'Tegen China valt niets te beginnen'

Bettine Vriesekoop, het boegbeeld van het Nederlandse tafeltennis, kent alle geheimen van de Chinese hegemonie.

ROTTERDAM - Van het vrouwentafeltennis van tegenwoordig is oud-topspeelster Bettine Vriesekoop minder onder de indruk dan van een ambassadeur van de WK tafeltennis zou mogen worden verwacht. De linkshandige wereldkampioen bij de vrouwen, Ding Ning, en haar Chinese landgenote en tegenstander in de finale, Li Xiaoxia, brachten de Nederlandse tv-commentator zaterdag niet in vervoering.


'Relatief gezien was Deng Yaping in de jaren negentig beter dan deze twee Chinezen. Zij was echt veel beter dan de rest. Deng had uitstraling, karakter en zij kon zichzelf pijn doen. En zij kon tegen mannen uit de toptien op. Die versloeg ze wel eens. Dat zie ik deze vrouwen niet doen', sprak Vriesekoop streng.


De sinoloog uit Amsterdam, dit jaar wordt ze 50, speelde deels haar grote wedstrijden in de jaren van Deng Yaping die, in 1992 en 1996, vier keer olympisch goud veroverde. Vriesekoops eerste grote titel, het Europees kampioenschap, dateert van 1984.


In die jaren konden de Europese speelsters hun Chinese opponenten beter benaderen. 'Ik won de Open Franse, ik won de Open Poolse. Ik heb vijfde gestaan op de wereldranglijst. Af en toe konden wij een Chinese verrassen.


'Ik had het er dit weekeinde nog over met Olga Nemes, de Duitse topspeelster uit mijn jaren. Zij had gehoord dat Dodean, de Roemeense, is opgehouden met trainen. In Duitsland vinden ze drie uur trainen per dag tegenwoordig al heel wat. Nemes zei dat ze zelf acht uur per dag deed, toen ze 14 jaar was. Ik trainde vijf tot zes uur per dag.


'Ik was zo geweldig in conditie. Op mijn 20ste, waarschijnlijk mijn allerbeste jaar, kon ik door de vele looptrainingen die ik deed, de 10 kilometer onder de veertig minuten lopen. Toen had ik waarschijnlijk mijn beste jaar.


'Het was het uitgelezen moment om de Chinese vrouwen te verrassen. Als je al een tijdje in beeld bent, dan word je spel door de Chinese staf geanalyseerd en stellen ze zich op je in. Dan is feitelijk je kans voorbij. Timo Boll, de Duitser die hier bij de mannen het WK-brons heeft gewonnen, heeft zijn laatste mogelijkheid gehad. Geloof me, die krijgt geen kans meer.'


Boll deed wat Vriesekoop ook zo vaak deed. 'Ik ging veel naar China. Dat is nu nog het recept om iets in deze sport te kunnen betekenen en tegen China te kunnen opbieden. Zelfs al word je door een provinciale ploeg opgevangen.


'Ik kwam bij de nationale ploeg, maar je moet niet denken dat ze mij elke dag tegen de nummer één lieten spelen. Als ik tegen de wereldkampioen stond te trainen, dan was ze volgende dag verdwenen. Kwam ze drie of vier dagen later weer langs.


'Ze gaven je niet de kans aan één iemand te wennen. Maar het spel wende natuurlijk wel. Het ging harder en sneller dan ik gewend was in Nederland. Na verloop van tijd kun je er in mee. Ik zeg nog altijd dat het traject via China de weg is naar de top.'


Wat dat betreft boden de WK in Rotterdam een somber perspectief. Alleen Pavlovitsj uit Wit-Rusland schaarde zich namens Europa onder de zestien beste vrouwen van de wereld.


Dat Li Jie van Nederland en de Duitse Wu Jiaduo ook tot de achtste finales doordrongen, was aardig. Maar zij, import-Europeanen van Chinese herkomst, worden niet als representatief gezien voor de Europese kracht.


Vriesekoop noemde Jie en haar landgenote Li Jiao vorige week 'krijgertjes'. Dat zijn geen kleine vechtjassen, maar mensen die het behoeftige tafeltennisland Nederland gewoonweg in de schoot geworpen heeft gekregen.


De strijd met China, al decennia dominant door speelsters als Deng Yaping, Wang Nan, Zhang Yining en nu Ding Ning, is volkomen verloren door de rest van de wereld.


Twee weken voor het begin van het toernooi in Rotterdam kreeg Vriesekoop van een Chinese jeugdspeelster een batje in handen gedrukt. 'Ik was verbaasd over de snelheid en de controle die je met dat batje had. Hun rubber is van een totaal andere kwaliteit dan het onze. Dat was al zo in mijn tijd, maar het lijkt alleen maar erger geworden.'


En dan weten de Europeanen nog lang niet alles van de Chinese trainingsmethoden. Hard werken, oefeningen stampen, ijverig volhouden, zijn de bekende elementen. Dan zijn er tai-chi en andere kracht en conditieoefeningen.


Maar er is méér. 'Taoïstische meditatie en speciale ademhalingstechnieken om de spieren en de botten te versterken. Maar daar praten Chinezen niet over. Anders is hun geheim weg.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.