Interview TBS-behandelaar Vivienne de Vogel

TBS-onderzoeker Wineke Smid: ‘De meesten willen geholpen worden’

De moord op Anne Faber door Michael P. maakt in 2017 pijnlijk duidelijk dat in de forensische zorg gevaarlijke gedetineerden niet altijd als zodanig worden herkend. Kan dat weer gebeuren?

De Van der Hoeven Kliniek in Utrecht, waar patiënten met een tbs-maatregel worden behandeld. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Ik zal niet zeggen: het is onmogelijk voor ­patiënten om een ­masker op te zetten. Maar weinigen houden het vol iedereen om de tuin te leiden’, zegt ­Wineke Smid, onderzoeker en ­forensisch psycholoog bij de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek.

‘We zijn getraind er niet in te trappen’, voegt haar collega-onderzoeker ­Vivienne de Vogel toe. ‘Het is bovendien een misvatting te denken dat hier alleen maar psychopathische kindermoordenaars en verkrachters zitten. De meesten zijn kwetsbaar en beschadigd. Delicten zoals gepleegd door Michael P. zijn uitzonderlijk.’

Vandaag presenteerde zowel de Onderzoeksraad voor Veiligheid als de Inspectie Justitie en Veiligheid de resultaten van hun onderzoek naar de moord op Anne ­Faber in september 2017. Een van de vragen die centraal staan: in hoeverre wordt rekening gehouden met de veiligheid van de samenleving bij de reïntegratie van gedetineerden die worden behandeld voor ernstige psychische problemen?

Misleid 

Tijdens de rechtszaak tegen ­Michael P. bleek dat de moordenaar van Anne ­Faber zijn behandelaars in de forensische psychiatrische kliniek Aventurijn Roosenburg in Den Dolder had misleid. P. zat daar het laatste deel van zijn straf uit voor een verkrachting. Doel: hem voorbereiden op de terugkeer in de maatschappij. Hij leek goed mee te werken en kreeg veel vrijheid. Ondertussen snoof hij Ritalin, een medicijn dat vergelijkbaar is met amfetamine. En pleegde hij een nieuw, gruwelijk misdrijf, terwijl hij dus nog in de kliniek verbleef .

Het idee dat zo’n gevaarlijke gedetineerde in staat is professionals te manipuleren, veroorzaakte maatschappelijke onrust. Ook al omdat het niet de eerste keer was dat het misging in de forensische zorg. Een 21-jarige vrouw werd in december 2016 verkracht door een bewoner van tbs-kliniek De Rooyse Wissel die op verlof was, op een paar kilometer van die kliniek.

Is de forensische psychiatrie gemakkelijk te foppen?

De kliniek in Den Dolder zwijgt. Uit inspectierapporten blijkt wel dat deze instelling kampte met personeelsgebrek. De medewerkers waren bovendien niet toegerust op de zware doelgroep.

Vivienne de Vogel en Wineke Smid van de Van der Hoeven Kliniek willen wel uitleggen hoe de risico’s worden getaxeerd. Smid promoveerde in 2014 op de recidiverisico’s van zedendelinquenten. De Vogel promoveerde in 2005 op gestructureerde risicotaxatie in de forensische zorg.

‘We zijn zeker geen helderzienden’, zegt Smid. Maar Smid en De Vogel zeggen wel te kunnen inschatten of iemand een hoog, gemiddeld of laag recidive-risico heeft.

­Vivienne de Vogel (links) en Wineke Smid: ‘We zijn zeker geen helderzienden.’ Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Nieuw vakgebied

Risicotaxatie werd begin deze eeuw geïntroduceerd in Nederland. Het is een vakgebied in ontwikkeling: door onderzoek is er steeds meer zicht op de factoren die voorspellend zijn voor recidive. Spijt blijkt bij zedendelinquenten geen rol te spelen. Empathie is evenmin een graadmeter. Smid: ­‘Pedofielen hebben bijvoorbeeld vaak empathie. Ze zien de kinderen niet als hun slachtoffer, maar als hun grote liefde.’

Wat wel een voorspelling geeft: hoe vaak ging een dader in de fout? Ook de leeftijd maakt uit, zegt Smid. Hoe ouder, hoe ongevaarlijker. Wie werkt, een doel heeft in het leven en een goed netwerk van familie en vrienden om zich heen heeft, zal minder snel weer de fout in gaan.

Hoe anders was het toen De Vogel in 1998 begon. ‘Destijds had je een deskundigenoordeel. Bij ons werd dat door meerdere deskundigen gevormd, tijdens een stafvergadering. In veel klinieken oordeelde één psycholoog of psychiater. Vaak was dat oordeel niet goed. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het recidive-­risico bij vrouwen meestal te laag werd ingeschat en bij donkere mannen juist te hoog. In de jaren tachtig was het nog erger, toen kon je net zo goed een muntje opgooien.’

Smid benoemt een ander groot verschil met vroeger: ‘In de jaren tachtig ging je in één keer naar buiten en dan was het klaar. Nu gaat het in kleine stapjes, in nauw overleg met het ­ministerie van Justitie en Veiligheid.’

Drie behandelaars moeten nu op verschillende momenten vragenlijsten invullen. Was de gedetineerde/patiënt getuige of slachtoffer van geweld voor zijn 12de? Is hij in staat tot intieme relaties? Is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis? Heeft hij zelfinzicht? Hoe zullen de leefomstandigheden zijn buiten de kliniek?

Pittige discussies 

Vervolgens komen de behandelaars gezamenlijk tot een eindoordeel. De ­Vogel: ‘Er zijn soms pittige discussies, maar we komen er altijd wel uit.’ Op basis van dit oordeel wordt een advies gegeven aan de rechter, die moet besluiten of de behandeling doorgaat of wordt beëindigd.

Nieuw is ook dat bij het inschatten van risico’s scenario’s worden bedacht. Wat gebeurt er als deze patiënt in een kroeggevecht verwikkeld raakt: zou hij iemand neersteken? Als zijn moeder overlijdt, wordt hij dan instabiel en gevaarlijk?

Een patiënt die laag scoort op de ­risicometer komt niet automatisch vrij. Soms kan één factor zo overheersend zijn dat besloten wordt iemand toch ‘binnen’ houden. De Vogel: ‘Je telt niet op. Eén factor kan het hele plaatje veranderen.’

Zo is er een patiënt die een chronische waan heeft dat hij iemand moet doden. Medicatie kan dit niet onderdrukken. De Vogel: ‘We zullen hem binnen moeten houden. Ook de ­medewerkers moeten goed voor hem uitkijken.’

‘Als je een goede behandelrelatie hebt, willen patiënten over veel met je praten, zelfs over zulke fantasieën’, voegt Smid toe. ‘De meesten willen geholpen worden, door hun stoornis zijn ze immers in de problemen geraakt en bij ons terechtgekomen.’

Leugens

Toch moeten de behandelaars altijd beducht zijn op leugens. Zo hebben narcisten de neiging alles mooier te maken dan het is. Anderen willen juist zo graag herstellen dat ze niet durven te zeggen dat het slechter gaat.

En dan heb je patiënten die hun behandelaars bewust op het verkeerde been willen zetten. De Vogel: ‘Dat is hier bijna onmogelijk. Op den duur val je toch door de mand. We letten op alle signalen, zien bijvoorbeeld hoe iemand reageert op een gewelddadige scène in een film.’

Psychopaten zijn het lastigst. De ­Vogel herinnert zich een patiënt die haar kippevel bezorgde, twintig jaar geleden. Hij had iemand gedood – gewoon om te kijken hoe dat voelde. Hij was ontsnapt uit een andere kliniek en had maanden vrij rondgelopen. In die periode wist hij zich als ‘psycholoog’ binnen te kletsen bij een maatschap. Door zijn verblijf in de forensische psychiatrie kende hij het vakjargon. De Vogel: ‘Kennelijk was hij zo overtuigend dat niemand naar zijn papieren vroeg. Je kunt het je nu niet meer voorstellen.’

In de Van der Hoeven Kliniek vielen zijn psychopathische trekjes De Vogel op. ‘Hij zat meteen aan het hoofd van de tafel, had alles onder controle en manipuleerde de zwakke broeders.’

Van recenter datum is de patiënt die zei dat zijn hele familie was omgekomen bij een ongeluk. Hij zou er een levenslang trauma aan hebben overgehouden. ‘Hij had veel profijt van zo’n leugen kunnen hebben’, zegt De Vogel. Uit onderzoek door de kliniek bleek dat zijn familie nog leefde.

Een ander vertelde zijn groepsleider dat het wel meeviel met zijn misdrijven. Dat de mishandeling van zijn vriendin helemaal niet zo ernstig was. Dat hij eigenlijk zelf het slachtoffer was van zijn lastige geliefde. ‘Ik zag dat die collega erin tuinde’, zegt De Vogel die de videobeelden van dit gesprek naderhand bekeek – een standaardaanpak. ‘Ik dacht: het is echt onzin wat hij zegt. Ik had in het dossier de verwondingen gezien.’

Wat is forensische zorg?

Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die een rechter in een strafzaak kan opleggen aan een veroordeelde.

De zwaarste vorm van forensische zorg is de terbeschikkingstelling (tbs). Die kan de rechter, vaak met een gevangenisstraf, opleggen aan veroordeelden met een psychische stoornis. Van deze verdachten is voor de rechtszitting een verslag gemaakt in het Pieter Baan Centrum, waar zij zes weken moeten verblijven voor observatie en gesprekken.

Psychiaters en psychologen zoeken daar antwoorden op de vragen: is het delict ten gevolge van een psychische stoornis gepleegd? Hoe groot is de kans op recidive en welke behandeling is nodig om die kans te verkleinen?

Veel verdachten weigerden ­medewerking aan dit onderzoek, om te voorkomen dat zij tbs opgelegd krijgen, waaraan geen einddatum zit. Inmiddels is er in het Pieter Baan Centrum een afdeling voor verdachten die medewerking weigeren. Ook van hen wordt nu een rapportage gemaakt.

Bij een behandeling in een ­forensische psychiatrische kliniek zoals die in Den Dolder, waar Michael P. verbleef, staat de einddatum van de behandeling wel vast: het einde van de opgelegde gevangenisstraf. Doel van zo’n behandeling is om de veroordeelde voor te bereiden op terugkeer in de maatschappij en de kans op ­recidive terug te dringen.

Geen tbs

Er is een belangrijk verschil tussen de Van der Hoeven Kliniek en de kliniek waar Michael P. verbleef voordat hij in 2017 Anne Faber om het leven bracht, benadrukken Smid en De Vogel. Van der Hoeven is een tbs-kliniek met het hoogste beveiligingsniveau. ‘Wij kunnen de rechter adviseren mensen binnen te houden zolang wij dat nodig vinden’, zegt De Vogel. ‘Het effectieve van een tbs-behandeling zit hem ook in de dreiging van oneindigheid’, zegt Smid.

Michael P. had voordat hij Anne ­Faber vermoordde geen tbs opgelegd gekregen. Hij zat vast wegens verkrachting. De directeur van zijn gevangenis oordeelde dat P. beter behandeld zou kunnen worden in een forensisch psychiatrische kliniek. Die had dus niet de mogelijkheid zijn ­detentie te verlengen.

Smid: ‘Bij zo’n behandeling, waarvan de tijdsduur vaststaat, kunnen criminelen denken: ik werk niet mee, ik zit mijn tijd wel uit.’ Maar: ‘Ook als Michael P. wel meteen tbs opgelegd had gekregen, weet je niet zeker of hij nooit meer een delict zou hebben gepleegd.’

Afglijden

Veiligheid kan niet worden gegarandeerd. Een groot deel van de 1.300 tbs’ers – in elf tbs-klinieken verspreid over het land – gaat op verlof. Meestal gaat het goed. Gemiddeld wordt de behandeling na acht jaar ­beëindigd. Ongeveer een op de vijf gaat binnen twee jaar weer de fout in – ook met een minder ernstig delict zoals een winkeldiefstal. In ongeveer 8 procent betreft het een ernstig misdrijf.

‘Natuurlijk worden risico’s soms verkeerd ingeschat’, zegt De Vogel. ‘Dat is vreselijk voor degenen die daarvan het slachtoffer worden.’ Voor het personeel is het vaak een grote ­teleurstelling.

Zo gleed onlangs een model-tbs’er van de Van der Hoeven Kliniek af. ‘Deze man was afgekickt, maar buiten kwam hij een oude vriend tegen. Hij gebruikte weer wat en zakte af’, zegt Smid: ‘Toen heeft de behandelaar hem weer naar binnen gehaald. Dat kon gelukkig nog.’

De zaak rond de dood van Anne Faber

Zedendossier moordenaar Anne Faber werd op zijn verzoek niet gedeeld met kliniek die hem behandelde
De forensisch-psychiatrische kliniek in Den Dolder waar Michael P. werd voorbereid op zijn terugkeer in de maatschappij, heeft hem niet behandeld op grond van zijn zedenmisdrijven. De kliniek werd bij de overplaatsing van P. vanuit de gevangenis onvoldoende geïnformeerd over zijn zedenachtergrond, maar deed bij zijn komst ook zelf nauwelijks onderzoek naar zijn risicoprofiel. 

Wim Faber deed eigen onderzoek naar de moord op zijn dochter: ‘Ik zoek de pijn op die Anne heeft ervaren’
In dit interview praat Wim Faber voor het eerst over zijn zoektocht, over de verwoesting en over de raadsheer die hij – naast de dader – verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn dochter.

Wim Faber in open brief: Anne is dood door het falen van de rechtsgang
Wim Faber vindt dat zijn dochters dood het gevolg is van het ‘falen van de rechtsgang’. In een open brief in de Volkskrant, die hij schreef na eigen onderzoek, roept hij de voorzitter van het gerechtshof ter verantwoording. Het hof zou signalen over een psychische stoornis bij verdachte Michael P. hebben genegeerd en geen duidelijke motivering hebben gegeven over zijn strafvermindering in hoger beroep.

President hof verwerpt kritiek van vader Anne Faber op rechter
De president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden neemt het in een verklaring op voor de bekritiseerde rechter Rinus Otte. Daarmee reageert de president op de open brief van Wim Faber.

Zes vragen rondom de rechtszaak beantwoord
Michael P. wordt verdacht van het verkrachten en doden van Anne Faber. Wat staat hem in de rechtbank te wachten? Een vooruitblik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.