Technologie is de demonisering voorbij

Hoe is het zo gekomen dat we in Nederland niet veel op hebben met techniek en vrouwen al helemaal niet....

Bij half Nederland gaan de luiken dicht zodra het woord techniek valt. Waarom is het iets voor mannen, vooral voor 'nerds', en niets voor vrouwen? Waarom studeren vrouwen overal in de wereld techniek maar hebben ze hier last van onlogische dameshersenen? Wat is techniek eigenlijk: een fabriek of een ragfijne Ipod?

Harry Lintsen (60) en Ruth Oldenziel (51) weten raad. Lintsen is natuurkundige, bestudeerde als historicus de opkomst van de ingenieur en is hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Oldenziel is hoogleraar Amerikaans-Europese techniekgeschiedenis aan de TU/e en bestudeert de rol van sekse in de techniek.

Dat Nederland begin 21ste eeuw uitliep voor de begrafenis van volkszanger André Hazes en een eeuw eerder nog massaal de straat opging voor ingenieur Cornelis Lely, illustreert, aldus Lintsen, heel aardig de evolutie van de maatschappij. Lintsen: ‘Een ingenieur als Lely was een held in een tijd dat ons land nog bevrijd moest worden van ziekte, schaarste het water.’ In de 19de eeuw moesten overstromende rivieren bedwongen en gekanaliseerd worden, land ingepolderd, dijken aangelegd. Als bekroning van Nederlands’ waterbouwkundig vernuft gold de door Lely bedachte Afsluitdijk (1932) en na de watersnoodramp van 1953, de aanleg van de Deltawerken. Voor waterbouwkundigen en andere ingenieurs was er heel lang genoeg prestigieus werk. ‘De moderne technologie bracht een paar eeuwen lang welvaart en veiligheid’, aldus Lintsen. Dat maakte tot ver in de 20ste eeuw volkshelden van wetenschappelijk geschoolde technici.

In 1798 werd Rijkswaterstaat opgericht, de technische universiteit Delft stamt uit 1842. Strijd tegen het water, de techniek en het bestuurlijk centrum Den Haag, vormen langzaam een bolwerk. Vrouwen komen er niet aan te pas, mannen bepalen de regels en hebben de macht. Wie omkijkt, snapt meteen: Nederlandse vrouwen pasten niet in het soldatenplaatje, noch in de koene waterwerken.

DAMESHERSENEN
Dat vrouwen vandaag de dag in Nederland nog steeds weinig animo voor techniek hebben, heeft volgens Oldenziel niets met dameshersenen te maken: ‘Onzin, zegt ze, ‘er is ook geen ingenieurs-gen’. Poolse en Koreaanse vrouwen kunnen immers wel technisch denken, dus waarom Nederlandse vrouwen niet? Dat Nederlandse vrouwen nu op achterstand staan en vrouwen elders in de wereld ook, zij het veel minder, ligt aan het universele machtsprincipe ‘wie de macht heeft, bepaalt’: wat technisch is en wat niet. ‘Wetenschap was in de 17de eeuw nog grotendeels een ambachtelijk beroep’, legt Oldenziel uit. ‘Je zag getrouwde vrouwen en dochters in het naturalistisch onderzoek en in de instrumentenmakerij. Of man en vrouw runden samen een uitgeverij van atlassen.’ Dan ontstaan onder invloed van de Verlichting nieuwe ‘academies’ als bronnen van kennisverwerving, die worden opgericht en in handen zijn van mannen. De ongeorganiseerde familiebedrijfjes verdwijnen, en daarmee de vrouwen. Ook nieuwe beeldvorming over de vrouw speelt een grote rol: eind 19de en begin 20ste eeuw vragen ‘rationele’ mannen zich af of ‘emotionele’ vrouwen wel geschikt zijn voor een studie. En of de maatschappij niet degenereert door geleerde vrouwen, die zij zien als ‘afwijkingen van de natuur’.

Oldenziel: ‘Zolang een onderzoeksterrein nieuw is en het natuur vorsen en experimenteren niet verbonden is met een professionele hiërarchie, grijpen vrouwen hun kans. Pas als een gebied wordt afgebakend en een vakgebied ontstaat met prestige, zie je vrouwen verdwijnen of onzichtbaar worden. Professionalisering staat bijna gelijk aan vermannelijking en aan uitsluiting.’

In tsaristisch Rusland en centralistisch Frankrijk liep het anders. Daar vonden vrouwen juist een plaats in de nieuwe vakken die verbonden waren met de opkomende industrie: elektrotechniek en technische scheikunde. Voor Russische en Franse jongemannen, die verwachtten carrière te maken in de militaristische staat, was daarin geen eer te behalen: zij lieten de industrie links liggen. Zo komt het dat in elk land de technische wetenschappen een andere status hebben.

In Nederland ontwikkelde het industrieel-technologische complex rond Delft zich voorspoedig. Wie afstudeerde als ingenieur, trad in dienst van Rijkswaterstaat of later in dienst van een multinational zoals Shell of Unilever. Gloeilampfabriek Philips uit Noord-Brabant vroeg Delft om een opleiding technische natuurkunde. Den Haag ging akkoord. Doel was Nederland op te stoten in de vaart der volkeren. Vrouwen uitsluiten ging vanzelf, als bijproduct van de vermannelijking van dit industrieel-technische bolwerk. Oldenziel: ‘Vergeet psychologische verklaringen waarom vrouwen wegblijven, machtsstructuren bepalen de rolverdeling. Het Griekse woord technè betekende tot in de 18de eeuw ‘iets maken’, dat kon ook koekjes bakken zijn of kunst maken. Mannen eigenen zich langzaam het woord toe voor datgene wat zij maken. Zo wordt techniek een cluster van mannelijke makelij.’

Het feestje van de mannelijke ingenieurs duurde van de 19de eeuw tot midden 20ste eeuw. Het hoogtepunt is na de Tweede Wereldoorlog, tijdens wederopbouwjaren, de Deltawerken en aan het begin van de jaren zestig als de welvaart stijgt naar ongekende niveaus. In 1956 komt er ook een TU in Eindhoven, Philips wil zijn kenniswerkers van dichterbij halen.

TERUGSLAG
Dan komt de terugslag. In de jaren zestig gaan studenten rebelleren tegen het establishment. De wetenschap moet uit zijn ivoren toren komen, een klein deel linkse studenten predikt de revolutie. De Amerikaanse bevrijders worden nu op winst beluste CocaCola-brengers. ‘Vietnam’ wordt het symbool van alle slechtheid. Het Amerikaanse leger is een ‘militair-industrieel complex’ dat bestreden moet worden. Techniek staat, sinds de atoombom uit WOII, niet meer voor vooruitgang, maar voor dood en verderf. Grote concerns krijgen nog meer kritiek als in 1972 het Rapport van Rome verschijnt, een waarschuwing dat natuurlijke hulpbronnen worden uitgeput voor de consumptiemaatschappij.

Harry Lintsen studeerde in deze woelige tijd, tussen 1966 en 1972, technische natuurkunde, net toen techniek zijn impopulaire fase inging. ‘Mijn generatie was tegen techniek. Technologie was voor de helft gelieerd aan het militair-industrieel complex.’ Ingenieur Lintsen werd lid van de linkse studentenvakbond SVB en schoolde zich om tot historicus. ‘Daarna ben ik begonnen de geschiedenis van Nederland in relatie tot de techniek in kaart te brengen. Ik wilde een ander beeld van de technologie neerzetten.’ Daar is hij in Eindhoven nog steeds mee bezig. En het tij lijkt mee te zitten. ‘De technologie moet weer nieuwe, grote problemen oplossen.’

NIEUWE KANSEN
Technologie is de demonisering voorbij. Lintsen: ‘Duurzaamheid is hét onderwerp van de toekomst. Oldenziel: ‘De TU/e kent weinig vrouwelijke hoogleraren, maar het streven is om naar een aandeel van ten minste 7 procent te gaan.’ De moderne technoloog is de klasse en nationale grens voorbij, nu moeten de barrières van sekse en etniciteit nog worden geslecht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden