Tegemoetkoming uit 1964 is inmiddels verworven recht

AMSTERDAM - Nu het ernaar uitziet dat zowel PvdA als VVD de subsidie op de reiskosten voor woon-werkverkeer willen laten bestaan, is de kans dat de fiscale regeling in 2014 zijn vijftigste verjaardag viert een stuk groter geworden. Afschaffing van het reiskostenforfait is de afgelopen halve eeuw al vaak bepleit, maar bleek gaandeweg een steeds groter taboe.


Het idee dat de Belastingdienst moet meebetalen aan de kosten voor woon-werkverkeer ontstond door de woningnood na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig hanteerde de fiscus nog de regel dat de reiskosten niet aftrekbaar waren voor de belasting, tenzij de burger kon aantonen dat hij door de woningnood onmogelijk kon verhuizen.


In de praktijk leidde de regel echter tot onduidelijkheid, zoals over de onmogelijkheid te verhuizen, de duur van de regeling en het aantal kilometers dat in aanmerking kwam voor vergoeding. In 1964 wilde een meerderheid van de Tweede Kamer daarom een regeling voor iedereen.


In het begin van de jaren zestig ontstonden de eerste groeikernen rondom de grote steden en verdwenen de fabrieken uit de stad. De overheid stimuleerde die ontwikkeling van harte en zou de extra reiskosten daarom deels moeten subsidiëren, was de redenering.


Zes jaar later werd de regeling aangepast, waarbij de eerste 10 kilometer van het woon-werkverkeer niet meer voor vergoeding of aftrek in aanmerking kwamen. Dat was tegen het zere been van de PvdA. Bijna vier miljoen werknemers die 15 duizend gulden of minder verdienden en minder dan 10 kilometer van hun werk woonden, gingen er op achteruit, terwijl de maatregel de schatkist toch 15 miljoen gulden extra zou kosten. Dat geld ging naar de beter verdienende forensen.


In 1976 pleitte PvdA-minister van Financiën Wim Duisenberg voor afschaffen van de reiskostenaftrek. Aan de woningnood is nu wel een einde gekomen, zei hij. 'De kosten kunnen worden gezien als uitvloeisel van een persoonlijke keuze voor een woonplaats.' Maar zijn staatssecretaris Martin van Rooijen (CDA) was het daar niet mee eens en in de Tweede Kamer bleef alles hetzelfde.


Ruzie over de reiskostenaftrek veroorzaakte op 3 mei 1989 de val van het kabinet Lubbers II (CDA-VVD). Het wilde 1,3 miljard gulden verdienen door onder meer de belastingaftrek voor woon-werkverkeer te beperken tot maximaal 30 kilometer. Aangespoord door de Telegraaf verzette de VVD zich tegen de maatregel en liet het kabinet erover vallen.


Van een fiscale regeling voor uitzonderingsgevallen tijdens woningnood, was de reiskostenaftrek in de publieke opinie veranderd in een verworven recht dat kabinetten kan maken en breken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden