Tegeltjeswijsheden zijn maar al te vaak niet zo wijs

Verkiezingen kunnen niet zonder tegeltjeswijsheden. Maar kloppen ze ook?..

De premier krijgt een bonus
Als een minister-president weer de lijsttrekker is, doet hij het goed bij de verkiezingen. De lijsttrekker annex premier staat voor continuïteit en dat biedt zekerheid. Snel goed voor een handvol extra zetels. Hoeveel, dat valt moeilijk vast te stellen.

Op de dag dat zijn vierde kabinet viel, werd Jan Peter Balkenende meteen aangewezen als CDA-lijsttrekker. Eén van de redenen: het veiligstellen van de premierbonus.

Toch staat het CDA nu op fors verlies in alle peilingen. De premierbonus is dan ook eigenlijk een zeldzaam verschijnsel. Drie premiers wisten ’m te innen. In 1986 scoorde Ruud Lubbers (Laat Lubbers zijn karwei afmaken) een bonus van 9 zetels. In 1956 scoorde Willem Drees 20 zetels winst. Hij had net de ouderdomsuitkering AOW ingevoerd.

Den Uyl won in 1977 met de leus Kies de minister-president 10 zetels. De PvdA werd de grootste, maar verdween toch in de oppositie. Toen ging dus wel de vanzelfsprekendheid ten onder dat de grootste partij de premier levert.

Wie breekt betaalt
Wie een kabinet laat vallen, verliest bij de verkiezingen: Nederlanders houden niet van ruziezoekers. In de jaren vijftig en zestig, toen deze volkswijsheid waarschijnlijk werd gemunt, klopte het aardig. In 1958 trok de PvdA de stekker uit het laatste kabinet-Drees. Resultaat: 2 zetels verlies.

Acht jaar later liet de KVP het kabinet-Cals vallen: 8 zetels verlies. In 1973 liet DS’70 het kabinet-Biesheuvel struikelen: 2 zetels verlies.

Sindsdien gaat de wijsheid nauwelijks meer op. Zo lieten KVP en ARP in 1977 het kabinet-Den Uyl vallen, maar het nieuw gevormde CDA won 1 zetel. De PvdA maakte een einde aan het kabinet-Van Agt II, maar won toch 3 zetels in 1982. In 2002 bliezen CDA en VVD Balkenende I met de Lijst Pim Fortuyn op, maar beide partijen wonnen daarna licht.

Na de val van Balkenende IV klom de PvdA snel uit het peilingendal. De komst van Job Cohen bleek een nieuwe impuls. Maar er was dan ook een groot virtueel verlies goed te maken. Vandaag blijkt of de PvdA het beter doet dan de 33 zetels uit 2006.

De kleinste regeringspartij krimpt
D66 schoof enkele keren aan als derde coalitiepartij. In 1977 won D66 na het einde van kabinet-Den Uyl nog 2 zetels, maar sindsdien moesten de vrijzinnige liberalen na elk kabinetsdeelname een electorale klap incasseren.

Zo viel D66 in 1982 terug van 17 naar 6 zetels, nadat het een rompkabinet met het CDA had gevormd. De druiven waren ook zuur na Paars I. Dat was altijd een D66-ideaal geweest, maar de kiezer beloonde het niet: in 1998 wonnen PvdA (+8) en VVD (+7), maar D66 verloor 10 zetels.

Met deelname aan het centrum-rechtse Balkenende II zette D66 zelfs het eigen voortbestaan op het spel. De partij liet het kabinet vallen en hield nog slechts 3 zetels over.

Bewijst de ChristenUnie dat het anders kan? Deze partij wist de rol van juniorpartner in Balkenende IV te doorstaan zonder kleerscheuren in de peilingen. CU kan zelfs winst boeken. Wel ging het mis toen partijleider André Rouvoet zich ondoordacht uitliet over de vraag of een homoseksuele kandidaat op de lijst wel of geen vriend mocht hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden