werkloosheid, de luchtvervuiling, de files. Zelden gaat het over de achterliggende reden: niemand kan zichzelf zijn in Iran. Buiten, op straat en op televisie proberen de politieke leiders van iedereen volgzame gelovigen te maken. Binnen, thuis, proberen ouders van hun kinderen jong getrouwde rijke artsen en ingenieurs te maken. Dat alles bij elkaar maakt dat je een keus nooit helemaal zelf kunt maken. Al ben je het slimste meisje van de klas, de kans is groot dat nog steeds een man jouw baan krijgt, want zo zit de staatsideologie in elkaar. Je kunt in Iran honderdduizend volgers op Instagram hebben, maar je moeder bepaalt nog steeds met wie je gaat trouwen. Familie is een hoeksteen, en tegelijkertijd een betonblok aan je been.

Omdat Iraniërs gewend zijn langs obstakels heen te leven, worden er op het balkon plannen gemaakt om die de dagelijkse sores te verlichten. Een wekelijkse filmavond, oppert iemand, waar iemand elke keer een film kiest en uitlegt waarom, een beetje zoals Zomergasten. Daarna kunnen we dan discussiëren. Er klinken instemmende geluiden. 'Robocop 3' roep ik, maar niemand lacht. Uiteindelijk wordt besloten dat het plan een zoveelste vlucht uit de werkelijkheid is. 'Dan bootsen we weer een situatie na, doen alsof. Het kan hier nooit eens écht zijn', klaagt de theatermaker.

Iedereen probeert te leven zoals hij wil, maar de staat en de familie willen alles bepalen. Dat is het grote verschil tussen Iran en Nederland. In Iran kan alles, maar niets mag, waardoor iedereen steeds moet veinzen en niemand zichzelf kan zijn. De overheid blokkeert miljoenen websites. Je kunt ze wel bezoeken, maar alleen met illegale software. Op vakantie met je vriendje? Alleen in het buitenland, want Iraniërs moeten binnenslands in hotels een certificaat laten zien dat ze getrouwd zijn. En ga je toch met je geliefde naar Antalya, dan moet je tegen je ouders liegen en zeggen dat je met je nichtje op reis bent. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat moeten de restauranthouder, de reclamemaker, de kunstenaar, eigenlijk iedereen, zich in bochten wringen om het de dwingende staat en de familie naar de zin te maken. Dat klinkt vermoeiend en dat is het ook.

Psychologen, psychiaters en 'adviseurs' doen goede zaken in Iran. De staat, die het probleem onderkent, zegt dat de modernisering voor de vele depressies zorgt. Was alles nog maar zoals vroeger, toen moeder nog in de keuken stond en vader op zondag het vlees sneed, zeggen ze. Instagram, buitenlandse reizen, satelliettelevisie: de moderne tijd heeft de Iraniërs ongelukkig gemaakt.

Niet iedereen beheerst de kunst van het soepel laveren tussen jezelf, familie en staat. Op een vrijdagochtend stap ik uit de lift. Door het raam in de hal zie ik een lichaam onder een witte doek liggen. Een van de buren is van de 25ste verdieping naar beneden gesprongen. Een alleenstaande vrouw. Ze had zojuist nog haar hele balkon volgezet met bloemen en planten, zegt een aangeslagen buurman. Hij zucht. 'Ze heeft echt haar best gedaan er wat van te maken.'

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden