Te romantisch voor de rol van Lenin der Lage Landen

Geboren: 20 april 1860 in Leeuwarden. Oprichter van: Gysbert Japicx, befaamde vereniging van Friese rederijkers. Vader van: kunstschilder Jelle. Broer van: Dirk, maker van vele socialistische strijdliederen....

Pieter Jelles, dichter, zanger met je leuke, lange neus...

ZO ZONGEN de meisjes in het Friesland van 1880. De seksuele implicatie was overduidelijk; tegenwoordig zouden ze groupies heten. Pieter Jelles Troelstra had wel iets van een popzanger. Met zijn zelfgemaakte, romantische gedichten in de Friese taal trok de mooie jongen van dorp tot dorp. Hij speelde ook waarzegster - in vrouwenkleren - en voorspelde steevast het aardigste famke dat ze straks een vrijer aan de deur zou zien. De voorspelling kwam altijd uit: Pieter Jelles kwam zelf.

Zijn grootste faam dankt de politicus Troelstra aan zijn grootste echec: de 'revolutiepoging' van 1918. Dat staat bewust tussen aanhalingstekens, want het was een krakkemikkige onderneming. Van enige voorbereiding, toch niet onhandig bij een staatsgreep, was geen sprake. In feite ging het om slechts twee toespraken, die achteraf gezien niet eens zo vreselijk opruiend waren.

'Wij zijn in een revolutionaire toestand. Wij zijn de nieuwe klasse, die rijp is en in staat de afgedankte heersende klasse te vervangen. De arbeidersklasse staat voor een geweldige taak. Verzuimt het ogenblik niet, grijpt de macht die u in de schoot geworpen wordt', betoogde Troelstra op 11 november 1918 tijdens een SDAP-bijeenkomst in Rotterdam.

Een dag later zou hij, in de Tweede Kamer, de bourgeoisie-regering voorhouden: 'Het is te laat, mijne heren! Uw stelsel, uw burgerlijk stelsel, is langzamerhand vermolmd en verrot. Het zal u moeilijk vallen, wanneer gij geweld wilt gebruiken, iets anders uit te lokken dan een geweld dat sterker is dan het uwe.'

Maar het wás niet te laat. Troelstra, nog altijd de romanticus van zijn Friese tournees, bleek op het verkeerde been gezet door woelige gebeurtenissen elders: de Russische revolutie en de overhaaste abdicatie van Wilhelm II, die zojuist in Nederland asiel had gevraagd. Het leek er even op dat ook Nederland rijp was voor een omwenteling. Op de Harskamp waren militairen aan het muiten geslagen. Troelstra dacht dat de gevestigde orde niet meer op leger en politie kon rekenen in deze tijd van schrijnende armoede, gebrek en, aan de andere kant, schandelijke oorlogswinsten. Dat was een misrekening. De soldaten wilden alleen maar snel demobiliseren en naar huis.

De regering-Cort van der Linden counterde dan ook snel met een proclamatie: 'Tegenover de aankondiging dat een minderheid naar de macht zal grijpen, heeft de regering besloten in het belang van de rechten en vrijheden van het hele volk het gezag en de orde te handhaven.' Dat bleek genoeg. Troelstra had de Nederlandse arbeidersbeweging zijn idealisme toegedacht, en dat bezat ze niet.

Op 18 november 1918 vertoonde zich de 'contra-revolutie' op straat. Koningin Wilhelmina en de 9-jarige Juliana werden op het Haagse Malieveld gehuldigd. Militairen spanden de paarden van het koninklijk rijtuig uit en trokken zelf de koets voort. Lange tijd schreven historici dat dit een spontane opwelling was. In werkelijkheid ging het om een terdege ingestudeerde PR-actie.

Troelstra kreeg een zenuwinzinking, zoals hij vaker op cruciale momenten fysieke problemen tegenkwam.

Had Pieter Jelles - een achternaam zouden zijn trouwe volgelingen altijd overbodig blijven vinden - de Lenin der Lage Landen kunnen worden? Hij was er niet strikt genoeg voor in zijn eigen socialistische leer. In het parlement achtte hij compromissen met de bourgeoisie onvermijdelijk. Later, later zou dat allemaal anders worden, vond hij, maar nu: 'Wanneer kanalen gegraven moeten worden en grond ontgonnen, dan moeten wij meedoen, omdat zulke werken de algemene ontwikkeling bevorderen, ook al worden daardoor kapitalistische en burgerlijke belangen gebaat.' De sociaal-democratie beschouwde hij als een noodzakelijke tussenvorm, op weg naar een echt socialistische staat.

Troelstra had ook te weinig oog voor de organisatorische kant van het SDAP-leiderschap. Politiek voorman wilde hij zijn - vandaar ook zijn langdurig hoofdredacteurschap van Het Volk -, maar de partij zelf liet hij over aan anderen. De enige keer dat de SDAP in zijn tijd dicht bij een ministerschap was (1913), was het Troelstra zelf die de kans om zeep hielp, tot groot ongenoegen van zijn kamercollega's Vliegen en Schaper, die wel degelijk regeringsmacht wilden. Het zou tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog duren voordat er een SDAP'er in het kabinet kwam.

Socialist werd de jongeman uit burgerlijk-liberale kring - vader Jelle was belastingontvanger en directeur-eigenaar ener brandwaarborgmaatschappij - door de ellende die hij zag op het Friese platteland. 'Ik moet, het is mijn roeping', zou hij zijn vader, die geheel andere plannen met hem had, hebben toegevoegd. Zo staat het in Troelstra's eigen Gedenkschriften, en vrij zeker is het dichterlijke vrijheid, maar buiten kijf blijft dat hij vanaf de oprichting (1894) tot zijn terugtreden (1925) de overheersende figuur was in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij.

Pas op betrekkelijk late leeftijd (22) kon hij in Groningen rechten gaan studeren; zijn vader hield dat aanvankelijk tegen. Als advocaat werkte hij - de roeping! - merendeels pro deo. Het gezin leed lange tijd betrekkelijke armoede. De eindjes konden aan elkaar worden geknoopt omdat Troelstra's echtgenote grote faam genoot als schrijfster van kinderboeken (nom de plume: Nienke van Hichtum, bekendste boek: Afke's Tiental).

Het huwelijk zou overigens niet stand houden. In 1908 liet Troelstra zich scheiden en hertrouwde al twee maanden later, wat binnen en buiten de partij nogal wat opwinding veroorzaakte.

Ondanks het echec leverde de revolutiepoging van 1918 een aantal dingen op. De burgerlijke partijen waren er heviger van geschrokken dan aanvankelijk leek. Er zou voortaan wat humaner geregeerd worden.

Troelstra bleef binnen zijn partij onverminderd populair en bij zijn terugtreden in 1925 - hij was 65 en volkomen opgebrand - was er voor zijn huis in Scheveningen een enorm defilé. Het NVV bood hem als afscheidsgeschenk het Troelstra-oord op de Veluwe aan. Hij zette zich aan het schrijven van zijn vierdelige memoires. Een deel ervan moest gedicteerd worden omdat hij na een beroerte niet meer zelf kon schrijven. Het laatste deel werd na Troelstra's dood voltooid door zijn secretaris, H.B. Wiardi Beckman.

Friesland en het Fries lagen hem zeer na aan het hart, maar de verheffing van de arbeiders vormde zijn levensdoel. Als politicus is hij nog altijd omstreden. Veel later zou men concluderen: zijn praktische zin drong hem naar rechts, zijn revolutionair gevoel naar links. De strijd ging in de oude SDAP voortdurend tussen radicalen en hervormingsgezinden. De keus heeft Troelstra zelf nooit kunnen of willen maken. Zijn adagium was: 'Wij zullen altijd reformisten en revolutionairen tegelijk zijn.'

Henk Strabbing

Dit is de negende aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden