AnalyseTechbedrijven

Technologiebedrijven zijn wapen en speelbal geworden in geopolitieke strijd

Door druk van de Amerikaanse regering staat een grote Chinese bestelling van de Nederlandse chipmachinefabrikant ASML op de tocht. Lang niet het enige techbedrijf dat een speelbal is geworden van een geopolitieke strijd tussen de VS en China. ‘Het gaat hier om mondiale dominantie.’

Een medewerker van Trumpf, een bedrijf dat CO2-lasertechnologie levert aan het Nederlandse ASML, past een van de CO2-lasers aan. Beeld Reuters

Wat hebben wasmachines, koffiezetapparaten en lange-afstandsraketten met elkaar gemeen? Ze bevatten computerchips die gemaakt kunnen worden met de geavanceerde chipmachines van de Nederlandse fabrikant ASML.

Reden genoeg voor de Amerikaanse regering om Nederland onder druk te zetten om de levering van zo’n chipmachine aan Chinese klanten te voorkomen, zo onthulde Reuters maandag. Te gevaarlijk, vinden de Amerikanen: in handen van de Chinezen kan de machine weleens gebruikt worden om chips te maken voor wapentuig als drones en langeafstandsraketten, die een bedreiging vormen voor Westerse landen. De vergunning voor de verkoop is dan ook nog steeds niet verleend.

ASML voegt zich zo bij een rits internationale techbedrijven die ongewild speelbal zijn geworden van geopolitiek getouwtrek, als onderdeel van een wereldwijd wantrouwen over de technologie van de ander.

Het voornaamste voorbeeld in dit spel is Huawei en zijn rol bij de aanleg van 5G (een nieuw, sneller mobiel netwerk). De Verenigde Staten vrezen dat het Chinese telecombedrijf spionage door China zal faciliteren als het zijn apparatuur in Westerse netwerken inbouwt. Mede op stevig aandringen van de VS besloot ook Nederland afgelopen december om Huawei de facto beperkingen op te leggen: nieuwe regels komen er in de praktijk op neer dat het telecombedrijf zal worden geweerd uit de gevoeligste delen van mobiele netwerken.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Drones en satellieten

De VS beperkte meer technologiebedrijven. Door een nieuwe wet, die maandag inging, zijn Amerikaanse bedrijven verplicht een vergunning aan te vragen als ze slimme software willen exporteren waarmee drones en satellieten de omgeving in kaart kunnen brengen (uitgezonderd Canada). En Amerikaanse soldaten mogen geen filmpjes meer maken met de van oorsprong Chinese video-app TikTok, omdat persoonlijke gegevens van militairen en ambtenaren in Chinese handen zouden kunnen komen.

Voor techbedrijven is het steeds lastiger in dit toneel geen brokken te maken. Nadat Google zich terugtrok uit enkele Amerikaanse defensieprojecten vanwege gewetensbezwaren van duizenden werknemers - waaronder de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie die drone-aanvallen nauwkeuriger kan maken - kreeg het bedrijf zelfs rechtstreekse verwijten van het Amerikaanse leger.

Onbegrijpelijk vond bijvoorbeeld generaal Joseph Dunford het dat Google niet wil samenwerken: ‘Het systeem waar wij voor staan heeft het jullie mogelijk gemaakt om te gedijen.’ Ondertussen onderneemt Google wel activiteiten in China, waaronder het aanbieden van clouddiensten, zo klaagde de generaal.

Deze golf van wantrouwen komt niet uit de lucht vallen. Meer dan ooit is technologie vervlochten met de samenleving. Denk aan de recente ransomware-aanval die de Universiteit van Maastricht platlegde. Maar ook aan de vrees voor Chinese spionage of sabotage via de nieuw aan te leggen 5G-netwerken. Het vroegere onderscheid tussen civiel en militair is hoe dan ook ook steeds lastiger te maken, zegt Rob de Wijk, directeur van het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Logisch dus dat zowel bij de discussies rondom Huawei als bij ASML militaire en veiligheidsargumenten worden gebruikt, vindt hij.

Economische supermacht

Toch speelt er volgens De Wijk iets anders mee: de vraag welk land in de 21ste eeuw technologisch voorop loopt, en dus de economische supermacht is. ‘Het klinkt een beetje als James Bond, maar het gaat hier om de mondiale dominantie.’

Een situatie waar sommige grote techbedrijven anders tegenaan kijken dan het op eieren lopende Google. Jeff Bezos, topman van Amazon, pleitte onlangs juist voor meer samenwerking tussen big tech en de Amerikaanse defensie. Als dat niet gebeurt, dreigt het land zijn technologische superioriteit te verliezen, aldus Bezos. ‘Als je tegenover rivalen staat die goed zijn in innoveren, moet je het zelf beter doen.’

Ook Mark Zuckerberg van Facebook besloot in oktober op het sentiment in te spelen: als de Amerikaanse overheid zijn digitale munt gaat dwarsbomen, zoals dreigt te gebeuren, zal China volgens hem een enorme voorsprong opbouwen.

De Wijk noemt de Amerikaanse druk op Rutte om de ASML-deal te schrappen volstrekt logisch. ‘Het is exact dezelfde discussie als rondom 5G en Huawei speelt. De Verenigde Staten dreigen hun technologische en economische hegemonie kwijt te raken en proberen hun positie nu met hand en tand te verdedigen.’

In dit machtsspel zijn de Verenigde Staten en China de protagonisten. Met de laatste als de grote uitdager. Niet alleen groeit China’s politieke rol op het wereldtoneel, zijn producten veranderden het afgelopen decennium van goedkope namaak tot technologische wereldtop – van mobieltjes tot 5G-apparatuur en van gezichtsherkenning tot (sinds kort) elektrische auto’s.

Made in China

De verschuiving van goedkope producent van met westerse kennis gemaakte producten naar technologische voorloper werd in 2015 in het ambitieuze plan Made in China 2025 vormgegeven. ‘Het einddoel is om de door het Westen gedomineerde industriële standaarden te vervangen door Chinese’, aldus sinoloog Henk Schulte Nordholt recent in de Volkskrant. China is zo niet langer een koper, maar een verkoper van technologie. Wat geld oplevert, maar het Westen ook afhankelijk maakt.

Op één vlak is er nog veel werk aan de winkel: de productie van chips. Bedrijven als het Amerikaanse Intel, het Zuid-Koreaanse Samsung en het Taiwanese TSMC maken hier de dienst uit. China speelt tweede viool. Nog wel. Maar met hulp van ASML zou China ook op dit vlak de concurrentie kunnen aangaan.

In de technologieclash tussen de VS en China is Europa een van de voornaamste speelvelden, volgens Maaike Okano-Heijmans, die de relatie tussen Europa en Oost-Azië onderzoekt bij Instituut Clingendael. ‘China heeft uitgesproken dat het de relatie met Europa wil verdiepen. De VS is ondertussen de druk op zijn partners enorm aan het opvoeren om die banden vooral niet te veel aan te halen.’

Cruciale vraag bij dit alles is: wanneer is technologie ‘gewone’ handelswaar en wanneer is het een potentieel wapen? Een vraag waarop Europa onvoldoende antwoord biedt, vindt ze, waardoor bedrijven als ASML tegen wil en dank onderdeel kunnen worden van de krachtmeting tussen China en de VS.

Zou Europa heldere richtlijnen opstellen, dan kan het zelf steviger keuzes maken. En de wil van de VS makkelijker trotseren, want ‘alleen Mark Rutte onder druk zetten is wel wat anders als Macron en Merkel er nog achter staan.’

De eerste stappen van zo’n visie zijn weliswaar gezet binnen Europese Unie, maar louter met een focus op surveillance-technologie. Mensenrechtenschendingen – zoals de onderdrukking van de Oeigoeren, die in China in de gaten worden gehouden met gezichtsherkenning – worden in dat plan een expliciete reden om export te kunnen verhinderen. ‘Goede eerste stappen’, aldus Okano-Heijmans, ‘maar het gaat mij te traag, en het richt zich alleen op surveillance terwijl meer technologieën ongewenste toepassingen kunnen hebben.’ 

Geopolitiek speelveld

Een andere reden dat juist Europa een geopolitiek speelveld kon worden van de VS en China, is volgens haar de technologische afhankelijkheid van andere landen. Het noopte Duitsland en Frankrijk al tot het project Gaia-X; het opzetten van een dataopslagdienst in een poging minder afhankelijk te worden van met name Amerikaanse cloudleveranciers als Microsoft en Amazon.

Andere landen nemen verdergaande maatregelen om hun technologische onafhankelijkheid te verstevigen. Zo is niet alleen Huawei bezig met een eigen besturingssysteem voor mobieltjes als alternatief voor (het Amerikaanse) Android; ook in landen als India en Rusland zijn er plannen in die richting. Eerste slachtoffer is vermoedelijk Google, dat met Android nu nog oppermachtig is.

Verstrekkender zijn nog de plannen van hetzelfde Rusland dat, net als China, een eigen internet ambieert, los van het ideaal van een grensoverschrijdend internet. De vrees voor een zogenoemd splinternet komt daarmee dichterbij. Technologie is een te belangrijk wapen geworden op het internationale strijdtoneel om louter verbindend te zijn.

Hoe beschermen de grootmachten hun technologie?

China: op weg naar technologische zelfvoorziening

Het Chinese dossier waar nationale veiligheid en economie het dichtst bij elkaar komen, en door elkaar heen lopen, is zonder twijfel dat van Huawei. Het Chinese telecombedrijf, dat volgens de Amerikanen onder één hoedje speelt met de overheid en via zijn 5G-netwerken zou spioneren, is door Washington van Amerikaanse technologie afgesneden. Om veiligheidsredenen, klinkt het officieel, maar Trump durft Huawei ook in te zetten als drukmiddel in zijn handelsoorlog.

Dat maakt het wel heel makkelijk voor de Chinezen om zichzelf in een slachtofferrol te wentelen, ten prooi gevallen aan Amerikaanse hypocrisie. Na jaren van dominantie in 3G en 4G kunnen de Amerikanen het niet verdragen dat ze in het 5G-tijdperk de winst moeten delen, klinkt het in Chinese staatsmedia. Om hun eigen bedrijven te bevoordelen, ‘tiranniseren’ ze nu Huawei, met ‘valse beschuldigingen’ en ‘paniekverhalen’.

Maar de Chinezen tonen zich strijdlustig. Hoe meer Amerikaanse tegenwind, hoe harder ze proberen om technologisch zelfvoorzienend te worden. Afgelopen oktober stortte de overheid 26 miljard euro in een fonds voor onderzoek naar cruciale halfgeleiders. Huawei zelf verkocht al 200 duizend 5G-basisstations en ontwikkelde een eigen alternatief voor Amerikaanse chips. ‘Politieke druk zal Huawei niet klein krijgen’, aldus de nationalistische krant Global Times. ‘Laat staan misleidende berichten.’ 

Leen Vervaeke

Verenigde Staten: exportrestricties sinds de Koude Oorlog

Ook tijdens de Koude Oorlog hanteerden de Verenigde Staten al strenge regels om te voorkomen dat gevoelige technologie in handen kwam van de Sovjet-Unie en andere Oostbloklanden. Qua theoretische kennis deden de Sovjet-computerontwerpers misschien niet onder voor hun Amerikaanse collega’s, maar in de praktijk leverde de Sovjet-industrie producten af die aanzienlijk achterliepen op Amerikaanse computers. Via de zogenoemde Cocom, een organisatie waarbij 17 westerse landen aangesloten waren, zagen de VS erop toe dat geavanceerde technologie van Amerikaanse makelij die ook voor militaire doeleinden kon worden gebruikt niet zou worden doorgeleverd aan landen van het Warschaupact.

Daarbij ging het bijvoorbeeld om gps-apparatuur waarvan de Amerikanen bang waren dat die door de Sovjet-Unie voor hun strategische kernarsenaal zou worden gebruikt. Begin jaren tachtig kondigden de VS strafmaatregelen af tegen het Japanse bedrijf Toshiba, nadat het tegen de Cocom-regels in gespecialiseerde computers voor de productie van propellers aan de Russen had geleverd. De Amerikaanse autoriteiten vreesden dat die voor Russische atoomonderzeeërs zouden worden gebruikt.

Destijds was het voor de VS makkelijker om andere landen te dwingen zich te houden aan hun exportrestricties vanwege de voorsprong die ze hadden op technologisch gebied. Nu ook andere landen tot tech-reuzen zijn uitgegroeid, ligt dat minder voor de hand. 

Bert Lanting

Rusland: setje verplichte apps van de regering

Een smartphone kopen zonder apps erop die geselecteerd zijn door de regering? Vanaf juli kan dat niet meer in Rusland. Alle smartphones, computers en slimme tv’s die dan in de winkel liggen, moet volgens een nieuwe wet voorzien zijn van een setje Russische apps, samengesteld door het Kremlin.

De opstellers van de wet zeggen dat de nieuwe regels nodig zijn om Russische techbedrijven te beschermen en om ouderen te helpen. Buitenlandse techbedrijven zouden te weinig doen om hun apparaten gebruiksvriendelijk te maken voor Russische ouderen.

Maar tegenstanders denken dat het Kremlin de wet wil gebruiken om apparaten binnen te dringen. Zo zouden de voorgeïnstalleerde apps heimelijk data van gebruikers kunnen verzamelen, zoals locatiegegevens en berichtenverkeer, zelfs na verwijdering van de app. De Russische regering zal de komende maanden vaststellen welke apps geïnstalleerd moeten worden.

Voor Apple zijn de consequenties het grootst. Het bedrijf staat bekend om zijn strikte controle over de software op iPhones en Mac-computers. De vraag is dan ook of Apple de Russische markt zal verlaten.

De steeds strengere eisen van het Kremlin aan techbedrijven hebben al eerdere slachtoffers geëist. Carrièresite LinkedIn is niet meer bereikbaar voor Russen, omdat het bedrijf weigert gebruikersdata op te slaan in Rusland.

Tom Vennink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden