Te frisse Couperus mist dramatiek

Regisseur Thijs heeft Couperus flink afgestoft. Helaas net iets te veel, want zonder stoffigheid geen verloren grandeur

Portret van een familie. Dat is het pakkende beginbeeld van de voorstelling De Kleine Zielen naar de Haagse roman van Louis Couperus uit 1901-1903. Ger Thijs, die de vierdelige cyclus bewerkte tot een compacte theatervoorstelling in twee bedrijven, presenteert de familieleden van de oude mevrouw Van Lowe, weduwe van een gouverneur-generaal, in een fraai tableau vivant. Iedereen loopt in ruisende vaart op en af, totdat ze pas op de plaats maken en poseren voor een stijlvol familieportret. Met slechts één antieke fauteuil in het midden, een prachtige belichting en een familie die nog vol goede moed is iets van het leven te maken, al is het maar voor de sier.

Daarna verdwijnt die stoel en resteert een avondlang een geheel kaal toneelbeeld. Er zijn alleen gordijnen en personages die in en uit lopen, in een voorstelling waarin in sneltreinvaart en met hink-stap-sprongen de geschiedenis van deze familie wordt verteld.

Spil daarin is Constance, dochter van de oude mevrouw. Zij ontvluchtte haar huwelijk en bouwde met haar nieuwe liefde, Henri van der Welcke, een eigen leven op in Rome en Brussel. Bij aanvang van de roman (en voorstelling) keert zij terug naar Den Haag, in de hoop weer opgenomen te worden in de familie. Ze heeft intussen een zoon, Addy, die vermalen wordt tussen de intussen ook al ongelukkige liaison van zijn ouders.

In al die Haagse inborsten blijken kleine zielen te huizen, daarover gaat Couperus' roman. Over de schijn ophouden en de werkelijkheid wegpoetsen, over kleinburgerlijke rivaliteit en verborgen melancholie. Anders dan in Thijs' eerdere Couperus-bewerkingen ontbreekt hier een duidelijke dramatiek. Geen botsing van culturen (De Stille Kracht), geen groot familiegeheim (Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan), alleen maar familiair en relationeel geploeter. In de roman is dat met grandeur verwoord, in de voorstelling is het tot een uittreksel gereduceerd.

Veertien acteurs staan er op toneel, met Oda Spelbos als Constance en Thom Hoffman als Van der Welcke in de voorste gelederen. Spelbos draagt haar kanten robes met stijl en heeft zeker allure, maar ze maakt zoveel tempo dat het lijkt alsof ze voor tienen thuis wil zijn. Eigenlijk is haar acteren iets te gewoontjes voor deze ongewone vrouw. Hoffman is jongensachtig charmant en bijna koddig, waardoor het mysterieuze van zijn personage helaas verloren gaat. Alleen Marie-Louise Stheins is als de bazige Adolfine fraai tragikomisch, Sarah Bannier is een aandoenlijk oprechte Addy, en Cas Enklaar maakt van de rol van de getroebleerde Paul ('ik ben gevoelig voor mooie ruggen') een prachtig monumentje.

In een optimistische bui zou je kunnen beweren dat Ger Thijs Louis Couperus heeft afgestoft. Maar dat stof is juist zo belangrijk. Het stof van het verleden, het stof dat is neergedaald op deze afbrokkelende grandeur, op deze levens vol onafgebroken verlies. De Kleine Zielen zou eerder bedrukt en bedompt moeten zijn dan opgepoetst. Fris en vlot zijn bij Couperus eerder ongepaste begrippen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden