Nieuws Tbs

Tbs ontlopen wordt moeilijker

Het wordt voor verdachten moeilijker om tbs te ontlopen. Het kabinet treft maatregelen om rechters ervan te doordringen dat de strafmaatregel ook zonder medische diagnose kan worden opgelegd.

Exterieur van het Pieter Baan Centrum in Almere. Beeld ANP

Minister Dekker van Rechtsbescherming komt met een aanpassing van de wet om de eisen voor het opleggen van tbs te verduidelijken, kondigde hij maandag aan. Dat moet rechters, officieren van justitie en gedragsdeskundigen beter doordringen van de mogelijkheden.

Aan dat laatste blijkt het nog weleens te schorten. Nu is het zo dat de rechter wel de ruimte heeft om tbs op te leggen, maar daar niet altijd gebruik van maakt. Bij een aannemelijke aanwezigheid van een stoornis kan de maatregel namelijk al worden geëist, blijkt uit jurisprudentie van de Hoge Raad. Een medische vaststelling is niet nodig. Toch gebeurt het nog dikwijls dat een verdachte die weigert mee te werken aan een onderzoek daardoor geen tbs krijgt opgelegd.

Het Pieter Baan Centrum deed onderzoek naar verdachten die weigerden mee te werken aan een tbs-onderzoek. Advocaten adviseren hun cliënten vaak om niet mee te werken, omdat tbs in de praktijk kan neerkomen op een uitzichtloze vrijheidsstraf. Tussen 2002 en 2017 groeide het aantal verdachten dat weigerde mee te werken van 23 naar 43 procent. In totaal werd bij 24 procent uiteindelijk wel tbs opgelegd.

In oktober 2017 ontstond veel maatschappelijke en politieke onrust rond de oplegging van tbs. Michael P., inmiddels veroordeeld tot 28 jaar cel en tbs voor het verkrachten en doden van Anne Faber, bleek eerder tbs te hebben ontlopen. Hij deed dit door bij een verkrachtingszaak in 2010 een psychisch onderzoek te weigeren. Hierdoor kreeg hij alleen een gevangenisstraf opgelegd. Terwijl er in de rechtbank nog werd gezegd de samenleving ‘zo lang mogelijk’ tegen Michael P. beschermd moest worden. Dekker deelt dat gevoel van onbehagen: ‘Het mag niet zo zijn dat iemand met een ernstige stoornis zijn behandeling ontloopt door niet mee te werken.’

Met zijn wetswijziging wil de minister rechters ook de mogelijkheid geven om niet alleen het risico te wegen ten tijde van het delict. Juist het mogelijke gevaar in de toekomst moet bij het vonnis worden meegenomen. Het risico voor de samenleving en de kans op herhaling moeten zo klein mogelijk zijn. Uit onderzoek blijkt dat een tbs-behandeling daar uitermate geschikt voor is en dat de behandelmethoden ook effectiever worden. Het percentage van ex-tbs’ers die in herhaling vallen is tussen 1984 en 2008 gedaald van 36,4 naar 17 procent.

In de zomer kondigde de minister al andere maatregelen aan. Sinds 1 juli 2018 is de observatietermijn van verdachten al versoepeld. Een verdachte kan nu tot maximaal veertien weken worden geobserveerd om een tbs-diagnose te stellen. Dat was zeven weken. Bovendien kan een verdachte in een andere omgeving geplaatst worden, waardoor hij meer van zichzelf laat zien. Daarnaast kan bij de voorwaardelijke invrijheidstelling – aan het eind van de gevangenisstraf – een verplichte behandeling worden opgelegd. Ook hierbij hoeft geen stoornis door de rechter te zijn vastgesteld tijdens het proces.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.