Tegen de tirannie van het zwijgen

Na de massamoord in Parijs wordt Europa met hernieuwde kracht voor het dilemma van de multiculturele democratie gesteld. Het is de diepe overtuiging van Flemming Rose dat we moeten vasthouden aan het recht om te beledigen als we als beschaving willen overleven.

Protesten in Den Haag Beeld anp

Philippe Val, de toenmalige hoofdredacteur van Charlie Hebdo, kon zijn irritatie niet verbergen, toen hem in verband met een rechtszaak tegen het tijdschrift in 2007 werd gevraagd of het nou wel nodig was geweest om die spotprenten te plaatsen, of er geen sprake was van een onnodige provocatie van een toch al onder druk staande minderheid. Charlie Hebdo had als reactie op aanvallen op Deense ambassades en bedreigingen de Kurt Westergaards roemruchte tekening van Mohammed en andere spotprenten opnieuw afgedrukt, waaronder een aantal gemaakt door de slachtoffers van de terreuractie in Parijs woensdag.

Flemming Rose Beeld anp

'Wat voor beschaving zijn wij als we degenen die treinen en vliegtuigen opblazen, die massamoorden op onschuldige mensen plegen, niet mogen beschimpen, bespotten en belachelijk maken', vroeg Philippe Val verontwaardigd.

Ja, wat voor een beschaving zijn wij?

Die vraag dringt zich op na de massamoord bij Charlie Hebdo.

Satire is een van de antwoorden van de open samenleving op geweld, bedreigingen en andere barbarij. Satire is vreedzaam, ook al kan ze bijten en steken. Ze vermoordt niet, ze maakt belachelijk en zet te kijk. Ze maakt ons aan het lachen in plaats van bang of boos.

Flemming Rose

Flemming Rose (56) is nu buitenlandredacteur van Jyllands-Posten. In 2005 vroeg hij cartoonisten de profeet Mohammed te tekenen, nadat een Deense kinderboekenschrijver geen illustrator had kunnen vinden voor een boek over Mohammed. Vooral de tekening die Kurt Westergaard maakte van de profeet met een bom in zijn tulband leidde tot protesten. Van Rose verscheen onlangs het boek The Tyranny of Silence - How One Cartoon Ignited a Global Debate on Free Speech.

Satire is het antwoord van een gezonde beschaving op barbarij. Een tekening kan nooit één mensenleven waard zijn. Het probleem is dat er toch een groep mensen is die dat lijkt te vinden. Hoe moet je daar als beschermer van het vrije woord mee omgaan? Hoeveel bedreigingen, moorden en terreuraanslagen zijn er nodig, voordat de 'beledigingsfundamentalisten' begrijpen dat zij de tirannie in de kaart spelen met hun eis aan de rechter om niet te worden beledigd en hun absurde isgelijkteken tussen kwaadaardige woorden en kwaadaardige daden?

De aanslag in Parijs is het voorlopige tragische hoogtepunt van meer dan 25 jaar debat in Europa over de vrijheid van meningsuiting en haar grenzen. Het begon met Salman Rushdie, die in 1989 moest onderduiken, nadat het bewind van ayatollahs in Iran met een fatwa de ware moslims had opgeroepen hem te vermoorden vanwege luttele bladzijden in de roman De duivelsverzen.

Debatteren

Sindsdien is er de ene zaak na de andere geweest. De meeste gingen over hoe wij in een democratie in de publieke ruimte debatteren over de islam, maar vergelijkbare zaken betroffen sikhs, orthodoxe christenen, nationalisten en alle mogelijke groepen die erop aandrongen uitingen te verbieden die zij beledigend vinden.

Zowel Charlie Hebdo als Jyllands-Posten zijn onderwerp geweest van rechtszaken. We zijn volledig vrijgesproken in alle zaken die tegen ons zijn aangespannen. In een democratie en een rechtsstaat schik je je naar de beslissing van de rechtbank, ook al ben je het ermee oneens. Dat is een van de manieren waarop wij geschillen oplossen.

Hier hebben de rechtssystemen in Frankrijk en Denemarken duidelijk gesproken, hoewel er ook een lange reeks uitspraken zijn die reden geven tot zorg over de vrijheid van meningsuiting. De andere manier waarop we in een democratie met onenigheid omgaan is via een vrij en open debat. Dat debat hebben radicale moslims in Denemarken en Frankrijk verloren, maar in plaats van vast te houden aan het democratische basisprincipe om woorden met woorden te bestrijden, tekeningen met tekeningen en om argumenten te laten spreken, hebben degenen die zich uit naam van hun god of profeet beledigd voelen naar geweld gegrepen of tot geweld aangemoedigd.

Daarom is het ronduit schokkend dat zo veel stemmen in dit debat - ik noem geen namen, dan kan ik ook niemand vergeten - meer dan alleen hebben gesuggereerd dat ze er zelf een beetje om hadden gevraagd: Jyllands-Posten, cartoonist Kurt Westergaard, Charlie Hebdo, regisseur Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali in Nederland, cartoonist Lars Vilks in Zweden, schrijver Lars Hedegaard en parlementslid Naser Khader in Denemarken, filosoof Robert Redeker in Frankrijk en een heleboel andere Europeanen die doodsbedreigingen hebben ontvangen of met moordaanslagen te maken hebben gehad.

Studenten demonstreren bij de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem in 2009, tijdens een lezing van Rose. Beeld anp

Een Deense komiek, die zelf leeft van het maken van grappen, vergeleek destijds de publicatie van de Mohammed-cartoons met iets lelijks en provocerends zeggen recht in het gezicht van een agressief lid van een motorclub. Deze redenatie en vele varianten erop gedijen in onze cultuur uitstekend.

Ja, en nu zijn de 'jongens van de motorclub' dus bij de redactie van Charlie Hebdo in Parijs opgedoken.

Zelfs een fatsoenlijke krant als The New York Times schreef over 'tekeningen die het geweld in de moslimwereld deden ontbranden'. Dat betekent natuurlijk niet dat alle meer of minder bewuste beledigingsfundamentalisten begrip kunnen opbrengen voor geweld en moord als reactie op tekeningen. Absoluut niet. Het betekent wel dat op veel plekken in onze samenleving latent het idee bestaat dat woord en daad in dezelfde mate gewelddadig en beledigend kunnen zijn.

Pakistan en een aantal andere moslimlanden zijn zelfs zo ver gegaan het beledigen, bespotten en belachelijk maken van de profeet in woorden en pennenstreken net zo zwaar te bestraffen als moord en terreur: met de doodstraf.

Keuze voor geweld

Beledigende uitingen leiden nooit automatisch tot een gewelddadige reactie. Wie denkt dat dat wel zo is, beschouwt mensen als hersendode robots, bij wie je slechts op een knop hoeft te drukken om een bepaalde reactie te krijgen; die ontkent dat wij kunnen kiezen. Dat is een anti-humanistische en mensvijandige gedachtengang.

In verband met de Mohammed-rellen publiceerde Charlie Hebdo eind februari 2006 een manifest onder de kop 'Wij staan samen tegenover een nieuw totalitarisme'. Het was ondertekend door Salman Rushdie, Philippe Val, Ayaan Hirsi Ali, de Deense Mehdi Mozaffari en vele andere intellectuelen die zich op verschillende vleugels in het politieke spectrum bevonden, maar die verenigd waren in hun strijd voor de vrijheid van meningsuiting. Er stond:

'Wat er is gebeurd na de publicatie van de Mohammed-cartoons in Europese kranten heeft laten zien hoe nodig het is voor deze universele waarden te strijden. De strijd kan niet worden gewonnen met wapens, maar moet worden gevoerd op het ideologische slagveld.' Het manifest concludeerde: 'Wij weigeren afstand te doen van onze kritische geest uit angst te worden aangeklaagd voor 'islamofobie', een ellendig begrip dat kritiek op de islam vermengt met stigmatisering van mensen die geloven. Wij verdedigen de vrijheid van meningsuiting als een universeel recht, zodanig dat op elk continent een kritische geest heerst, gericht tegen elke mishandeling en elk dogma. Wij doen een beroep op alle democratieën en alle vrije geesten op alle continenten, dat onze eeuw die van het licht en niet die van het donker zal worden.'

Charlie Hebdo was misschien het enige Europese medium dat ondanks bedreigingen en een brandstichting aandrong op het recht om de draak te blijven steken met álle godsdiensten. De redactie richtte haar pennenstreken tegen zowel de paus als de profeet. Ze werkte volgens een traditie waarin niets heilig is - een traditie die na de Reformatie en vooral de Verlichting terrein heeft gewonnen, hand in hand met de verspreiding van tolerantie, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting.

Rose in 2010 met een exemplaar van zijn boek 'Tirannie van het zwijgen'. Beeld epa

Krenkende taal

Toen Theo van Gogh meer dan tien jaar geleden midden op straat in Amsterdam werd vermoord door een jonge, beledigde moslim, zei de toenmalige Nederlandse minister van Justitie, dat wil zeggen de hoogste benoemde verdediger van de rechtsstaat, dat men een aanscherping van de wet tegen 'krenkende taal' zou moeten overwegen. Want als er zo'n wet had bestaan, zou van Gogh nog hebben geleefd. Oftewel, als men meer uitingen strafbaar zou hebben gesteld, was er een kans dat van Gogh nooit een documentaire zou hebben gemaakt over geweld tegen vrouwen uit naam van de profeet, de film die Mohammed B. ertoe had gebracht hem neer te steken.

Vandaag kun je hetzelfde zeggen over de medewerkers bij Charlie Hebdo.

Als ze zich hadden beperkt tot satirische uitvallen naar het christendom, politici en de paus en ze de islam met rust hadden gelaten, zouden ze dankzij deze verfoeilijke discriminatie nog leven. Maar dat hebben ze niet gedaan. Ze deden gewoon hun werk, zoals Kurt Westergaard destijds laconiek de achtergrond van zijn tekening toelichtte.

En zo zijn we terug bij het uitgangspunt: wat voor beschaving zijn wij als wij afstand doen van ons recht om woorden en illustraties te publiceren die door sommigen als beledigend kunnen worden opgevat? In wezen is dit een debat over hoe wij in een steeds multiculturelere samenleving met elkaar leven en tegelijkertijd onze vrijheidsrechten behouden. We kunnen net als in onvrije samenlevingen een valse harmonie creëren door steeds meer uitingen te criminaliseren, volgens het devies: als jij mijn taboe accepteert, je niet kritisch of beledigend uitlaat over datgene wat voor mij gevoelig en heilig is, dan doe ik hetzelfde.

In samenlevingen als de onze, waarin de veelvoudigheid toeneemt, is dat de weg naar de tirannie van het zwijgen.

Een andere weg is erop blijven aandringen dat de prijs die we voor het leven in een democratie met vrijheid van meningsuiting en met godsdienstvrijheid allemaal moeten betalen, is, dat niemand een bijzonder recht heeft om niet te worden beledigd.

De medewerkers van Charlie Hebdo zullen niet tevergeefs hebben geleefd wanneer wij als reactie op hun dood deze weg kiezen.

Vertaling Kor de Vries

Jyllands-Posten leeft in angst

Jyllands-Posten drukt geen controversiële cartoons meer af. In een hoofdredactioneel commentaar schrijft de krant vrijdag: 'We leven al negen jaar met de angst voor een terreuraanslag, en ja dat is de verklaring dat we niet weer Mohammadtekeningen afdrukken, onze eigen noch die van Charlie Hebdo.'

Rose zegt erover: 'Het laat zien dat geweld effect heeft. Angst is een legitieme emotie, zeker bij Jyllands-Posten, daar moeten we eerlijk in zijn. Ik neem daar geen afstand van. Er wordt nu overal gezegd dat we Charlie zijn, maar dat zijn we niet. Charlie Hebdo werd aangevallen omdat ze ondanks dreigementen Charlie Hebdo bleven. En ze konden in zekere zin niet anders omdat satire en spotprenten de kern van hun werk zijn. Ik geloof dat toegeven aan dreiging de dreiging vergroot. Maar Jyllands Posten kan dat gevecht alleen niet winnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.