Te gekke, slimme machines

In april dit jaar gonsde het even over het internet: in Irak zou een experimentele militaire robot bijna het vuur hebben geopend op zijn Amerikaanse strijdmakkers van vlees en bloed....

Binnen een paar dagen bleek het verhaal een broodje aap met slechts een héél kleine kern van waarheid. Maar dat het door zo velen voor zoete koek werd geslikt, illustreert wel hoe dicht de werkelijkheid de sciencefiction op de hielen zit. Een autonome, intelligente machine met een eigen wil, die wraakgevoelens koestert jegens zijn menselijke scheppers lijkt een scenario binnen handbereik.

Een intelligente machine, is die überhaupt mogelijk?

Voor wie op niveau wil meepraten, biedt The Mechanical Mind in History een schat aan materiaal. Het is een bundel met beschouwingen van en over enkele groten uit het vakgebied dat om de zoveel jaar met een andere naam wordt aangeduid: cybernetica, kunstmatige intelligentie, cognitieve technologie.

Bovendien laten enkele historici en kunstenaars hun licht schijnen over het mechanische brein. Vooral het aandeel van sciencefiction-auteurs in de ontwikkeling van het denken over kunstmatige intelligentie komt daardoor aanzienlijk gunstiger voor het voetlicht dan gebruikelijk is. Kunstmatige intelligentie is immers niet alleen een kwestie van wetenschap en techniek, maar evenzeer een romantische uitvinding.

Zo valt er eindelijk eens kennis te nemen van de inhoud van dat beroemde maar tegelijk obscure toneelstuk R.U.R. van de Tsjech Karel Capek – waarin het woord ‘robot’ werd geïntroduceerd.

The Mechanical Mind in History onderscheidt zich doordat niet alleen de allergrootsten worden belicht. Kanonnen als Charles Babbage, Lady Lovelace, Alan Turing, John von Neumann en Marvin Minsky staan er natuurlijk in, maar aangenaam veel aandacht gaat er uit naar vrijwel vergeten figuren als Alfred Smee (grondlegger van het ‘neurale netwerk’) en Stafford Beer, die al in de vroege jaren zeventig een soort ‘sociaal internet’ ontwikkelde.

Ook maken we kennis met de excentrieke knutselaar Gordon Pask, het archetype van de krankzinnige professor. Zelfs voor diens Nederlandse navolger, de evenzeer ietwat excentrieke Gerard de Zeeuw, is een hoofdstukje ingeruimd.

Sjaak Priester

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden