Techniek en ijdeltuiterij Nederlands Dans Theater schittert op Edinburgh International Festival

De Schotten zijn altijd al trots geweest op hun Edinburgh International Festival, maar dit jaar - de vijftigste editie - wordt het als nooit tevoren gekoesterd....

Waarom of hij zijn haar had geknipt.

Dat was de belangrijkste vraag aan de Amerikaanse regisseur en choreograaf Mark Morris, die ook dit jaar weer een van de hoofdgasten is op het Edinburgh International Festival. Mark Morris is het troetelkind van Edinburgh en zeker van de vrouwelijke journalisten, die al jaren enthousiast over Morris en zijn dansgroep berichten. Op de persconferentie deze week lachte en glom hij naar alle kanten, vooral naar de talrijke persfotografen en cameraploegen.

Mark Morris onthulde dat zijn moeder vreselijk moest wennen aan zijn nieuwe coupe en vroeg de journalisten wat ze van zijn nieuwe blouse vonden. En, o ja, dat zijn nieuwe ballet wordt gedanst zonder muziek, een unicum in zijn oeuvre, heeft te maken met zijn zoektocht naar de stilte. Ja, New York, weet u wel, altijd druk, iedereen altijd opgejaagd. Daarom komt hij zo graag naar Edinburgh, drie weken in augustus, om de hitte van New York te ontvluchten. En hij kon zijn publiek geruststellen: hij is van plan tot in lengte van jaren naar Edinburgh te blijven komen.

Waar het onvoorwaardelijke vertrouwen van de festivalprogrammeurs op berust, is een raadsel. Ook het programma dat The Mark Morris Dance Group dit jaar liet zien, is glad, oppervlakkig en dodelijk saai. Morris, in het verleden een blauwe maandag artistiek leider van het ballet van de Brusselse Muntschouwburg, zet de ene keer een cd op met muziek van Pärt, dan weer Purcell of Monteverdi, en dit jaar een aantal madrigalen. Als het maar klassiek en bekend is. Zijn dansers laat hij op die muziek bewegingen maken die het midden houden tussen acrobatiek en het lopen van een modeshow.

Kermis der IJdelheden.

Maar het is druk op de kermis, Edinburgh staat op zijn kop, meer dan ooit: het Edinburgh International Festival viert zijn vijftigste verjaardag. Het festival behoort tot de toonaangevende culturele evenementen van Europa en brengt dit jaar voorstellingen van onder anderen Pina Bausch, Peter Stein, de Martha Graham Dance Company, Robert Wilson, Robert Lepage. Er is ook een groot aantal opera's en concerten. Zelfs orkesten als The New York Philharmonic Orchestra en het Russian National Orchestra komen naar Schotland. Opera's van Gluck worden geregisseerd door Pina Bausch (Iphigenie auf Tauris) en, ja daar is hij weer, Mark Morris (Orfeo ed Euridice).

Nederland is sterk vertegenwoordigd. Deze week treedt het Nederlands Dans Theater vier keer op met werk van Jirí Kylián en Paul Lightfoot; later deze maand dirigeert Frans Brüggen het Orkest van de Achttiende Eeuw. In het Fringe-festival,'s werelds grootste alternatieve theaterfestival met veertienhonderd (!) voorstellingen, staat dansgroep Reflex, en ook Hans Liberg is weer aanwezig. In het Fringe-magazine wordt hij aangekodigd als 'comedy maniac music guru, absolutely sensational'.

Het prestigieuze International Festival is vooral bedoeld voor de wat chiquere en verwende kunstliefhebbers uit heel Groot-Brittannië. Fringe, dat in dezelfde periode wordt gehouden als het grote internationale festival, trekt jongeren-met-rugzak uit de hele wereld die afkomen op een sfeer die onverminderd doet denken aan het Festival of Fools, dat in de jaren zeventig Amsterdam op stelten zette. Het is één grote parade van wit geschminkte gezichten, hoge hoeden, steltlopers, dansmariekes en stand-up comedians die kilo's folders uitdelen. Op straat althans, want in de theaters gebeuren vaak opmerkelijke dingen, zoals een lesbische kijk op Tsjechovs Drie Zusters en een Russische Macbeth die wordt opgevoerd in een middeleeuws kasteel.

Steeds belangrijker wordt het Edinburgh Filmfestival, dat eveneens zondag werd geopend met een sterrenparade waarin Sean Connery de meeste aandacht trok. Connery's komst werd door de kranten aangegrepen om een steeds sterker wordende vrijheidsdrang aan te wakkeren. 'A local hero is back', schreef The Scotsman, die verder uit de mond van de 65-jarige filmster optekende dat hij verlangde naar een bevrijd Schotland.

Anders dan bij de andere grote Europese festivals is ook de man in de straat trots op wat er hier allemaal gaande is. Het gekkenhuis (intens vastlopend verkeer, lawaai, nachtbrakers) wordt op de koop toe genomen, ja zelfs gekoesterd. Zo maar tijdens een busritje vertelt zo maar een vrouw dat Edinburgh in wezen permanent de Culturele Hoofdstad van Europa is. Braveheart, de grote Oscarwinnaar van dit jaar, wordt - hoewel gemaakt door een Australische regisseur met Amerikaans geld - gezien als een erkenning met terugwerkende kracht voor de Schotse vrijheidsstrijd. Filmkenners voorspellen dat de nieuwe Schotse cinema het helemaal gaat maken, en dat de (inderdaad) briljante film Small Faces niet zo maar een toevalstreffer is. En dat hier zoveel buitenlandse kunstenaars en bezoekers komen, komt omdat Schotland zo Europees, ja, zo werelds denkt.

Tegenover al die euforie stond het pessimisme van professor George Steiner, die zondag de traditionele openingsrede hield. Steiner, buitengewoon hoogleraar moderne Europese literatuur aan de Universiteit van Oxford, liet zijn gehoor weten dat een festival als dit niet meer van deze tijd is. Volgens Steiner heeft het geen zin een staalkaart van kunst te tonen: die kunst bestond al - wéér een opvoering van Gluck -, en is dus behoudend. Kunstenaars zouden meer energie moeten steken in nieuwe kunst, gericht op de toekomst. Ze moeten, aldus Steiner, meer gebruik maken van de wetenschap en de technologie.

Wat dat betreft werd Steiner in Edinburgh op zijn wenken bediend. Twee van de hoogtepunten van de eerste festivalweek, althans op papier, zijn de Hamlet-bewerking Elsinore van Robert Lepage en Orlando van Robert Wilson - twee voortrekkers van het high-tech theater.

Maar Edinburgh is een van die hoogtepunten al weer kwijt, nog voordat het publiek er een glimp van heeft kunnen opvangen. Woensdag werd besloten alle voorstellingen van Elsinore af te gelasten. Reden: een technisch defect aan een van Lepages immense theatermachines, een defect dat zelfs na twee dagen onafgebroken sleutelen niet kon worden verholpen. Het leverde het festival een schadepost van bijna 300 duizend gulden op.

Elsinore, dat eerder dit jaar wel was te zien in Brussel en binnenkort naar Groningen komt, is een productie van tweeëneenhalf uur waarin Lepage zich heeft omringd met een supersonische, high-tech constructie van licht, geluid, video, film, laser- en stroboscoopstralen. Met elementen uit Shakespeares Hamlet wil Lepage in dit megalomane project de twijfel van de kunstenaar onderzoeken in een wereld die steeds meer door de techniek wordt gedomineerd. Nu Lepage door zijn eigen techniek is gevloerd, leidt dat in festivalkringen tot veel gegniffel. Critici en publiek roepen ineens om het hardst dat het theater weer terug moet naar zijn bron: het vertellen en uitbeelden van verhalen, ter lering en vermaak.

Een theatermaker die geavanceerde techniek probeert toe te passen, verzandt al gauw in bombast of in een technisch hoogwaardige voorstelling die alleen maar wil imponeren. Dat laatste is zonder meer van toepassing op Orlando, de nieuwe voorstelling van regisseur Robert Wilson en actrice Miranda Richardson die hier in wereldpremière is gegaan. Wilson is uitgeroepen tot 'Man of the Festival 1996' omdat hij naast Orlando ook de opera Four Saints in Three Acts naar een tekst van Gertrude Stein regisseert. Miranda Richardson is op dit moment een van Engelands meest gevierde actrices die moeiteloos overstapt van een Shakespeare-vertolking op Westend naar een film als The Crying Game. Binnenkort is ze te zien in Robert Altmans jazzfilm Kansas City.

Richardson is een actrice die, nu ze alles al heeft gedaan, eens iets heel anders wil. Een toneelversie van Virginia Woolfs roman Orlando bijvoorbeeld, zo ongeveer het meest gecompliceerde boek om voor theater te bewerken. Ze stapte naar Wilson, die nog nooit van haar had gehoord en toch ja zei. Omdat hij na het zien van een paar van Richardsons films onder de indruk was geraakt. 'Ik ben een beetje moe van acteurs die zo graag laten zien dat ze op toneel staan te denken, zoals veel Duitse acteurs doen met wie ik vaak werk. Miranda heeft die behoefte niet', zei Wilson - met Richardson naast hem - op een ontmoeting met de pers. 'Ze staat open voor indrukken van buitenaf. Ze vertelt een verhaal met heel haar lichaam, soms zegt ze meer door het bewegen van een elleboog dan met haar mond.'

Richardson gaf die ochtend een feilloze demonstratie van wat Wilson zo mooi aan haar vond. Zelden een actrice gezien die met lichaamstaal haar toehoorders zo naar haar hand wist te zetten. Over de armen en vooral de handen van Miranda Richardson zou een theaterwetenschapper eens een scriptie moeten schrijven. Handen die als gekrenkte vlinders door de lucht fladderen, handen die strelen en het haar schikken dat niet geschikt hoeft te worden omdat alles aan Miranda perfect is, handen die uitnodigen, uitdagen, afhouden. Tijdens de voorstelling waren ze er weer, die handen, maar vastgenageld aan een strenge regie van Wilson.

De voorstelling Orlando is één grote demonstratie van virtuositeit, en is daardoor volstrekt bloedeloos. Een actrice laat zien dat ze alles kan (van een man in een vrouw veranderen, schreeuwen, fluisteren, dansen, mooi liggen, mooi staan, mooi lopen), een regisseur laat zien dat hij heer en meester is over de techniek. Richardson acteert ongelooflijk, Wilson tovert verbazingwekkende plaatjes in een voorstelling die vooral cool is - een uitputtingsslag van meer dan twee uur. De actrice doorstaat die krachttoer met glans, het publiek blijft bekaf en onaangedaan achter. Van Virginia Woolfs fantasierijke spel met tijd en rolpatronen blijft niets anders over dan design-theater.

En zo werd het Nederlands Danstheater, in deze eerste week van het festival, de grote sensatie. Het gezelschap van Jirí Kylián is in twintig jaar nog maar twee keer in Engeland geweest, en in Schotland nog nooit. Het publiek in Edinburgh wist niet wat het zag. Verbijsterd keek het naar de onwaarschijnlijk goede dansers en naar de duizelingwekkende choreografieën van Kylián en van zijn leerling Paul Lightfoot. Gedanst werden Kyliáns Psalmensymfonie uit 1978, Bella Figura uit 1995, en het splinternieuwe Start to Finish van Paul Lightfoot, dat dit jaar tijdens het Holland Festival in première gegaan. Reikhalzend werd al uitgekeken naar het tweede programma van het NDT, met onder meer 'Falling Angels'.

Het werd een enerverende avond, met danskunst die niet bleef steken in het vertoon van superieure kunstjes of ijdeltuiterij. Het Nederlands Dans Theater combineert klassieke technieken met een moderne visie op dans en Kyliáns; Lightfoots werk gaat over hier en nu en morgen. Met humor, ironie, soms ook heel ontroerend, geven de dansers van het NDT inzicht in the struggle for life, variërend van het behagen van je geliefde tot pure doodsangst.

'Het repertoire dat Kylián met dit verbazingwekkend goede gezelschap de afgelopen twintig jaar heeft opgebouwd, behoort tot de beste danskunst van de twintigste eeuw', schreef The Scotsman. 'Wat een superieur complete groep is dit en hoe bijzonder weet Kylián de geest te voeden', voegde The Herald daaraan toe.

Zo kreeg deze jubileumeditie van het Edinburgh International Festival een mooi geschenk. Het NDT zal ongetwijfeld worden opgenomen in de Festival-annalen, waaruit dezer dagen zo veelvuldig wordt geciteerd. Er is een prachtig fotoboek verschenen over de geschiedenis van het festival en veel kranten publiceren overzichtsartikelen. Oudere critici reppen nog steeds over Marlene Dietrich, die hier in 1965 optrad en na drie dagen iedereen tot waanzin had gedreven. En over Ian McKellen die hier in 1969 zowel Richard II als Edward II speelde, over Elisabeth Taylor en Richard Burton, die hier kwamen ruziën, en over Maria Callas, die hier in 1957 Bellini's La Sonnambula zong.

Het lijkt wel of het leven in Edinburgh slechts twee maanden per jaar zin heeft. In augustus, als de festivals er zijn, en in december, als het kerstmis is. In de hal van het hotel is deze week al een kerstboompje neergezet. Er hangt een bord boven met daarop alle informatie over de voordelige kerstarrangementen van dit jaar. En een paar honderd meter verwijderd van de straatartiesten op de Royal Mile is het nu al druk in Ye Olde Christmas Shoppe. Het moet wel heel gek lopen willen de Schotse kerstbomen dit jaar niet zijn opgetuigd met blauwe ballen en gouden strikken.

Edinburgh International Festival. Tot en met 31 augustus. Informatie 0044-131-2264001.

Edinburgh Fringe Festival. Informatie 0044-131-2265257.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden