Analyse

Te koop bij het ministerie van VWS: ruim een miljard mondkapjes (beperkt houdbaar)

null Beeld Marco Stoker
Beeld Marco Stoker

Een jaar geleden was er nog blinde paniek over het nijpende tekort aan mondkapjes en andere beschermingsmiddelen voor de zorg. Nu zit het ministerie van Volksgezondheid op een berg van beschermingsmiddelen. Vraag is er amper en de houdbaarheid is beperkt.

Doe het niet. Het is niet nodig. De aantallen zijn te hoog. De boodschap die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vorig jaar juni kreeg van professionele inkopers was vrij eenduidig: ga nu niet nog eens honderden miljoenen extra mondkapjes, schorten, jassen en spatbrillen kopen. Volgens de experts kwamen de reguliere aanvoerroutes alweer op gang en de prijzen zouden vast en zeker nog gaan zakken.

Het ministerie hoorde het aan en besloot anders. Niemand in Den Haag, ook de Tweede Kamer niet, wilde ooit nog het risico lopen dat er bij een volgende golf in de pandemie toch weer tekorten zouden ontstaan. ‘Better safe than sorry’, was het devies. Het ministerie ging bij de laatste bestellingen dan ook uit van het allerzwartste scenario: nul aanbod vanuit de markt, maximale vraag vanuit de zorg. Bij zo’n crisissituatie móést de overheid in de toekomst wel klaar staan met ‘een ijzeren voorraad’ aan beschermingsmiddelen.

De inkopers, die met VWS werkten in het zogenoemde Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH), boorden na dat ‘politieke besluit’ opnieuw hun leveranciers aan in Azië. In de woorden van een ingewijde: ‘De pijplijn werd nog eens helemaal volgeduwd.’ Ambtenaren zeiden toen al tegen elkaar: ‘Nu krijgen we de vraag waarom we zo weinig mondkapjes hebben, straks krijgen we misschien de vraag waarom we er zoveel hebben.’

Veel zijn het er inderdaad geworden. De overheid is eigenaar van elf magazijnen vol beschermingsmiddelen. In totaal zijn er via het LCH 2,5 miljard maskers, brillen, schorten, jassen en handschoenen gekocht. Nog geen 15 procent daarvan is het afgelopen jaar uitgeleverd aan zorginstellingen. Resterende voorraad: bijna 2,15 miljard producten, hoofdzakelijk mondkapjes. Totale kostprijs voor de overheid tot dusver: ruim 2 miljard euro.

De voorraad lijkt eerder te groeien dan af te nemen. Het ministerie heeft via het LCH ook nog contracten afgesloten met Nederlandse producenten als Auping en Afpro. Die blijven tot april 2022 miljoenen mondmaskers afleveren, ook al liggen de pakhuizen vol.

Vraag is er ondertussen maar mondjesmaat. Zorginstellingen hebben het LCH niet meer nodig, zo valt te horen. Bijna iedereen is terug bij de oude leveranciers, ook vanwege lopende contractverplichtingen. Daarnaast moest LCH de prijzen van zijn spullen vorig jaar verhogen, anders zou de overheid als grote aanbieder marktverstorend werken. ‘Waarom zou iemand nu dan nog bij het LCH bestellen?’, vat een vertegenwoordiger van een marktpartij de situatie samen.

Houdbaarheidsdatum

Het grootste nadeel van de mondkapjesberg: de beperkte houdbaarheidsdatum. De meeste mondkapjes gaan twee tot vijf jaar meer. Met de huidige vraag zal slechts een fractie ervan verkocht zijn voor het verstrijken van de houdbaarheidsdata.

Minister Tamara van Ark van Medische Zorg lijkt in haar maag te zitten met de enorme voorraden. In een brief aan de Tweede Kamer begin april suggereerde de bewindsvrouw dat de voorraad per 2 april bestaat uit 1,33 miljard producten.

Van Ark vermeldde niet dat er daarnaast ook nog magazijnen vol zitten met zo’n 814 miljoen beschermingsmiddelen waar een vlekje aan zit. Het ministerie spreekt bij navraag door de Volkskrant van een ‘niet-vrije voorraad’. Volgens een schriftelijke verklaring zijn de spullen ‘(nog) niet geschikt om uit te leveren’. ‘Het gaat hier bijvoorbeeld om mondmaskers die nog gekeurd moeten worden, omdat er informatie mist met betrekking tot het certificaat.’

Belangrijker is de vraag wat Van Ark nu moet met haar twee miljard beperkt houdbare en slechts deels goedgekeurde beschermingsmiddelen. Volgens marktexperts zijn de mogelijkheden beperkt. Voor de meeste beschermingsproducten – handschoenen vormen de belangrijkste uitzondering – bestaat er inmiddels wereldwijd overcapaciteit. Werken met dumpprijzen is zeker binnen de EU geen optie; de Nederlandse overheid zou zich dan schuldig maken aan oneerlijke concurrentie. Of er buiten Europa veel gegadigden zijn, is niet bekend.

De pijnlijkste beslissing lijkt zo een reële optie: een snelle vernietiging van een deel van de vorig jaar aangekochte spullen. ‘Dan ben je goedkoper uit’, zegt een expert die anoniem wil blijven. ‘Het opslaan in elf magazijnen kost ook geld.’

Minister Van Ark wil daar vooralsnog niets van weten. Ze heeft al spullen gratis weggegeven aan Suriname en wil ook daklozen en mensen in de armoede aan gratis beschermingsmiddelen helpen. Verder blijft de bewindspersoon hopen dat de voorraad nog wordt verkocht voordat de houdbaarheidsdatum in zicht komt. Van Ark: ‘Ik wil vanzelfsprekend zo veel mogelijk voorkomen dat delen van de noodvoorraad moeten worden vernietigd, zoals ook met noodvoorraden in omringende landen is gebeurd.’

Afrekening

De Tweede Kamer heeft zich niet gebogen over de mondkapjesberg, maar het politieke oordeel zal ook een eerste indicatie zijn voor de omgang met het Nederlandse coronabeleid. Het tekort aan beschermingsmiddelen was de eerste grote crisis tijdens de pandemie en ook de eerste crisis die verdween. Wat gaat overheersen als de balans wordt opgemaakt: begrip voor de moeilijke omstandigheden of onvrede over de hoge kosten en mogelijk verkeerde inschattingen?

Op het ministerie lijkt er vooral trots te bestaan over hoe de crisis rond de beschermingsmiddelen na een zeer moeizaam begin is aangepakt. Met de oprichting van het LCH, waarin VWS samenwerkte met enkele academische ziekenhuizen en grote medische leveranciers, is het ministerie er uiteindelijk in geslaagd om beschermingsmiddelen voor de zorg veilig te stellen.

‘Het belangrijkste blijft wat mij betreft dat we hebben geacteerd’, oordeelde de hoogste ambtenaar van VWS, Eric Gerritsen, in oktober in een 32 pagina tellend overheidstijdschrift gewijd aan het succes van het LCH. ‘Ik ben er trots op dat we het hebben gedaan in een tempo dat we niet van de overheid gewend zijn.’

Gerritsen leek daarmee ook te reageren op de verwijten aan het begin van de crisis. Het ministerie zou volgens critici te lang delibereren en te zuinig zijn met bieden op grote partijen beschermingsmiddelen. ‘We zijn helemaal niet zuinig’, zei Martin van Rijn, toenmalig minister voor Medische Zorg, destijds in NRC Handelsblad. ‘De opdracht is: kopen, kopen, kopen. We gaan die rekening nog wel zien dadelijk.’

Fricties

Van Rijn heeft woord gehouden: de rekening is indrukwekkend en het tekort omgeslagen in een enorme voorraad. Inmiddels klinkt er ook andere kritiek: het ministerie is misschien niet voorzichtig genoeg geweest. Dat verwijt stijgt op uit een onlangs geopenbaard rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het LCH beloofde onder leiding van VWS kwalitatief goede en veilige spullen aan de zorg te leveren, maar op dat vlak ontbrak het aan een goede organisatie, constateren de inspecties. Bij de aankoop van spullen werden de eigen checks vaak niet nageleefd, er bestonden geen procedures voor terugroepacties en er waren ook geen processen om de houdbaarheidsdata van spullen te checken. De harde conclusie: ‘De borging van de kwaliteit van uitgeleverde producten was onvoldoende aanwezig.’

De Inspectie Gezondheidszorg kan nog niet zeggen of dat ook echt tot onveilige situaties heeft geleid, maar meerdere andere aanbieders van beschermingsmiddelen geven al langer af op de geleverde kwaliteit van het LCH. Op de achtergrond spelen daarbij ook andere sentimenten. Marktpartijen als Mediq, OneMed, Bunzl en Brocacef kregen van het ministerie een prominente rol binnen het consortium; concurrenten voelden zich daardoor benadeeld. Waarom werden die bedrijven uitverkoren door VWS en zij niet? Eén leverancier van medische artikelen spreekt nu nog van ‘kartelvorming door de overheid’.

Het ministerie van VWS heeft altijd gezworen dat elke marktpartij welkom was om spullen te leveren en dat niemand werd bevoordeeld, maar dat heeft niet de scepsis kunnen wegnemen. De buitenstaanders zagen hun achterdocht bevestigd toen onlangs het jaarverslag van Bunzl verscheen. Dat beursgenoteerde bedrijf meldde over 2020 ‘sterke groei’ bij onder meer de medische tak. Uitsmijter: ‘We profiteerden van een substantiële order van mondmaskers van een overheidsorganisatie.’ Volgens ingewijden gaat dit over een grote bestelling van het LCH voor chirurgische maskers; een order die aan concurrenten buiten het consortium voorbijging.

Eind dit jaar zal er een onafhankelijke audit plaatsvinden naar de miljarden die via het LCH zijn uitgegeven. ‘We moesten in no time beslissingen nemen in een zeer onzekere tijd’, zegt Mark Frequin, de directeur-generaal die vanuit het ministerie de inkooporganisatie aanstuurde. ‘Het klopt dat inkopers hebben gewaarschuwd voor te veel bestellingen, maar we konden gewoon niet het risico lopen dat we bij een eventuele derde golf opnieuw tekorten zouden hebben. Dat nooit meer, die gedachte leefde bij iedereen heel sterk. De opdracht was een ijzeren voorraad aanleggen. Wat we hebben gedaan, valt goed uit te leggen.’

De vraag blijft hoe de Tweede Kamer en uiteindelijk de bijna onvermijdelijke parlementaire enquête daarover zal oordelen. Het zwartste scenario is nooit uitgekomen. Wat rest zijn elf pakhuizen vol moeilijk verkoopbare spullen en een prijskaartje van 2 miljard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden