Techniek laat ons winnen

Sleutelen aan het lichaam is misschien wel de nieuwste vorm van doping, Alles voor betere prestaties, tot een operatie van de bekkenslagader toe.

De Spanjaard Sergio Garcia kwam na een matig golfseizoen tot een lumineus idee. Hij besloot zijn ogen te laten laseren, om zo het balletje en de hole beter te kunnen zien. Die ingreep sorteerde direct effect: bij zijn rentree in Qatar vestigde Garcia vorig jaar een baanrecord. Op de wereldranglijst is hij inmiddels opgeklommen naar de achtste plaats.


De behandeling leidde tot weinig beroering in de golfwereld. Veel collega's, onder wie de nummer één van de wereld Tiger Woods, waren hem immers al voorgegaan. In een sport waarin het zien van diepte en het inschatten van afstanden cruciaal kunnen zijn, heeft het verbeteren van ogen amper discussie tot gevolg.


Pikant? Vals spel? Garcia deed niets wat de regels hem verboden. De internationale dopinglijst rept niet van operaties. Herman Ram, directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit, wuift daarom de suggestie weg als zouden zulke ingrepen geoorloofde doping zijn. 'Doping is immers gedefinieerd als een overtreding van de regels. Dus geoorloofde doping is een innerlijk tegenstrijdige benaming', schrijft hij.


Wielrenners, schaatsers en zwemmers: allemaal laten ze sleutelen aan hun lichamen. Honkballers ondergaan schouderoperaties, vanwege slijtage en ontsteking van het gewricht. Judokazwaargewicht Carola Uilenhoed liet ooit haar maag verkleinen, om af te vallen. En de grootste voetballer van het moment, Lionel Messi, kreeg als 11-jarige groeihormonen toegediend. Barcelona betaalde de rekening en haalde het Argentijnse talent in de jeugdopleiding binnen. Zou hij, wanneer hij nooit was ontdekt, ook kunstmatig zijn opgerekt?


In navolging van Ireen Wüst liet ook een andere Nederlandse schaatskampioen, Sven Kramer, zich onlangs aan zijn luchtwegen opereren. Wüst kon slecht ademen, door infecties van haar neusholtes en bijholtes. 'Er is veel troep uitgekomen. Ik heb nog grotere kanalen gekregen', vertelde ze de Volkskrant dit jaar. Een verkouden schaatsster is een schaatsster die niet optimaal kan presteren, zo simpel is het.


Tennisster Simona Halep besloot als 18-jarige tot een rigoureuze ingreep. Het Roemeense talent liet haar borsten verkleinen, ondanks felle protesten van anonieme (vermoedelijk mannelijke) internetters. Ze voelde zich met haar cupmaat 75E belemmerd tijdens het bewegen over de baan, zei ze. Ze kon minder snel reageren vanwege 'het gewicht dat me steeds in de problemen brengt'.


Met cup 75C keerde Halep terug op de tennisbaan. Het effect van haar gedaantewisseling was verbluffend. Ze steeg meer dan 450 plaatsen op de mondiale ranglijst en won alleen al in 2013 zes toernooien. Als de nummer 5 van de wereld heeft ze geen spijt van haar operatie, al weigert ze nog langer vragen erover te beantwoorden.


Halep oogstte complimenten voor haar beslissing - en kritiek tegelijk, ook van veel vrouwen. Waarom liet ze snijden in een jong en gezond lichaam? Waarom trok ze geen extra sport-bh aan, zoals de Zuid-Afrikaanse beachvolleybalster Alena Schurkova adviseerde en zelf zegt te doen?


Mag een sporter veranderingen - verbeteringen - aan zijn lichaam aanbrengen om zo zijn carrière een impuls te geven? Sportfilosoof Ivo van Hilvoorde ziet geen bezwaren. De mens is autonoom genoeg om over zijn eigen welzijn te kunnen waken, vindt hij. In een tijd waarin cosmetische ingrepen als het liften van voorhoofden en het vergroten van borsten terrein winnen, kun je sporters moeilijk verbieden hetzelfde te doen.


De New York Vision Group claimt al van honderden topsporters de ogen te hebben gelaserd, met oud-tennisser Ivan Lendl als de aansprekendste naam. Maar zij vormen nog altijd een minderheid in vergelijking met de groep Amerikanen die jaarlijks zo'n behandeling ondergaat. Dat zijn er volgens het bedrijf 3 miljoen.


De maakbare sporter - in navolging van de maakbare mens? Zover is de evolutie nog lang niet opgeschoten. Ook aan de Winterspelen van Sotsji namen geen cyborgs deel. Wel bobbers in sleeën die miljoenen euro's aan ontwikkelingskosten hadden opgeslurpt. En schaatsers met gepatenteerde, hightech-pakken.


De topsporter heeft zijn leven ingericht op zijn beroep, dat een passie tegelijk is. Hij/zij eet gezond, gaat op tijd naar bed, laat het glas wijn staan en werkt zich dagelijks in het zweet op de training. Het onderhouden van een bloeiend sociaal leven is voor velen een kunst, omdat elke uitspatting ten koste kan gaan van die ene grote droom: olympisch kampioen worden.


Het lichaam is de tempel waarin zij wonen, het fort dat hen tegen klappen en vallen beschermt. Het is hun kapitaal, al kan het kapitaal ook successen in de weg staan. Veel topsporters laten daarom via artsen als Peter Vergouwen bijhouden aan welke kwaaltjes en kwalen ze lijden en welke aandoeningen een obstakel kunnen vormen op de marsroute naar de belangrijkste toernooien.


Judoka Edith Bosch liet eens preventief haar verstandskiezen trekken, omdat ze problemen vreesde in de voorbereiding op de Olympische Spelen van 2008. Die ingreep gebeurde met spoed, want zo veel tijd was er niet meer te gaan voordat ze in Peking de mat op moest. Ze zat bij Vergouwen op de kamer. 'Hij zei: loop maar even mee naar de kaakchirurg, dan regelen we het meteen.'


Was Bosch geen topjudoka geweest, dan had die ingreep misschien nooit plaatsgevonden. Maar achteraf, zegt ze, heeft ze er nooit over getwijfeld of ze haar kiezen wel moest laten trekken. Ook haar amandelen werden verwijderd, en niet zonder reden.


Bosch: 'Ik reageerde sterk op bacteriën. Het aantal witte bloedlichaampjes was niet goed. In oktober werd ik altijd verkouden. Dat stond ook in mijn logboek.' Daarin houdt Vergouwen bij aan welke klachten en kwalen Nederlandse topsporters lijden. De arts is gebonden aan zijn beroepsgeheim en mag dus niet op personen ingaan.


Veel vrouwelijke topsporters krijgen van sportartsen als Gee van Enst het advies om de pil te verruilen voor een van de nieuwe generatie spiraal-tjes waarbij menstruatie achterwege blijft. Menstruatie betekent immers bloedverlies, wat er tijdelijk toe kan leiden dat het lichaam minder zuurstof opneemt. Een daling in de prestaties kan het gevolg zijn.


Van Enst was de eerste sportarts van Nederland en werkte als teamarts bij de schaatsploegen Activia en BrandLoyalty. Dat hij het spiraaltje aanraadt, is volgens hem vooral om een medische reden: als anticonceptiemiddel of wegens lichamelijke klachten. Hij zou het nooit voorschrijven wanneer die klachten ontbreken. 'Dan is het een vorm van oplichterij. Het riekt dan naar een soort dopinggebruik.'


Ex-wereldkampioene Bosch begrijpt waarom sporters soms tot vergaande ingrepen aan hun lichaam overgaan. 'Als sporter zoek je de grens op - in een wedstrijd, maar ook daarbuiten. Hoe kun je harder, sneller, beter gaan? Die winst valt vaak in kleine percentages te behalen. Het verbeteren van je lichaam is net als met doping: het kan helpen.'


De Nederlandse wielrenunie KNWU richtte vorig jaar een ethische commissie in. Het was een van de antwoorden op de golf aan dopingbekentenissen van renners als Lance Armstrong, Michael Boogerd en Michael Rasmussen. Ook een van de eigen werknemers, juniorencoach Grischa Niermann, gaf dopinggebruik toe en stond daarom maandenlang aan de kant bij de KNWU.


In de commissie namen de ethicus Paul Sollie, filosoof Bas Haring, sportarts Hans Smid en afgevaardigden van de wielrenunie plaats. Ze worstelden volgens technisch directeur Thorwald Veneberg met uiteenlopende vraagstukken, in een verwarrende tijd waarin het imago van de sport een knauw had opgelopen. Veneberg: 'We vroegen ons bijvoorbeeld af waarom bijna al onze vrouwelijke toprensters hoog zijn opgeleid en de mannen niet.'


Ook de medische kant van de sport werd tegen het licht gehouden. De populariteit van voedingssupplementen, een gangbare toevoeging aan de menu's van wielrenners (en andere topsporters), kwam ter sprake. Veneberg: 'We hebben ons afgevraagd of het normaal is dat jonge renners al supplementen nemen, omdat ze anders de top nooit zouden halen. Dat is dus niet normaal, vinden wij.'


Ook het groeiende aantal behandelingen aan bekkenslagaderen kwam op tafel. Bij 1 op de 5 wielrenners leidt het vele rondmalen van de benen tot schade aan het bloedvat. Een 'knik' in het bekken kan resulteren in pijn en krachtsverlies. De prestatiecurve daalt, iets wat wielrenner Steven Kruijswijk aan het twijfelen bracht.


'Het probleem belemmerde mijn prestaties, het ging helemaal niet meer zoals ik wilde. Dan is de keuze aan jezelf. Een anonieme knecht worden? Of het risico aanvaarden?', zei de wielrenner van de Belkinploeg vorige maand in het AD.


Maakt dat vooruitzicht het legitiem om onder het mes te gaan? De KNWU vond die discussie interessant en nodigde Goof Schep uit om de populariteit van de behandeling te verklaren. De sportarts promoveerde in 2001 op de tot dan onbekende blessure, waaraan sindsdien talloze wielrenners - profs en recreanten - zijn geopereerd. Alleen al van de Belkinploeg, voorheen Rabobank, lieten Theo Bos, Laurens ten Dam, Dennis van Winden en Kruijswijk zich in het Máxima Medisch Centrum te Veldhoven behandelen.


Schep: 'Hun idee was dat de operatie een vorm van nieuwe doping was. Dat misverstand heb ik uit de weg kunnen helpen.' Veneberg: 'We hebben vastgesteld dat de operatie niet prestatiebevorderend werkt. Maar dan nog, het kan gevaarlijk zijn. Renners, ouders en dokters moeten zich afvragen hoe erg het is als een wielrenner niet meer op hetzelfde niveau verder kan.' Schep: 'Je fietshouding verbeteren moet de eerste stap zijn. Een operatie kan altijd nog.'


Voorheen hoorde je wielrenners nooit over de knik in hun bekkenslagader. Toch is van een modeverschijnsel geen sprake, volgens Schep. 'Het is geen trend. Een feit is dat de wetenschap een stuk verder is met deze behandeling.'


Schep probeert renners altijd van een operatie af te houden: 'De sporters die bij ons komen, hebben vaak geen inzicht in hoe zwaar de behandeling is.' Bij zware ingrepen is er immers een kans op overlijden - de Zuid-Afrikaan Ryan Cox stierf in 2007 aan de gevolgen van zo'n operatie. Bij wielrenner Van Winden trad vier weken na de operatie wondinfectie en nabloeding op. Hij belandde met 42 graden koorts in het ziekenhuis en is, ook na een tweede behandeling, nog altijd niet de oude.


Ook wielrenster Annemiek van Vleuten kende de gevaren, toen ze in 2009 de eerste behandeling aan haar bekkenslagader onderging. 'Ik had er goed over nagedacht. Ik ben een gezond persoon, zuinig op mijn lichaam en ik vraag al veel van mezelf met topsport. Ik wil dat mijn lijf nog langer meegaat, moest ik het dan wel doen? Het is niet helemaal duidelijk wat zo'n operatie op de lange termijn doet.'


Nadat ze eind 2010 aan haar andere been was geopereerd en weer op de fiets stapte, sloeg de schrik haar om het hart. 'Ik voelde me na deze operatie vele malen slechter dan ervoor. Als ik op een gewone fiets reed, verzuurde ik al. Het was een jaar voor de Spelen en ik kwam niet eens op het niveau van voor de operatie.'


De vraag is of zo'n behandeling opweegt tegen de klachten die met een beknelde ader gepaard gaan. Schep: 'Het is niet te vergelijken met een bypassoperatie van het hart. Daarmee is het simpel: behandel je niet, dan is de kans op overlijden groot. De klachten bij dit probleem kunnen heel hinderlijk zijn en een verdere carrière belemmeren. Maar ze zijn niet levensbedreigend.'


Precies daarmee onderscheidt de topsporter zich van de recreant, of de niet-sportende mens. De topsporter heeft altijd zijn carrière voor ogen en wil maar een ding: beter worden. Voor velen is de sport hun leven geworden. Stoppen, al dan niet vanwege lichamelijke klachten, voelt daarom een beetje als doodgaan.


Van Vleuten stond ook op die tweesprong toen ze, via haar trainer, achter de (genetische) oorsprong van haar klachten kwam. Vanwege de operaties moet ze elk jaar laten controleren of het bloedvat in haar lies niet te veel is verwijd. 'Elk jaar controleren, dat is nogal wat. Maar aan de andere kant: het risico was dat ik anders moest stoppen. En ik vind de sport veel te mooi.'


Ze heeft er geen spijt van dat ze tot drie keer toe onder het mes is gegaan. Eenieder die twijfelt aan het nut van haar behandeling, kan ze overtuigen met harde cijfers. Voor haar eerste operatie in 2009 was de tophonderd van de wereldranglijst ver uit het zicht. 'Daarna haalde ik 25 keer het podium bij een internationale wedstrijd en eindigde ik op dezelfde ranking rond zesde of zevende plaats. Het jaar van mijn operatie was het jaar van mijn doorbraak.'


ONEERLIJKE CONCURRENTIE

In 2012 kwam de Zuid-Afrikaan Oscar Pistorius uit op de Olympische Spelen van Londen. Hij was de eerste atleet met kunstbenen die zich op olympisch niveau met de valide sporters mocht en kon meten. Lange tijd is er door de sportbonden gediscussieerd of dit geen oneerlijke concurrentie was, tot het hoogste orgaan - het internationaal sporttribunaal (CAS) - aan toe. Deze 'mechanische doping' zou immers door de technologische ontwikkling het failliet van de topsport kunnen betekenen. Zo'n vaart is het niet gelopen. De kunstbenen, ook die van de Nederlandse olympisch kampioene Marlou van Rhijn, moeten aan de (wetenschappelijke) eis voldoen dat ze invalide sporters geen oneigenlijk voordeel bieden op valide sporters, zo is dat vastgesteld door het CAS in 2008 tijdens de zaak-Pistorius. Daardoor liep de Zuid-Afrikaan in 2012 op kunstbenen uit 1996. Die waren overigens even lang als de benen die hij zonder geboortedefect had gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden