Tegenslag voor justitie in jihadproces

Het Openbaar Ministerie krijgt een nieuwe tegenvaller te verwerken in het jihadproces dat vandaag begint in Rotterdam. Uit een verklaring van hoogleraar volkenrecht Terry Gill blijkt dat de hoofdaanklacht tegen de twaalf verdachten niet hard te maken is....

Van onze verslaggever Jan Meeus

Justitie beschuldigt de verdachten van 'het opzettelijk hulp verlenen aan de vijand in tijden van oorlog'. De vijand is in de aanklacht van justitie het Taliban-regime en het terroristennetwerk Al-Qa'ida.

De hulp zou hebben plaatsgevonden in de periode tussen 11 september 2001 en de arrestatie van de verdachten in april en augustus 2002.

Uit de verklaring van Gill, die door de verdediging is opgeroepen als getuige-deskundige, blijkt echter dat Nederland pas bij dit conflict betrokken is geraakt door de inzet van F16-gevechtsvliegtuigen op 1 oktober 2002. Omdat de verdachten toen al vastzaten, kan hun het hulp verlenen aan de vijand niet ten laste worden gelegd.

In de ten lastelegging stelt het Openbaar Ministerie dat er ook sprake is van oorlog als bondgenoten van Nederland betrokken zijn bij een gewapend conflict. Die redenering wordt door Gill afgewezen.

Hij verwijst naar een brief van de Nederlandse regering aan de Tweede Kamer. Daarin wordt gezegd dat de inzet van de F16-vliegtuigen in Afghanistan als een formele oorlogshandeling moet worden gezien.

De Voorkant: Wanneer verandert preken van islam in aanzetten tot jihad

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden