Tegen de oorlog, weg met Saddam

In een groot aantal plaatsen in de wereld wordt vandaag betoogd tegen de dreigende aanval op Irak. Nu al staat vast dat het aantal demonstranten in Amsterdam bij lange na niet dat van twintig jaar geleden zal benaderen....

De oorlog tegen Irak legt een schisma bloot in de Nederlandse vredesbeweging. Ontboezeming van Mient-Jan Faber: 'Ik krijg briefjes, email, telefoontjes, in behoorlijke aantallen, honderden, die ik niet anders zie dan als ordinaire scheldpartijen. Komt allemaal van mensen die zich ergens in het vredeskamp bevinden.'

Mient-Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad IKV praat met ministers, reist de wereld rond, discussieert met Willem Oltmans. Is zo begaan met de mensenrechten in Irak dat hij - als ultimum remedium - een rechtvaardiging ziet voor een oorlog. En is daarmee verworden tot de outlaw van de vredesbeweging. Faber wordt door menigeen uitgekotst. 'Men vindt dat ik vuile handen maak. Men vindt dat het met mij helemaal de verkeerde kant op is gegaan. Ik word gedemoniseerd, gezien als verrader, als de vijand.'

'De vredesbeweging' trekt vandaag de straat op. Om één uur verzamelen op de Dam. Tegen de oorlog in Irak. Zonder Mient-Jan, twintig jaar het boegbeeld van de vredesstrijd. Het IKV laat verstek gaan. Faber zelf zit in Irak. Wil weten wat er leeft vóór de bommen vallen. Wil zien waar hij dienstig kan zijn aan de goede zaak. Zijn zaak.

In de wetenschap dat meer dan tweederde van de Nederlanders tegen een oorlog in Irak is, al dan niet gemandateerd door de Verenigde Naties, moet het haast wel storm lopen in Amsterdam. Toch is dit niet de verwachting. In Nederland lukt het kennelijk niet meer om een brede coalitie tegen de oorlog en voor de vrede te smeden.

Faber schat het aantal demonstranten dat vandaag de straat op gaat op 25 tot 50 duizend. De organisatie, het 'Platform tegen de nieuwe oorlog', gaat uit van minstens 50 duizend. Maar het verzet zal massaler worden als Bush ten aanval gaat, luidt de taxatie. Zo ging het ook met Vietnam: woede bouwt zich op.

Reeds in oktober vorig jaar werd er gelopen tegen de oorlog, in Amsterdam en Rotterdam. Daar kwamen niet meer dan een paar honderd man op af. Pax Christi notabene had op het laatste moment vijftig studentenverenigingen per brief opgeroepen mee te doen. Oorlog laat niemand onverschillig, 'maar de studenten lijken wel, anders dan vorige generaties, verleerd van zich te laten horen.'

Anders ligt dit in de rest van de wereld, getuige de hoge opkomst bij demonstraties eind januari in de VS en Groot-Brittannië. Maar ook in Japan, België, Italië en Rusland is reeds massaal geprotesteerd. In Duitsland weet men al weken van geen ophouden. En dus dient de vraag zich aan: waar staat Nederland-demonstratieland?

Hans van Heijningen, algemeen coördinator van het solidariteitsfonds XminY, een van de lidorganisaties van het 'Platform': 'Als je Nederland vergelijkt met omringende Europese landen, dan is de drempel om de straat op te gaan voor politiek-maatschappelijke kwesties hier sinds de jaren negentig vrij hoog. Daarbij heeft de oorlog tegen Irak voor veel mensen iets steriels. Het gebeurt op grote afstand zonder dat de burgermaatschappij, in tegenstelling tot vroeger, wordt geraakt.'

Koster: 'De beweging van de jaren tachtig kwam voort uit de idee dat de wereld ten onder zou gaan. Dat was de drijvende kracht. Het heeft ook te maken met de wijze waarop tegenwoordig oorlog wordt gevoerd.'

Voor minder wereldomvattende zaken als zinloos geweld lopen binnen 48 uur duizenden te hoop. Maar voor de grote internationale conflicten krijg je volgens doorgewinterde vredesactivisten als Jan Schaake (Kerk en Vrede), Karel Koster (VD/AMOK) en Van Heijningen al jaren geen massa's meer op de been. Demonstreren in de regen is zinloos, luidt het apathische verweer.

In het beste geval sussen we ons geweten met het tekenen van een kettingbrief via de email ('Against the threat of a third world war'), of een girootje. Maar de straat laten we steeds vaker aan de beroepsactivist. De massabeweging van de jaren tachtig, toen honderdduizenden in het kielzog van Mient-Jan Faber en Sinie Strikwerda marcheerden voor de vrede (en tegen de kruisraket) valt in Nederland niet meer te verwachten. Hollanditis? Ach kom zeg.

Het 'mobiliserend vermogen' van de sociale beweging heeft in het laatste decennium inderdaad sterk aan kracht ingeboet, meent ook dr Philip Everts, universitair hoofddocent in Leiden en specialist op het terrein van de internationale vredesbeweging. Hij verklaart dit deels uit de hang naar verregaande individualisering.

'Je hoeft alleen maar voor jezelf op te komen, de rest is niet nodig. Er is een enorm provincialisme gegroeid in Nederland, ten koste van het internationalisme. Wie loopt er nog warm voor Europa? We leven meer en meer in een in zichzelf gekeerde samenleving.'

In de kwestie-Irak openbaart zich getuige de hatemail voor Faber bovendien ten volle een al langer sluimerend conflict in de traditionele vredesbeweging. Men is het onderling niet eens over de aanvaarding van geweld, als mogelijke oplossing voor nog schrijnender onrecht.

Het Platform tegen de nieuwe oorlog maakt heden een vuist met ruim 200 (!) groeperingen. Naast de SP en GroenLinks is dit doorgaans klein grut dat zich in drie categoriën laat opdelen: kerkelijke vredesgroepen, anti-globalistische actiegroepen en allochtone solidariteitsgroepen.

Van 'Emmaus Eindhoven' tot het 'Ierland Komitee Nederland'; van het 'Comité tegen staffeloosheid in Chili' en 'Kleintje Muurkrant' tot het 'strijdkoor Jan en Alleman'; van de 'Internetclub Links Nederland' tot 'Vrouwen in het zwart'.

Maar geen PvdA, geen FNV, en ook geen IKV.

Wouter Bos sluit een oorlog niet uit. Zoals ook elders in Europa (met uitzondering van de SPD in Duitsland) speelt de deïdeologisering van de sociaal-democratie een belangrijke rol bij de standpuntbepaling over Irak. Gekozen wordt voor het nationale belang. Weliswaar heeft 'links' een traditionele weerzin tegen militarisme, de PvdA wil regeren: ook op het departement van Defensie.

Lodewijk de Waal van de FNV heeft officieel geen mening meer over de oorlog. De FNV heeft volgens haar Grondslag (1997) afscheid genomen van het streven naar alomvattende maatschappijhervorming. Waar Wim Kok en Herman Bode voorop liepen in de strijd tegen kernwapens, houdt De Waal het bij zijn core business: arbeid en inkomen.

Het IKV ondertussen is hevig met zichzelf in gesprek geraakt. Met als uitkomst dat Faber niet tegen ingrijpen is, want de 'despoot Saddam' dient in het belang van zijn volk te worden verdreven. De oppositionele krachten in het land zijn niet opgewassen tegen het regime, zijn verdeeld en lang niet altijd democratisch. Zij zijn voorlopig geen geloofwaardig alternatief voor Saddam.

Ook Pax Christi en de Raad van Kerken hebben een genuanceerd standpunt over oorlog. Zij vinden net als het IKV dat 'repressief geweld niet categorisch kan worden afgewezen'. Wel dienen eerst alle geweldloze middelen te worden benut om Saddam te verdrijven.

Net als de vakbeweging en de sociaal-democratie is in de kerkelijke vredesbeweging in de jaren negentig de heroriëntatie begonnen. Binnen het IKV en Pax Christi, die zich tot de val van de Muur primair richtten op vrede en ontwapening, zijn de mensenrechten een steeds belangrijker rol gaan spelen. Het IKV is van traditionele vredesclub getransformeerd tot derde-wereldorganisatie.

Everts: 'Zo zijn er allerlei groepen. De één is actief in Cuba, de ander in Colombia. Vroeger werd alles ondergeschikt gemaakt aan de vrede. Dan maar een oogje dichtknijpen als de Russen of de Amerikanen zich ergens misdroegen. Tegenwoordig is de spanning tussen vrede en gerechtigheid manifest. Zo komt degene die niet leeft voor vrede alleen onder druk te staan. Bij Faber valt de balans dan uit naar aanvaarding van geweld.'

Faber: 'Reeds in de jaren tachtig kwam ik in contact met Oost-Europese dissidenten. Ik besefte steeds meer dat je een probleem niet van één kant kunt benaderen. Je moet ook bondgenoten aan de andere kant hebben. Als je luistert naar de slachtoffers in oorlogsgebieden, willen ze boven alles interventie, ter bescherming van fundamentele rechten. Die agenda heb ik opgepakt.'

Militaire interventie is hét taboe van de vredesbeweging, zegt Faber. Cynisch: 'Ik constateer dat de radicale vredesgroepen de vrede voorop zetten, en de mensenrechten buiten haakjes. Maar goed, ik heb ze ook nooit gehoord over oorlog op de Balkan.'

Exponenten van de radicalere vleugel, organisaties als Kerk en Vrede, VD/AMOK en XminY, zien de controverse met met IKV inmiddels als 'een interessante bijdrage aan de discussie'. Maar Fabers Alleingang stuit op scepsis.

Karel Koster van VD/AMOK: 'De media maken vaak de fout door van hem hét gezicht van de vredesbeweging te maken. Dat is ie allang niet meer. Het IKV heeft geen leden. Bovendien roepen de aan het IKV deelnemende kerken wel op tot demonstreren tegen de oorlog. Mijn vraag is: wie vertegenwoordigt Mient-Jan Faber eigenlijk?'

Jan Schaake van Kerk en Vrede: 'Sinds 11 september hebben wij aangetoond dat er naast het IKV nog een vredesbeweging is. Ik denk eerlijk gezegd dat het IKV nu een groter probleem heeft dan wij. Ik lig niet wakker van het feit dat Faber zaterdag niet meedoet.'

De ware radicalinski wil inmiddels van geen Faber meer weten. Hij is van zijn geloof gevallen: basta, weg ermee. Faber: 'Er wordt geroepen: Jij bent voor Bush, jij bent voor oorlog. Het zijn hele simpele schema's waar ik niet in thuis hoor. Demonstreren in het zelfbesef dat het toch niks uitmaakt, is niet mijn keuze.

'Je moet je de dag erna durven roeren in het politieke proces. Daar zit het fundamentele probleem van de vredesbeweging. Maar inmiddels ligt de kwestie ongelooflijk emotioneel. Zo principieel ook dat de tegenstellingen niet meer kunnen worden overbrugd. Mensen zien de verschrikking van de oorlog en zeggen: ik zal daar altijd tegen zijn. Het is in die gevallen puur een kwestie van identificatie.'

Blijft over een weinig aanlokkelijk beeld. De sociaal-democratie houdt zich afzijdig, de vakbeweging heeft wel wat anders aan het hoofd en de traditionele vredesbeweging is hopeloos verdeeld. De drie krachtige pijlers die het massale vredesactivisme in de jaren tachtig droegen, lijken definitief weggeslagen.

Politicoloog Everts verwacht vandaag mede om die reden geen volksbreed protest. Tegelijkertijd vindt hij het 'idioot' om daaruit af te lezen dat het niet goed gaat met de vredesbeweging. De vitaliteit van de vakbeweging meet je ook niet aan het aantal georganiseerde stakingen.

Everts: 'Een grote middengroep hecht bij een militaire interventie aan de instemming van de Verenigde Naties. Dat maakt het bijzonder ingewikkeld. Dreigen mag, moet ook, maar daarna slaat de verdeeldheid toe.'

Everts kent aan de vredesbeweging een cyclisch karakter toe: perioden van op- en neergang wisselen elkaar af. Hij hanteert de metafoor van de walvis die soms met groot geweld boven water komt om daarna weer met een grote plons onder water te verdwijnen.

Het succes van de jaren tachtig was het succes van de brede coalitie: het maatschappelijk middenveld liet zich mobiliseren. Door de radicale stellingname tégen de oorlog en de afzijdigheid van grote actoren, is zo'n mobilisatie nu niet mogelijk. Het protest van Amsterdam is er daarom een van de ad hoc-coalitie van allochtone, pacifistische en anti-militaristische groepen. GroenLinks en de SP zijn de belangrijke dragers. Vooralsnog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden