AchtergrondVersoepelde norm

Tata loost gif en de overheid vindt het goed

Amateurfotograaf Dirk Jan Prins, die lozingen van Tata Steel fotografeert.Beeld Jiri Büller

Fotograaf Dirk-Jan Prins legt de lozingen van afvalwater door Tata Steel vast. Die zijn vervuilender dan volgens Europese normen is toegestaan, zo blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

Dirk-Jan Prins wijst de weg richting een schiereilandje, gelegen aan de Hoogovenhaven, direct tegenover de staalfabriek van Tata Steel. Op het eilandje zoekt hij een goede plek en richt hij de lens van zijn camera op de witte vlek in de verte waar 365 dagen per jaar 24 uur per dag industrieel afvalwater het oppervlaktewater instroomt, zo richting de Noordzee.

Al vijf jaar lang houdt hij het bedrijf nauwlettend in de gaten. ‘Zie je het gele spoor in het water?’, zegt Prins, terwijl hij zijn wollen muts fatsoeneert om zich beter te beschermen tegen de harde wind en de regen. ‘Alles wordt zo de zee in gedonderd, het gaat maar door. Ik ben hier niet zoveel, maar de keren dat ik hier ben, is het nog smeriger dan de andere keer.’

Met enige regelmaat trekt de 65-jarige Beverwijker er op uit, op zijn brommer, om zijn rondje te maken langs het Tata Steel-terrein. Hij vormt de eenmansredactie van de Beverwijkse Internet Courant, een digitale huis-aan-huiskrant, met ‘weetjes’, ‘vermiste en gevonden dieren’ en berichten over Tata Steel. Volgens Prins dagelijks bezocht door zo’n 10 duizend lezers.

Het begin van de publieke onrust over de uitstoot van Tata Steel, zoals die in de zomer van 2018 werd ingezet, mag zeker op zijn conto worden geschreven. Omdat hij onophoudelijk bij zowel het staalbedrijf als de handhavende overheidsinstelling, de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, foto’s van grafiet- en stofwolken op hun bureaus deponeerde – al enige jaren achter elkaar. Er was geen ontkennen meer aan, op de foto’s was de uitstoot duidelijk te zien, en de omwonenden, zoals in het nabijgelegen kustdorp Wijk aan Zee, werden in hun verontwaardiging gesterkt. De neergedaalde verontreiniging op hun daken en kozijnen was geen waanidee, maar afkomstig van het bedrijf Harsco dat op het terrein van Tata Steel restproducten uit de staalfabriek verwerkte.

Zo is de rondrijdende fotograaf een factor van belang in de regio IJmond geworden. Prins stelde vast dat de controle en handhaving van de Omgevingsdienst te wensen overliet. Waar inspecteurs hoogstens één keer per week ooggetuige waren van de stof- en grafietwolken, legde hij ze vaker vast. Niet voor niets werd hij opgeroepen als getuige in het strafrechtelijk onderzoek naar de stofregens, en werd hij afgelopen zomer tijdens een rechtszaak – over de dwangsommen van Harsco – aangewezen als getuige-deskundige.

Nu heeft het afvalwater dat Tata Steel de zee in laat stromen zijn aandacht. Want ook in dit geval vreest hij dat de controleurs van de overheidsdienst, in dit geval Rijkswaterstaat, er niet bovenop zitten. ‘Dan kunnen ze wel zeggen dat ze alles goed in de gaten houden’, zegt Prins, ‘waarom zie ik hier dan nooit iemand?’

Enkele maanden geleden stuurde Prins een foto van een lozing naar de Volkskrant, genomen vanaf de plek waar hij nu rondloopt. Te zien was dampend water, met daarin dobberende gele vlokken. Was de overlast van de grafiet- en stofregens zichtbaar en makkelijk te fotograferen, in dit geval is voor Prins de mogelijke schade van afvalwaterlozingen lastiger in beeld te brengen. ‘Want wat zit hierin?’, zegt Prins. ‘In een zwembad moeten ze voortdurend het water in de gaten houden. En dit water dan, naast de stranden van IJmuiden en Wijk aan Zee? Hoe schadelijk zijn al die stoffen die in de zee terecht komen? En wie controleert dat? Het enige wat ik voorlopig kan doen, is het fotograferen. Dan ligt het vast.’

Klein aantal

‘Als je kijkt naar de waterkwaliteit van de afgelopen vijftien jaar, dan wordt er heel vaak geroepen dat die behoorlijk verbeterd is, of dat de vervuiling op zijn minst stagneert. Maar die uitspraak is vooral gebaseerd op een klein aantal stoffen.’ Dat zegt professor Annemarie van Wezel, een van de voornaamste deskundigen in Nederland op het gebied van chemie, toxicologie en milieubeleid en tevens directeur van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) van de Universiteit van Amsterdam. ‘Er zijn zoveel meer stoffen: 3,5 miljoen wereldwijd, waarvan bijna 400 duizend voorkomen in de belangrijke wereldmarkten. De meeste van die stoffen worden niet routinematig gemeten, daarvan weten we ook helemaal niet wat ze op lange termijn doen.’

Als je wilt weten wat er in de stroom afvalwater van Tata Steel zit, kom je uit bij bij het European Pollutant Release Transfer Register (E-PRTR). In deze Europese databank wordt bijgehouden hoeveel Europese bedrijven, en dus ook Tata Steel IJmuiden, aan schadelijke stoffen uitstoten en in het water lozen. Daarnaast brengt het staalbedrijf elk jaar een milieujaarverslag uit.

In het laatst gepubliceerde jaarverslag, van 2017, valt te lezen dat het bedrijf in totaal bijna 180 miljard liter afvalwater het oppervlaktewater in laat stromen. Dat is bijna drie keer zoveel als het jaarlijkse drinkwatergebruik van Amsterdam. In deze gigantische stroom afvalwater zitten – in ieder geval – potentieel gevaarlijke 39 verschillende stoffen, zoals arseen, chroom, kwik, zink, lood, nikkel en cyanide. Hierbij gaat het om uiteenlopende hoeveelheden: van 2 kilo (kwik) tot 6.000 kilo (cyanide) en 100 duizend kilo (ijzer). Allemaal stoffen die gebruikt worden of vrijkomen bij het productieproces en waarvan een groot gedeelte op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) staat.

De bewegingsruimte van Tata Steel met het afvalwater is gebonden aan de Europese en Nederlandse wet. Dan is er Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, dat de lozingsvergunningen verstrekt, het water controleert en inspecteert en handhaaft op overtredingen. In de vergunning staat bovendien dat Tata Steel zelf een melding moet doen als er ergens iets mis gaat – een lekkage, afval dat het water in waait – en een hinderlijk effect op de omgeving of het milieu volgt. In tientallen verschillende vergunningen – die in principe openbaar zijn, maar pas na dik drie maanden aandringen door woordvoerder Pieter Zoon van Rijkswaterstaat met deze krant worden gedeeld – staat precies beschreven hoeveel het bedrijf van een bepaalde stof in het water mag lozen.

Dat leidde het afgelopen decennium tot verschillende waarschuwingen, dwangsommen en processen-verbaal, zo blijkt uit een door Rijkswaterstaat verstrekt overzicht. Daarbij ging het onder meer om verhoogde concentraties van lood, zink en kwik die verdwenen in het oppervlaktewater, olie in het riool, en lozingen van kolengruis en vervuild zand. Tijdens ‘een milieuvlucht’ constateerde Rijkswaterstaat op het oppervlaktewater een rood-bruine verkleuring, die bleek te worden veroorzaakt door algvorming.

In 2009 werd het bedrijf (toen nog Corus geheten) door de Haarlemse rechtbank op de vingers getikt vanwege ernstige verontreiniging van het oppervlaktewater. De rechter meende dat het bedrijf tot tweemaal toe had nagelaten ‘een ongewoon voorval’ te melden, namelijk dat er ‘verzuurd water’ was gelekt en ‘met zware metalen verontreinigd zuurspoelwater’. Ook was er ‘ongebluste kalk’ gemorst. Het bedrijf kreeg een bescheiden geldboete van enkele duizenden euro’s.

Het Openbaar Ministerie bekeek onlangs twee illegale lozingen uit 2018, waarbij in het ene geval mogelijk natronloog en in het andere geval vervuild zand in het water is geloosd. Eén zaak heeft geleid tot een boete van 20 duizend euro. Het andere onderzoek loopt nog.

Zo is op papier alles strak geregeld, met Europese wetten en verordeningen en de Nederlandse vertaling daarvan, en een toezichthouder die controleert en indien nodig aangifte doet van overtredingen.

Maar uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat bij het verstrekken van de watervergunningen en het toezicht daarop Tata Steel juist de ruimte krijgt van de overheid, die binnen de wettelijke kaders meebeweegt met het bedrijf. Eerder dit jaar onthulde de Volkskrant al dat het bedrijf dat voor Tata Steel restproducten verwerkt zonder de juiste vergunning de omstreden grafietwolken uitstootte, die als zwarte stofregen neerdaalden op de omliggende dorpen. En ook de stikstofuitstoot (NOx) van de staalfabriek ligt boven de Europese norm. Het schetst een beeld van een bedrijf dat meer ruimte vraagt en krijgt van de overheid dan de Europese normen toestaan.

Lozing op het oppervlaktewater door Tata Steel.Beeld Dirk-Jan Prins

Regionaal sufferdje

Mocht Tata Steel denken dat Dirk-Jan Prins maar de uitbater van een regionaal sufferdje is, dan hadden ze zich beter in zijn achtergrond moeten verdiepen. Want voor Prins is fotograferen of journalistiek geen uit de hand gelopen hobby. Hij won in 1982 niet voor niks de allerhoogste onderscheiding in de Nederlandse fotojournalistiek, de Zilveren Camera. Als vaste freelancer van De Telegraaf stond hij in de jaren tachtig bovenop de Amsterdamse krakersrellen.

Maar toen werd bij hem het eosinofilie-myalgie-syndroom vastgesteld, een ongeneeslijke, aan astma gerelateerde ziekte, en moest hij zijn bestaan als fotograferende nieuwsjager opgeven. Prins verhuisde naar Wijk aan Zee, vanwege de frisse zeelucht. Daar zou hij vast van opknappen. ‘Maar als ik richting de Noordpier liep, de weg langs Tata Steel, werd het alleen maar erger. Ik moest me echt ergens aan vasthouden, anders viel ik om. Wat krijgen we nou, dacht ik. Wat is hier aan de hand?’

Vanaf dat moment besloot hij de uitstoot van de staalfabriek met zijn camera vast te leggen. ‘Dit kan niet, dacht ik eerst, al die donkere uitstoot, maar ik wist ook niet precies wat ik zag. Waar moest ik op letten? Ik liet het aan mensen van Tata zien, maar die namen er enkel notie van. Verder gebeurde er niks. Maar ik bleef eropuit gaan, op dagen dat ik me wat beter voelde. Toen de grafietregens kwamen eind 2016, heb ik alles geïntensiveerd. Observeren, constateren en confronteren – zo noem ik het.’

Zijn omvangrijke fotoarchief geldt inmiddels als een visuele vertelling van de vele emissies van de staalfabriek. En tegelijkertijd ziet hij dat als een weerslag van het falen van de toezichthoudende instelling, de provincie Noord-Holland. Die liet in zijn optiek Tata Steel wegkomen met de uitstoot door amper te controleren. ‘Als ik er nu heen ga, zie ik binnen een paar minuten al vele overtredingen’, zegt hij. ‘Maar ik snap het wel, als ze echt gaan handhaven, dan kan Tata Steel de tent wel sluiten. Daarom krijgen ze alle ruimte van de overheid.’

De Beverwijkse fotograaf is niet de enige die kritisch is over de controle op het bedrijf, over het zogeheten bevoegd gezag. In Wijk aan Zee zeiden ze het al eerder: ‘We vechten hier tegen twee goliaths: Tata Steel en de overheid die het laat gebeuren.’

‘Toplozer’ van cyanide

Dat ook Rijkswaterstaat het staalbedrijf de mogelijkheid biedt om af te wijken van de Europese normen, blijkt uit bestudering van de rapporten en vergunningen van het bedrijf. Daarbij valt de enorme hoeveelheid cyanide op die Tata Steel jaar in, jaar uit in zee loost, in vergelijking met andere Europese fabrieken.

UvA-onderzoeker Van Wezel noemt cyanide ‘heel giftig’, en stelt vast dat het staalbedrijf ‘een toplozer’ is van cyanide. Zij wijst op gegevens van de Europese databank E-PRTR. Hieruit blijkt dat het Nederlandse staalbedrijf al jarenlang in de top-3 van Europese staalgiganten staat, met lozingen van tussen de 6.000 en 25 duizend kilo per jaar totaal aan cyanide, naast Noorse en Spaanse firma’s. Dit betreft het totaal aan cyanide, omdat de stof in verschillende vormen voorkomt, waarbij zogeheten vrije cyanide het meest toxisch is. Over de andere vormen van cyanide zijn wetenschappers verdeeld over de lange en korte termijn effecten op het milieu.

In het rapport Chemicals in European surface waters van het Europees Milieuagentschap uit 2018 staat de stof ook omschreven als ‘zeer giftig’. Vandaar dat er strenge Europese voorschriften zijn over de concentraties cyanide die in het water terecht mogen komen.

Waaraan fabrieken moeten voldoen is door Europa vastgelegd in de bat-voorschriften (best available technique), verplichtingen die gesteld zijn vanuit de Europese Richtlijn Industriële Emissies. Het is een soort inventarisatie van de beschikbare technieken om afvalwater te reinigen: als bedrijven die technieken toepassen voldoen ze aan de juiste Europese normen.

Hoe giftig cyanide kan zijn, bleek afgelopen zomer in Amerika toen er per ongeluk een grote hoeveelheid cyanide, samen met ammoniak, uit een staalfabriek van ArcelorMittal in Lake Michigan was gestroomd. Zeker drieduizend vissen gingen acuut dood en de autoriteiten sloten direct de stranden aan het meer af voor publiek.

Toch staat het bevoegd gezag, in dit geval Rijkswaterstaat, toe dat Tata Steel meer cyanide loost dan de Europese richtlijnen voorschrijven. Want op papier mag dan goed beschreven staan wat de beste techniek is die bedrijven moeten toepassen, in de praktijk ontstaan er vaak discussies tussen de vergunningverleners en de bedrijven over wat wel en niet mogelijk is.

Dat is precies wat hier is gebeurd tussen Rijkswaterstaat en Tata Steel. Rijkswaterstaat laat weten dat er sprake is van ‘een verruiming van de lozingseis op aanvraag van Tata’. Er mag meer dan drie keer zoveel worden geloosd als de Europese richtlijnen voorschrijven. Waarom? ‘Omdat gebleken is dat de norm niet haalbaar was’, zegt woordvoerder Pieter Zoon van Rijkswaterstaat.

Dat komt doordat Tata Steel een wat andere zuiveringstechniek toepast dan de meeste staalfabrieken. Daarom heeft Rijkswaterstaat op verzoek van Tata Steel besloten een eigen lozingseis vast te stellen, die hoger ligt dan de Europese normen. ‘Rijkswaterstaat heeft deze aanvraag gehonoreerd omdat de waarden milieutechnisch toelaatbaar waren’, zegt woordvoerder Zoon. Maar, zegt hij: ‘Hierbij is in 2010 aan Tata wel een onderzoekverplichting opgelegd om de lozing van vrij cyanide naar beneden te brengen.’

In 2011 zijn er een reeks incidenten geweest met cyanide bij Tata Steel. Er is proces-verbaal opgemaakt omdat het staalbedrijf twaalf keer de norm overschreed voor het lozen. Bij een van die overtredingen was de concentratie bijna vier keer zo hoog als toegestaan. De woordvoerder van Rijkswaterstaat zegt nu dat het uiteindelijk ‘niet schadelijk was voor het milieu’. De verklaring luidde dat de hoge concentratie gemeten werd net na het productieproces en dat daarna het afvalwater nog verder werd verdund. Daarna kwam het pas in het oppervlaktewater terecht, via die ene loosplek, in de Hoogovenhaven.

Kortom, het lijkt erop dat als Tata Steel het afval dat het in zee loost maar genoeg verdunt, er volgens Rijkswaterstaat weinig aan de hand is.

Op de hele zee maakt de enorme hoeveelheid afval die Tata Steel loost niet zoveel uit, meent hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer van de Vrije Universiteit in Amsterdam. ‘Alleen is verdunnen nooit een oplossing voor vervuiling. Het water rond het bedrijf kun je als verloren beschouwen. Dat is enorm vervuild.’ Wat hij niet begrijpt, is dat er in de vergunningen van Tata Steel geen maximum hoeveelheid is opgenomen aan cyanide dat jaarlijks geloosd mag worden. ‘Dat is opmerkelijk. Want dat betekent dat ze het ongelimiteerd in het water kunnen gooien, als ze het maar voldoende verdunnen.’

Dat brengt De Boer bij een heel belangrijk punt. Moeten we dit allemaal wel willen? ‘Ik ben eigenlijk van mening dat geen enkel bedrijf schadelijke stoffen zou moeten lozen.’

Vorig jaar gaf De Boer in een regionale krant – hij is zelf omwonende van de fabriek – zijn mening, nadat er een onderzoeksrapport was verschenen over de grafietregen van het Tata Steel. ‘Toen kreeg ik direct bezoek van een delegatie van Tata Steel’, zegt De Boer. ‘Of ik hen misschien wilde adviseren. Dat konden ze dan wel financieren.’ Een mechanisme dat hij de laatste jaren veel ziet in de wetenschap. ‘Maar als je eenmaal geld krijgt van ze voor een onderzoeksprogramma, kun je niets meer over het bedrijf zeggen. Daar begin ik niet aan.’

Er is nog een ander probleem. Rijkswaterstaat meet helemaal niet wat er uiteindelijk door Tata Steel in het oppervlaktewater wordt geloosd. De toezichthouder meet wel de concentraties van de afvalstoffen op het terrein van het staalbedrijf, maar niet wat er daadwerkelijk in het water belandt. Dat berekent Rijkswaterstaat aan de hand van een rekenmodel.

Lozing op het oppervlaktewater door Tata Steel.Beeld Dirk-Jan Prins

Tja, dat gebeurt veel vaker, zegt De Boer. ‘Metingen zijn nogal duur. Als de vergunning er eenmaal is wordt er vooral gewerkt met modellen. Als de visjes niet acuut doodgaan, mag het.’

Maar ook op basis van een berekening blijkt dat Tata Steel, ondanks de gigantische waterstroom waarin het afval wordt verdund, vergeleken met de norm in andere Europese landen nog steeds veel cyanide in het water loost. In het milieujaarverslag staat precies hoeveel liter afvalwater en hoeveel kilo cyanide het bedrijf per jaar in de Hoogovenhaven laat lopen. Het aantal kilo’s gedeeld door het aantal liters levert de concentratie op. In 2017 was dat 37 microgram per liter, in 2011 100 microgram per liter en in 2009 zelfs een concentratie van 389 microgram per liter.

In het rapport Chemicals in European surface waters staat beschreven wat de gemiddelde milieunorm voor cyanide in oppervlaktewater in Europa is die per lidstaat wordt vastgesteld. Die varieert van het minimum van 0,6 microgram per liter, tot een maximum van 300 microgram per liter. Het gemiddelde ligt op 25 microgram per liter, en daar zit Tata Steel dus altijd boven.

Die gang van zaken vindt Annemarie van Wezel onbegrijpelijk. Waarom staat Rijkswaterstaat meer toe dan de Europese lozingseisen? En waarom ontbreken metingen in het oppervlaktewater? ‘Rijkswaterstaat zou er met stringente vergunningverlening voor kunnen zorgen dat Tata Steel niet meer de EU-koploper is als cyanide-lozer’, aldus Van Wezel. ‘Ook is er technologisch heel veel mogelijk qua zuivering. Als bedrijven dat zouden doen, is er een flinke verbetering mogelijk van de waterkwaliteit. Maar ze doen dat meestal pas als ze onder druk worden gezet.’

Dat er geen dode vissen drijven in de buurt van Tata Steel betekent volgens Van Wezel niet dat er niets aan de hand is. ‘Er wordt niet eens gemeten hoeveel cyanide er in het water zit, er wordt dus ook niet gemonitord wat het doet met de fauna en flora. Dus we weten het niet, het wordt niet onderzocht. Als je dat echt wil weten, moet je het meten.’

Experiment

Dirk-Jan Prins zit aan een tafeltje in Brafoer, een uitspanning in Beverwijk. Met z’n gezondheid gaat het iets beter, een experiment in het AMC met een speciaal medicijn heeft hem flink geholpen, evenals een rigoureuze afslankperiode. Hier in Brafoer zat hij laatst met de topman van Harsco, het bedrijf van de grafietregens, en eerder al met een hoge functionaris van Tata Steel. Ze willen het liefst dat hij voortaan zijn mond zal houden over het staalbedrijf en zijn camera een keer thuislaat.

Daarom kreeg hij laatst een aanbod van Tata Steel. ‘Ze willen al mijn foto’s hebben. Dan wisten ze waar ze operationeel op moesten letten’, zegt hij. Maar ze wilden het gratis en voor niets. ‘Je bent een probleem voor ons, maar je houdt ons ook wel scherp, hadden ze gezegd. Maar ze krijgen niks.’ Hij laat zich niet afremmen, Prins. Ook niet door de bedreigingen, scheldpartijen en intimidaties die hij de laatste maanden over zich heen krijgt, als hij weer met zijn scooter op pad is en bij Tata Steel foto’s neemt.

‘Ik ben met niemand, ik ben van niemand’, zegt hij. ‘Als de controleurs niet controleren blijf ik, zolang mijn gezondheid dat toelaat, doorgaan. Ik stop pas als Tata Steel zich aan de wet houdt. Als lucht en water weer een stuk schoner zijn.’

Reactie van Tata Steel

‘Het beeld dat beide journalisten in dit artikel schetsen, voldoet niet aan de werkelijkheid. Het artikel bevat feitelijke onjuistheden, suggestieve beweringen worden als feiten gepresenteerd en belangrijke informatie, waarover de journalisten wel beschikken, wordt weggelaten.

Driekwart van het water dat Tata Steel loost, is koelwater. Het overige deel is proceswater en wordt daar waar nodig met geavanceerde reinigingsinstallaties grondig gereinigd. Er wordt niet ‘zomaar’ in het oppervlaktewater geloosd. Stoffen worden zoveel mogelijk in hoeveelheid teruggebracht.

Waar de Volkskrant totaal aan voorbij gaat, is het belangrijke verschil tussen de verschillende verschijningsvormen van cyanide. 99 procent van de totale hoeveelheid cyanide die Tata Steel loost, is het onschadelijke ‘gebonden cyanide’. Het overige deel is ‘vrij cyanide’. Alleen vrij cyanide is in te hoge concentraties schadelijk voor het milieu en dat is bij Tata Steel dus niet het geval. De 1 procent vrij cyanide die Tata Steel loost, is in hoeveelheden zeer laag en voldoet aan de vergunde emissie-eisen. De suggestie van de Volkskrant over ruimere normen en de conclusies die worden getrokken aan het niet voldoen aan Europese regelgeving zijn onjuist. Door het verschil tussen gebonden cyanide en vrij cyanide achterwege te laten, doet dit artikel geen enkel recht aan de waarheid.

In tegenstelling tot wat in het artikel wordt beweerd, monitort Tata Steel de lozingen nauwkeurig en neemt het continu monsters van het afvalwater. Bij een monsterafname wordt getoetst of de samenstelling van het water voldoet aan de lozingseisen.’

Reactie van Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat zegt dat het handhaaft door onder andere het uitvoeren van afvalwaterbemonsteringen, inspecties van installaties, inspecties in het veld en vanuit de lucht. In het verleden zijn volgens de toezichthouder ook metingen gedaan naar vrij cyanide in de Buitenhaven bij Tata Steel. ‘Daarbij zijn alleen extreem lage concentraties aangetroffen. De kwaliteit van het water rondom Tata Steel is door de lozingen dus niet in het geding geweest.’

De toezichthouder zegt dat het zich bij het opstellen van de watervergunningen ‘volledig baseert op de Europese richtlijnen’. ‘Doordat ondanks het gebruik van de best beschikbare technieken is gebleken dat niet aan de normen kon worden voldaan, hebben wij een andere lozingseis vastgesteld.’

De woordvoerder van Rijkswaterstaat stelt dat Tata Steel niet onbeperkt cyanide mag lozen en dat er in de vergunningen ‘impliciet vrachteisen’ zijn opgenomen, doordat er een maximale concentratie aan cyanide en een maximale waterstroom is vastgesteld. ‘Daarmee ligt ook de maximale vracht vast.’

Dat er één meetpunt is, op het terrein van Tata Steel, is volgens Rijkswaterstaat voldoende. ‘Dat is voldoende omdat na het zuiveringsproces geen schadelijke stoffen meer worden toegevoegd aan de afvalwaterstroom. Het heeft geen toegevoegde waarde om in de sterk verdunde stroom vlak voordat de afvalwaterstroom op het oppervlakte wordt geloosd nogmaals de concentraties van afvalstoffen te bepalen.’

Rijkswaterstaat zegt dat hun beeld is dat ‘Tata het maximale doet op basis van de huidige regelgeving, die tot uiting komt in de vergunningen’.

Lees hier verder over Tata Steel
Wijk aan Zee versus Tata Steel: in gevecht met een ‘ontembaar monster’.

Asbestleed: procederen tot de dood erop volgt.

Grafietregens rond hoogovens IJmuiden uitgestoten zonder de juiste vergunning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden