Te scherp om alleen feministe te zijn

In Londen is gisteren op 94-jarige leeftijd de schrijfster Doris Lessing overleden. In 2007 werd haar, als eerste vrouwelijke Britse auteur, de Nobelprijs voor literatuur toegekend.

'De koffie was undrinkable, het eten unspeakable en de kleding ghastly. Maar de culturele atmosfeer was een geweldige verademing.' Aldus Doris Lessing, toen ze en aantal jaren geleden in een interview met de Volkskrant terugblikte op haar emigratie van het toenmalige Rhodesië naar Londen.


'Het was 1949. Londen lag er verarmd en kapotgebombardeerd bij, in de wintermaanden maakte de smog het ademen soms bijna onmogelijk, alles was op de bon.' Maar voor de eigenzinnige Lessing, die naast 150 Britse pond enkele korte verhalen en het manuscript van haar eerste roman The Grass Is Singing in haar bagage droeg, was het alsof ze eindelijk aankwam waar ze thuishoorde.


Lessing werd op 22 oktober 1919 in het toenmalige Perzië geboren en verhuisde zes jaar later met haar ouders naar Zuid-Rhodesië, het huidige Zimbabwe. Haar eigenzinnige karakter openbaarde zich al op jeugdige leeftijd, toen ze op 14-jarige leeftijd gillend de schoolbanken verliet en een jaar later uit huis ging. 'Ik heb mijn hele opleiding uit boeken gehaald', zei ze bij herhaling. Lessing was volledig autodidact. Het weerhield haar er niet van uit te groeien tot een van de belangrijkste naoorlogse Britse schrijvers.


Lessings koloniale jaren zijn voor een belangrijk deel bepalend geweest voor haar literaire loopbaan. Ze vond het leven als expat in Afrika dermate beklemmend en geestdodend dat ze voortdurend haar toevlucht zocht in boeken.


Na twee mislukte huwelijken - een met de keurige ambtenaar Frank Wisdom, met wie ze twee kinderen kreeg, en een met de Duitse communist Gottfried Lessing (één kind, dat ze meenam naar Londen) - besloot ze het provinciale koloniale bestaan voorgoed in te ruilen voor een leven in het hart van de Britse cultuur.


Het 'dubbele perspectief' dat haar jeugdjaren in Afrika en haar volwassen bestaan in Londen haar opleverde, beschouwde Lessing als buitengewoon vruchtbaar. Het verschafte haar, zo meende ze, niet alleen een zekere distantie, maar ook een verscherpte blik.


Lessing werd lid van de Communist Party Writers Group, maar keerde de partij in 1954 de rug toe. Met de publicatie van Martha Quest (1952) begon de schrijfster aan wat zou uitgroeien tot een vijfdelige reeks romans: The Children of Violence. Deze in veel opzichten autobiografische boeken gaven uiting aan Lessings afkeer van het traditionele gezin (het achterlaten van de twee kinderen uit haar eerste huwelijk is haar lang nagedragen) en tonen nadrukkelijk de sporen van haar betrokkenheid en latere verwerping van de communistische ideologie.


Begin jaren zestig publiceerde Lessing wat haar beroemdste boek zou blijken: The Golden Notebook. De roman werd vrijwel onmiddellijk omarmd door de feministische beweging, die rond die tijd was begonnen te ontstaan, en Lessing werd ongevraagd tot een feministisch boegbeeld gebombardeerd.


'Ik heb nooit iets gemeen gehad met de feministen, omdat zij elke vorm van geestelijke flexibiliteit missen', zei ze hierover. 'De gedachte dat mannen ook aardig kunnen zijn, dat je plezier met ze kunt hebben, komt nooit bij hen op. The Golden Notebook beschrijft de geestelijke strijd van een vrouw die in het reine probeert te komen met de verschillende, conflicterende rollen die ze moet vervullen. Maar het was nooit bedoeld als het feministische traktaat dat menigeen ervan gemaakt heeft.'


Een van de opmerkelijke kanten aan Lessings schrijverschap was dat ze zichzelf voortdurend is blijven vernieuwen. In de jaren vijftig en zestig waren veel van haar boeken vooral geïnspireerd door politieke en sociaal-maatschappelijke thema's. Vervolgens verschoof het accent naar een meer psychologische benadering.


Eind jaren zeventig begon ze aan de vijfdelige sciencefictionreeks Canopus in Argos - zelf gaf ze de voorkeur aan de term 'space fiction' - die deels geïnspireerd was op de inzichten van het soefisme, zoals die Lessing waren bijgebracht door haar vriend en leermeester Indries Shah. De literaire kritiek had over het algemeen weinig waardering voor deze reeks. Lessing zelf beschouwde de boeken - die verschenen tussen 1979 en 1983 - als het hoogtepunt van haar oeuvre.


Halverwege de jaren tachtig keerde Lessing terug naar het realisme, met knappe boeken als The Good Terrorist (1985) en het tweeluik The Fifth Child (1988) en Ben, in the World (2000), waarin ze zich, in de nature-versus-nurture-discussie, nadrukkelijk uitsprak voor het eerste.


Naar later zou blijken had ze, om aan te tonen hoe moeilijk aankomende schrijvers hun werk gepubliceerd kregen, in deze zelfde periode ook twee romans geschreven onder het pseudoniem Jane Somers. De boeken werden inderdaad geweigerd door haar eigen uitgeverij, die van niets wist, en uiteindelijk elders gepubliceerd. De schaarse kritieken waren gematigd enthousiast, hoewel één recensent de toon van de jonge Doris Lessing meende te herkennen.


In de jaren negentig schreef Lessing met Under My Skin en Walking in the Shade de eerste twee delen van haar autobiografie en gaf daarmee een fascinerend inzicht in haar leven tot 1962. Toen ze aan het derde deel wilde beginnen, realiseerde ze zich dat veel van de mensen die erin voor zouden komen nog leefden, onder wie heel wat bekende persoonlijkheden.


'Ik wil het ze niet aandoen allerlei persoonlijke zaken over hen te onthullen. Maar omdat ik toch over die periode wilde schrijven, kwam ik met een roman.' Dat werd The Sweetest Dream (2001), een boek waarin ze vertelde hoe ze in de jaren zestig aan het hoofd stond van een soort extended family, die bestond uit vrienden van haar zoon: jongelui die niet meer bij hun ouders wilden wonen en onderdak vonden bij de schrijfster.


Hoewel veel critici van mening zijn dat Lessing haar beste werk in de jaren vijftig en zestig schreef, tonen late boeken als The Sweetest Dream, Love, again (1996) en The Grandmothers (2003), aan dat Doris Lessing, ook in de herfst van haar loopbaan nog uiterst vitale literatuur produceerde.


Toen ze in 2007, als oudste schrijver in de geschiedenis van de onderscheiding, de Nobelprijs voor literatuur ontving, vroeg ze in haar dankwoord onder meer aandacht voor de ongelijkheid in de wereld. De toespraak werd in boekvorm uitgegeven en de opbrengsten kwamen ten goede aan kinderen besmet met het hiv-virus.


Vlak voor haar 90ste verjaardag publiceerde Lessing haar laatste boek, Alfred & Emily (2008), een opmerkelijk levendig en avontuurlijk geschreven portret van haar ouders, alsook van haar eigen ambities als aankomend auteur. Het was een waardige afronding van een bijzonder schrijverschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.