Tegenstrijdige verlangens en plotse contrasten

Sarah Chang en Lars Vogt: Franck, Ravel, Saint-Saëns. EMI...

Sarah Chang, Amerikaanse van Koreaanse ouders, was op haar negende goed voor een sterdebuut op cd. Nu is ze halverwege de twintig en heeft ze, samen met pianist Lars Vogt, een serieuze Franse kamermuziekcd uitgebracht met sonates van Franck, Saint-Saëns en Ravel.

Een gedurfd project, dit cluster van componisten dat in meer en mindere mate model heeft gestaan voor de musicus Vinteuil in Prousts À la recherche du temps perdu. Het is muziek van tegenstrijdige verlangens, van plotselinge contrasten in schaduwrijke passages, van onverwacht zacht opgloeiend licht na rusteloos klaviergeweld. Chang speelt verzorgd en precies, zeker niet onmuzikaal of gevoelloos, maar schuift toch voorzichtig langs de randen van de ziel. Daar had ze, in muzikaal opzicht, gerust mee kunnen gaan naar de diepten waarin haar solide begeleider Vogt met zijn warm en kleurrijk toucher duikt.

Baiba Skride: Bach, Bartók, Ysaÿe. Sony.

De Letse winnares van het Elisabethconcours 2001, Baiba Skride, scheelt nauwelijks een jaar in leeftijd met Sarah Chang en verschilt verder met haar als de dag van de nacht. Opgegroeid in een klimaat dat musici heeft voortgebracht als violist Gidon Kremer en Mariss Jansons, staat Skride middenin de Europese muziektraditie. Op haar cd brengt ze een drietal solosonates dat vanaf Johann Sebastian Bachs Partita nr. 2 – met Ciaccona – via Eugene Ysaÿe regelrecht naar het contrapuntisch idioom van de twintigste eeuw voert met Bartoks Sonata uit 1944.

Een fascinerend parcours dat ze met glans aflegt, al is ze in de Ciaccona van Bach niet altijd even strak in het metrum.

Maar dat compenseert ze ruimschoots met een intensiteit die ook in de zachtere passage doorsmeult. Haar toon (bevallig, rond) heeft een gestaalde binnenkant waarmee ze, in combinatie met muzikale intelligentie en scherpzinnigheid, even meeslepend Bartóks mysterieuze Melodia, als Ysaÿe’s joyeuze Finale en Bachs dansante Giga laat horen.

Mifune Tsuji: Xenakis, Berio, Dashow. BV Haast.

De Japanse Mifune Tsuji heeft haar faam vooral gevestigd als een onnavolgbare tijgerin van de twintigste-eeuwse vioolmuziek. Ze trad in de jaren tachtig en negentig regelmatig op in De IJsbreker in Amsterdam en tijdens de festivals van Nieuwe Muziek Zeeland (zowel solistisch als met het Xenakis Ensemble waarvan ze concertmeester is), maar de laatste jaren treedt ze vooral op in Engeland waar ze tegenwoordig woont. BV Haast heeft een cd uitgebracht met een aantal opnamen tussen 1987 en 2003, waaronder Berio’s Corale voor viool, twee hoorns en strijkers uit 1981. Zo direct is het er niet aan af te horen, maar de echo van Bachs Ciaccona is hierin teruggebracht tot een van de structuurprincipes. Verder veel duizelingwekkende viooltechniek en onaardse klankwerelden.

Viktoria Mullova: Vivaldi.

De Russische violiste Viktoria Mullova – dame met respectabele staat van dienst – spande darmsnaren op haar Stradivarius, pakte een barokstrijkstok en speelde met de barokspecialisten van Il Giardino Armonico onder leiding van Giovanni Antonini een aantal onbekende vioolconcerten van Antonio Vivaldi. Met de opnamen hiervan maakt het kersverse Britse label Onyx z’n entree op de platenmarkt. Dat presenteert zich als een artiestenlabel bij uitstek. Niet de managers maken de dienst uit, maar de musici zelf. Het heeft in elk geval ook zangeres Barbara Bonney en het Borodin Kwartet hiermee aan zich kunnen binden. Mullova en het ensemble zetten als pioniers een gave en prachtig opgenomen, maar desondanks weinig bewogen Vivaldi neer.

Pay-Uun Hiu

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden