Tegenspraak brengt verder

Vrij zicht

Weerzin tegen conservatisme maakt dat Nederland bijzonder gevoelig is voor hypes.

Eén keer per jaar mag een rubriekschrijver het over zichzelf hebben. Afgelopen jaar liep het nogal op. Mijn columnistenhoofd werd geëist nadat ik me tegen windmolens uitsprak. Reserves tegen legalisering van nederwiet en tegen de Piketty-opwinding, leidden tot de suggestie dat ik vooral puberaal tegen wilde zijn. Laat ik een poging tot uitleg doen. Een soort columnistische beginselverklaring.

1. Tegenspraak brengt verder.

Oudere lezers zullen zich Rudy Koopmans herinneren. Niet de bokser, maar de vrolijk besnorde jazz-bespreker van deze krant, tevens links socioloog. Hij schreef een boek onder de titel Tegenspraak brengt ons verder. Dat vond iedereen in de jaren zeventig. Dat vindt iedereen in theorie nog steeds - we noemen het democratie.

Destijds was de tegenspraak gericht tegen de autoriteiten. Makkelijk, die hadden de macht en deugden niet. En nu? Macht, gezag, autoriteiten, het is een stuk minder overzichtelijk geworden. Onlangs overleed de natuurkundige Frans Sluijter. Aimabel man, zijn hele leven lid van de PvdA, pensioenadviseur van de FNV. Maar ook voor kernenergie en tegen windmolens - hij schreef er een gedegen stuk over in S&D. Hij was ook voorzitter van de stichting Skepsis, tegen wetenschappelijke kwakkennis. Een tegenspreker, wel een die zich tot zijn eigen verbazing ineens in het verkeerde kamp bleek te bevinden.

De windhandel is een fascinerend geval. De jasjes blijken omgedraaid. De Telegraaf is tegen windmolens. Actiegroepen daarentegen hebben zich in het energieakkoord met het gezag verbonden. Greenpeace binnenboord houden, noemden de werkgevers dat. Vergeet het bedrijfsleven niet want er zijn schone overheidsmiljarden te verspijkeren. Zo is een even breed als gesloten front ontstaan om een dogma te verdedigen. Eens te meer blijkt dat consensus en het vrije spreken slecht samengaan. Het maakt de urgentie van tegenspraak alleen maar groter.

Koopmans: jazz en tegenspraak... Beeld Antonia Hrastar

2. Democratie is de moeite.

Iedereen is fan van de democratie. Democratie staat niet ter discussie zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw. Toch bestaat er bij alle grote kwesties een geweldige afstand tussen het openbaar bestuur en een flink deel van de bevolking, of het nu Europa, immigratie, milieu/klimaat is dan wel bezuinigen op de verzorgingsstaat. Het lijkt mij buiten kijf dat dit een ernstig probleem is.

Er zijn twee opvattingen van democratie. In de ene moet het bestuur als het ware samenvallen met wat 'het volk' wil. Dat was het idee van de Franse filosoof Rousseau. Over zijn Sociaal contract werd gezegd dat de tweede druk was gebonden in de huiden van de lezers die om de eerste druk hadden gelachen. Dictatuur dus en dat moeten we niet hebben. In de andere opvatting is de politieke leiding een gekozen aristocratie. De beste bestuurders nemen de juiste besluiten. Daarvoor vragen politici via verkiezingen het vertrouwen.

De kiezers moeten worden overtuigd. En dat lukt niet meer, een groot deel van de bevolking voelt zich permanent bekocht. Bestuurders lossen dit op door te zwijgen over hun plannen, zoals Merkel. Of door te suggereren dat ze de kiezers maar moeten negeren. Zoals EU-leider Juncker: we weten allemaal wat we doen moeten, we weten alleen niet hoe we er verkiezingen mee winnen. Een derde variant is bij omstreden onderwerpen - immigratie, milieu, nederwiet - de hulp van de rechter in te roepen.

Dit is gevaarlijk, omdat democratie meer is dan een techniek om besluiten te nemen. Het is ook vrede sluiten na strijd over brandbare onderwerpen. Dat kan alleen maar als die strijd daadwerkelijk gevoerd wordt. Democratie is in de kern de boel bij elkaar houden. Wie dat om bestuurlijke redenen negeert of liever een ander volk wil, verdient tegenspraak.

Hoes: gidsland bestaat nog... Beeld ANP

3. Tegen radicalisme.

De klacht van bestuurders over Nederland is altijd dat het niet opschiet. Men spreekt van de stroperige staat en ziet overal hindermacht. Dat beeld klopt niet. Het Nederlandse bestuur heeft de neiging zich voorwaarts te storten, liefst in grote, onoverzichtelijke projecten. Van studiehuis tot Betuwelijn, van 'financiële hub' tot zorgstelsel, het moet groot, radicaal en met zijn allen. Maatvoering is in dit land geen deugd.

Dit komt doordat Nederland een klein land is, altijd bang de boot te missen. Dit kabinet is hét voorbeeld; zelfs de werkgevers vonden de hervormingshaast overdreven. Geen gidsland meer? Neem burgemeester Hoes en de cameragluurders van PowNed. Zowel de burgervader die meende dat hij met zijn blote bast op Grindr kon staan, als de postmoderne manier waarop hij is afgeslacht, bewijst hoezeer Nederland nog voorop loopt. Moet kunnen, zou Herman Pleij zeggen.

Alles moet permanent anders. Nergens is de georganiseerde vergeetachtigheid zo groot als hier. Zijn we halverwege een nieuw zorgstelsel, kun je alweer de roep om het ziekenfonds horen. Vergeten is dat eindeloze wachtlijsten en een sovjet-achtig budgetteringssysteem juist de aanleiding waren om het zorgstelsel te wijzigen. Weerzin tegen conservatisme, gebrek aan traditie, maken dat Nederland bijzonder gevoelig is voor hypes. De laatste was Piketty die hier als Sinterklaas werd binnengehaald.

Ik schreef erover dat wie zijn bril oppoetst, ziet hoezeer Nederland een diep egalitaire samenleving is. Dat ontmoette boosheid. Maar kijk, het SCP publiceerde een paar weken terug het gezaghebbende Sociaal en Cultureel Rapport 2014. Er staat gewoon in dat Piketty niet zo relevant is voor Nederland. Ook in 2015 verdienen hypes en radicalisme tegenspraak.

Piketty: niet relevant, vindt SCP... Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.