Column

Technocratie en populisme bedreigen democratie

Trump komt me zo langzamerhand de neus uit. Ik kan voorlopig geen stuk over die man meer zien. Wat een orgie aan beschouwingen en analyses is de afgelopen week over ons heen gestort. Die enorme aandacht leek een schuld te moeten inlossen. Men had Donald Trump onderschat. Niet serieus genomen. Als patjepeeër uit een andere wereld afgeserveerd. Die fatale omissie moest worden gecompenseerd. Overgecompenseerd.

Donald Trump tijdens zijn ontmoeting met Barack Obama in het Witte Huis.Beeld afp

En daar waar er eerst onderschatting van Trump was, dreigde nu overschatting. Grote woorden en schelle waarschuwingen knalden voorbij. Het einde van de liberale wereldorde. Het einde van de globalisering. Het einde van het naoorlogs tijdperk. De terugkeer van het fascisme.

In Nederland leek er zelfs sprake van een tweede Fortuyn-moment. Een totaal déjà vu. Men had zich opnieuw laten overrompelen door de 'Opstand der Burgers'. Zelf schrok ik dan weer van dat schokeffect. Alsof we al niet sinds het jaar 2000 bezig zijn met de onstuitbare opmars van het populisme? Blijkbaar dacht men, diep in zijn hart, dat het allemaal toch wel los zou lopen. Wilders de grootste in de peilingen? Ach. De PvdA al jaren flatlined op existentieel lage niveaus? Ach. Een doorbraak van rechtspopulisten, zelfs in naoorlogs Duitsland? Ach. Marine Le Pen op ramkoers voor het Franse presidentschap? Ach, het zal allemaal zo'n vaart niet lopen.

Dat men zo ongeveer gedacht moet hebben, verklaart in elk geval wel waarom 'de politiek verantwoordelijken' meestal gewoon maar met alles doordenderden. Met globalisering, migratie, verzorgingsstaat-afbraak, Europese centralisatie of hyperflexibilisering. Men bewees veel lippendienst aan de populistische dreiging, maar stelde er geen stevig leiderschap tegenover, noch kwam men tot intelligente aanpassing, zoals ik vorige keer al in mijn pre-Trump-column schreef. De spankracht en nieuwe scheidslijnen in de samenleving zijn maximaal onder druk gezet, zoals ook het Zwarte Piet-debat en de slordige omgang met het Oekraïne-referendum brandstichters van Hollands Trumpisme kunnen zijn.

Dat een autoritair nationaal-populist nu de machtigste man op aarde is geworden, is inderdaad wel een schokeffect waard. Opeens is niets meer ondenkbaar. Het is nu niet meer onvoorstelbaar dat Marine Le Pen de volgende president van Frankrijk wordt. Dat de Italiaanse premier Renzi zijn anti-establishment referendum verliest en zo de eurozone weer in crisis stort. Dat in Oostenrijk de Anschluss met Trump tot stand komt via een rechts-populistische president, of dat de PVV van Wilders de grootste partij van Nederland wordt. Als zo'n man als Trump in een westerse democratie de verkiezingen kan winnen, dan is alles mogelijk geworden.

We leven in een grillige en riskante overgangstijd. Er is een treffend citaat van de Italiaanse marxist Antonio Gramsci over zo'n tijd: 'De politieke crisis zit hem in het feit dat het oude afsterft en het nieuwe nog niet geboren kan worden. In deze tussenperiode verschijnt een grote variëteit aan morbide symptomen'.

We zien een afsterven van de oude partijsystemen. We zien, eerst buiten de westerse democratieën, maar nu ook daarbinnen, een opmars van autoritaire leiders. We zien een totale erosie van politieke ideologieën, ideeën en idealen. Politiek is platte sociologie geworden, groepsconformistische identiteitspolitiek. Kijk naar alle analyses van de Trump-overwinning. Die gaan nauwelijks over politieke inhoud, maar alleen over inkomen, ras, sekse, opleiding of woonplaats. Over hoeveel middelbaar opgeleide blanke vrouwen op Trump hebben gestemd. Of hoeveel academische Latino's op Hillary Clinton. Sociologisch determinisme van de meest beklemmende soort: je maatschappelijke positie bepaalt volledig hoe je denkt. Over morbide symptomen van een politieke overgangstijd gesproken.

In de globaliserende wereld is er iets grondigs mis aan het gaan met de democratie. Jan-Werner Müller, Duitse prof in Princeton die vorig jaar op de Universiteit van Amsterdam de eerste Jos de Beus-lezing gaf, heeft het scherp gezien in zijn essay 'What is Populism?'. Er staan twee werelden tegenover elkaar: die van het populisme en die van de technocratie. Beide zijn een ernstige bedreiging van onze democratie, omdat ze het 'pure volk' en de 'alternatiefloosheid van de beleidsoplossingen der experts' verabsoluteren, en daarmee elk politiek meningsverschil, elk pluralisme en elke intellectuele twijfel saboteren.

Het is de hoogste tijd de democratie heruit te vinden, en terug te winnen op populisme en technocratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden