Interview Joop Alberda

Technisch-directeur van de Nederlandse volleybalbond: ‘Een olympische titel kan ons ooit weer overkomen’

De technisch-directeur van de Nederlandse volleybalbond blikt terug op de verloren kwalificatietoernooien (m/v) voor de Spelen van 2020.

Joop Alberda. Beeld ANP Kippa

Een klein jaar voor de Olympische Spelen van Tokio staat de volleybalbond nog met lege handen. De mannen slaagden er afgelopen weekend bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) in Rotterdam niet in een olympisch ticket te pakken. Een week eerder hadden de vrouwen, in Rio nog vierde, er ook al naast gegrepen. Joop Alberda (67), sinds september vorig jaar technisch directeur bij volleybalbond Nevobo, maakt zich geen zorgen.

Zowel de mannenploeg als de vrouwenploeg staat nog met lege handen op weg naar de Olympische Spelen. Hoe kijkt u terug op de verloren OKT’s van de afgelopen twee weken?

‘Over het algemeen met trots. Wat in Rotterdam gebeurd is, had niemand van ons een paar dagen eerder durven voorspellen. Dat we met de nummer twee van de wereld zo’n strijd zouden kunnen aangaan. De ploeg heeft strijdlust en weerstandsvermogen getoond. Het heeft laten zien op de echte weg terug te zijn.

‘De teleurstelling over de vrouwen snap ik heel goed omdat het verwachtingspatroon daar anders was. Maar als nummer vier van de wereld speelden wij tegen de nummer twee, Italië. Dan weet je dat de kans bestaat dat je eruit gaat. De vraag is nu wat we ervan kunnen leren en in die zin is het mooi dat we 365 dagen voor de Olympische Spelen precies kunnen achterhalen wat we moeten doen om daar een medaille te winnen. In het kort heeft het OKT bij de vrouwen informatie opgeleverd en bij de mannen een indicatie.’

U hebt als coach de volleyballers in 1996 naar olympisch goud begeleid. Kan zoiets nog een keer?

‘Het kan altijd. Ik zeg wel eens: als je één superspeler hebt, waar de mensen voor naar het stadion komen, dan mag je meedoen aan EK’s en WK’s. Heb je er twee, dan speel je top-8 en heb je er drie dan doe je mee voor een medaille. Ron Zwerver, Peter Blangé en Bas van der Goor, en je mag ook Henk-Jan Held invullen, waren allemaal bijzondere spelers.’

Wie zijn hun opvolgers?

‘De mannenploeg speelde afgelopen weekend maar met een paar mensen in de basis die vorig jaar verrasten met de achtste plek op het WK. Van sommigen hadden mensen vorig jaar nog nooit gehoord. Ik ben daarom voorzichtig met het aanwijzen van nieuwe sterren. Het is moeilijk te duiden en dit team moet eerst nog een heel eind groeien voordat we kunnen onderscheiden wie het gaan dragen.’

In september staat het EK voor mannen op het programma. Een deel van de wedstrijden wordt in Nederland betwist. Welk belang hecht u aan dat toernooi?

‘De mannen hebben aangetoond dat ze op wereldniveau kunnen spelen, zoals afgelopen weekend. Op het EK hebben we de mogelijkheid om te testen of dat beeld inderdaad klopt. Het EK wordt een prima graadmeter, want de top van de wereld speelt daar. Landen als Italië en Rusland. Daar mogen we tegen spelen en kunnen we weer verder bouwen aan het team. Datzelfde geldt voor de vrouwen.’

In januari krijgen beide ploegen de laatste kans op toegang tot de Spelen in een Europees kwalificatietoernooi. Hoe zijn de kansen daar?

‘Voor beide ploegen wordt het pittig. Ze moet van wereldtoppers winnen. De vrouwen zijn qua plek op de ranglijst daar wel ongeveer de beste en zullen als favoriet worden beschouwd. En als je ambities hebt om olympisch kampioen te worden, dan moet je accepteren dat je ook Europese top moet zijn.’

En wat als het niet lukt?

‘Als we Tokio niet halen, gaan we gewoon door. Het zou een belediging zijn naar toekomstige talenten om te zeggen: deze generatie heeft het niet gehaald, dus we houden ermee op. Zoals we ooit met de mannen olympisch kampioen zijn geworden, kan dat ons ooit ook weer overkomen en dan moet zo’n team meteen kunnen vliegen.

‘Het is mijn taak als technisch directeur om te zorgen dat het Nederlandse volleybal wat handelen, denken en werken betreft altijd op top-8-niveau van de wereld staat. Zelfs als de spelers er niet zijn, denken en handelen we alsof ze er wel zijn. Komen er dan talenten op, dan stromen ze meteen op universitair volleybalniveau binnen en dan hoef je het wiel niet opnieuw uit te vinden. Dat is een fundamentele verplichting van de bond en een fundamenteel recht van het talent.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden