Tegenslag energiebedrijven

Energieleveranciers en leidingbeheerders mogen niet meer onder één dak zitten. Energiebedrijven verzetten zich daartegen, zonder veel succes.

AMSTERDAM - De gedwongen splitsing van de Nederlandse energiebedrijven is niet in strijd met het Europees recht. Dat oordeelde het Europese Hof van Justitie dinsdag. Dat betekent dat de staat weer aan de winnende hand is in een slepend juridisch gevecht met Eneco, Delta en Essent.


De energiebedrijven zien evenwel ook nog kansen op de overwinning. Volgens het Hof moet de staat bewijzen dat de wet noodzakelijk is en ook echt werkt zoals hij bedoeld is. Daarbij zetten Delta en Eneco vraagtekens. Het is nu aan de Hoge Raad om hierover een oordeel te vellen. Dat houdt in dat een definitieve uitspraak nog jaren op zich kan laten wachten.


Als de staat uiteindelijk wint, betekent dit dat Eneco en Delta alsnog aan de splitsingswet moeten gehoorzamen. Zij verliezen dan waardevolle kapitaalgoederen met een stabiele stroom inkomsten, en zullen bijvoorbeeld moeilijker leningen kunnen krijgen. Met name Delta, dat er financieel niet al te best voor staat, zou dan kwetsbaar worden.


Voor Essent verandert er niets: dat is al gesplitst, en het productiebedrijf is verkocht aan het Duitse RWE. Wel zouden de voormalige aandeelhouders - gemeenten en provincies die nog steeds in het bezit zijn van netwerkbedrijf Enexis - de rest van de boedel alsnog kunnen verkopen.


Met de splitsingswet wilde Nederland in 2006 voorkomen dat de energienetten in private handen zouden vallen. De productie- en leveringstakken (oftewel de centrales die elektriciteit maakten en de handelshuizen die de stroom aan de man brachten) van bedrijven als Nuon en Essent mochten wel worden geprivatiseerd, maar zij werden gedwongen hun stroomkabels en gasbuizen onder te brengen in een apart bedrijf, dat in overheidshanden zou blijven.


Het doel daarvan was dat de energiebedrijven hun macht over de leidingen niet zouden gebruiken om concurrenten van de netten te weren. Daarnaast wilde Nederland dat er voldoende zou worden geïnvesteerd in de leidingen.


Essent, Eneco en Delta vochten de wet aan, omdat die het vrije verkeer van kapitaal zou verhinderen - een fundamenteel Europees recht. De zaak belandde bij de Hoge raad, die advies vroeg aan het Europese Hof.


Dat oordeelt dat fundamentele vrijheden mogen worden ingeperkt in het algemeen belang, zoals consumentenbescherming en een betrouwbare energievoorziening. De staat moet nu wel bewijzen dat er geen alternatief was om die doelen te bereiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden