Tarin Kowt is bang

De veilige ‘inktvlek’ rond Tarin Kowt is minder groot en ook minder veilig dan de Nederlandse militaire leiding ter plekke stelt....

Amir Mohammad is een drukbezet man. Dat zie je aan alles: de vermoeide blik in zijn ene goede oog; de vier hoopvol wachtende bebaarde mannen met tulbanden aan zijn bureau, het krakkemikkige ziekenhuisbed dat voor zijn bureau staat. Alsof hij tussen het dagelijkse papierwerk door af en toe snel even een patiënt onderzoekt.

Zelden verlaat de ziekenhuisdirecteur het terrein. Hij woont er zelfs. Maar dat heeft niet zozeer te maken met het vele werk – op de stoep zit een kleutermeisje met een gezicht vol brandwonden geduldig op haar beurt te wachten. Nee, Amir Mohammad is bang. ‘Wij komen eigenlijk alleen buiten de deur voor boodschappen op de bazaar.’

Hij is niet de enige. ‘Ik rij elke dag een andere route van mijn huis naar het kantoor’, zegt Mohammad Kadir, hoofd van de provinciale afdeling van Irrigatiewerken, in wiens huis een paar bewakers rondlopen met kalasjnikovs. ‘Anders weten ze hoe ze me kunnen pakken.’

‘Wij moeten te voet naar school’, zegt Matab, de 26-jarige lerares van een bomvolle meisjesschool. ‘Maar dat is gevaarlijk. Kunnen de Nederlandse militairen ons niet escorteren?’

De meisjesschool staat midden in Tarin Kowt, de provinciehoofdstad van Uruzgan. Dit is het hart van de zogenoemde inktvlek; hier worden de bewoners beschermd door de Afghaanse overheid en hier kunnen wederopbouwprojecten worden uitgevoerd. Dat is tenminste de trotse boodschap van de Nederlandse militairen in het gebied. Kolonel Rob Querido, de commandant van de zogeheten battlegroup die het opbouwteam van de Nederlandse missie, de PRT, beschermt, noemt de Nederlandse missie in Uruzgan een ‘successtory’ en zegt dat de veilige gebieden aanzienlijk zijn vergroot in de afgelopen maanden.

Maar de zelfmoordaanslag van afgelopen vrijdag, waarbij negen Afghaanse burgers (waaronder zeven kinderen) en een Nederlandse militair om het leven kwamen, heeft in één klap duidelijk gemaakt hoe veilig het werkelijk is in de inktvlek. Het gevaar van zelfmoordaanslagen en bermbommen is groot. Daarnaast zijn de Taliban ook op een veel minder zichtbare manier heel actief in het centrum van Tarin Kowt.

Iedereen die voor de overheid of voor hulporganisaties werkt, wordt bedreigd. Lerares Matab krijgt regelmatig van haar buren te horen dat het geen goed idee is nog langer les te geven op de meisjesschool. De 21-jarige Abdul Ahad, administratief medewerker van het departement van Rurale Ontwikkeling, heeft al enkele keren ’s nachts een brief thuisbezorgd gekregen waarin staat dat hij nú zijn werkzaamheden voor de overheid moet staken. Een hulpverleenster die naaiklasjes voor vrouwen organiseerde, moest vluchten na bedreigingen.

Geen wonder dat de bruisende meisjesschool – waar de banken vol zitten met kleurrijk geklede piekharige kindjes die popelen om te leren lezen en schrijven – veel moeite heeft docentes te vinden. Momenteel zijn er twee, voor 215 leerlingen.

In het naar geitenvlees stinkende hoofdbureau van de politie, waar de autowrakken bemoedigend voor de deur liggen, speelt hetzelfde probleem. Voor een laag loon en een hoog risico komt een politieman zijn bed niet uit.

Wat kan er in deze omstandigheden worden gedaan aan wederopbouw in Uruzgan? De echte strijd gaat immers om de hearts and minds van de bevolking. Maar hoe kan die worden gewonnen door de Afghaanse overheid en de Nederlandse militairen als de Taliban zo succesvol zijn in het creëren van onveiligheid?

Met snelle, zichtbare projecten heeft het Nederlandse opbouwteam de afgelopen negen maanden geprobeerd de bewoners tevreden te stemmen. Intussen worden grotere projecten opgestart zoals de aanleg van bruggen, waterkrachtcentrales en een gevangenis. Maar voor de echte wederopbouw moeten er vooral veel ngo’s naar de provincie komen. En die staan niet te springen, vanwege de onveiligheid. Vooralsnog zijn het dus vooral militairen die de projecten uitvoeren.

Een paar voorwaarden stelt taxichauffeur Haji Jan aan de aanwezigheid van de Nederlandse militairen in Tarin Kowt. Ze moeten niet meer schieten in de bazaar. En ze moeten geen televisies naar Tarin Kowt brengen. Dat is namelijk tegen de islam. Scholen zijn trouwens ook nergens voor nodig. Maar verder vindt de vrolijke lange man met zijn rommelige baard alles best. De huidige regering? Best. De Taliban? Best. ‘Iedereen die ons kan helpen is welkom.’

Hulp, dat is een baan in een fabriek, wat Jan betreft. Hulp, dat is water voor zijn plantjes, zegt boer Abdul Malik. Hulp, dat is veiligheid, zegt administratief medewerker Abdul Ahad. Hulp, dat is een betere weg naar Kandahar, zegt groentenboer War Mohammad.

Maar dat soort hulp is er niet gekomen, zegt Jan. Vanuit zijn huis in Tarin Kowt heeft hij Kamp Holland de afgelopen negen maanden zien groeien. De keurige rijen gepantserde containers waarin de militairen wonen en slapen, heeft hij langer zien worden. De vliegtuigen met het voedsel voor de militairen heeft hij zien invliegen uit verre landen. ‘Maar wat hebben ze voor ons gedaan?’

Zijn kritiek wordt gedeeld door een aantal afgevaardigden uit Uruzgan in het parlement en de senaat in Kabul. ‘Er zijn een paar heel kleine projecten’, zegt parlementariër Sona Niloofer. ‘In de gezondheidszorg en het onderwijs. Het is allemaal erg kleinschalig.’ Parlementariër Mohammad Hashem Watanwal: ‘De PRT doet erg zijn best. Maar er is geen veiligheid en in die omstandigheden zal het moeilijk zijn om wederopbouw te brengen. Momenteel ligt hun focus meer op militaire operaties dan op wederopbouw.’

Dat is niet waar, zegt kolonel Gino van der Voet, de PRT-commandant op Kamp Holland. Volgens hem zijn er de afgelopen negen maanden zo’n 350 projecten gestart voor in totaal 1 miljoen euro. ‘In Tarin Kowt waren er in de hoofdstraat een paar shabby winkeltjes. Nu zijn er schone straten en volle winkels. En dat is maar een van de vele voorbeelden.’

Het is inderdaad een drukte van belang op de bazaar, waar je in de houten stalletjes alles kunt krijgen: van stoffige tapijten tot en met vlees met vliegen.

Ziekenhuisdirecteur Amir Mohammad is blij met de Nederlandse hulp die hij heeft gekregen. Hij heeft nieuwe scanapparatuur ontvangen; drie couveuses en de röntgenapparatuur werden gerepareerd, en hij krijgt er een hele nieuwe vleugel bij. Maar er is ook een belangrijke keerzijde aan de aanwezigheid van buitenlandse militairen in Afganistan, zegt hij. ‘De gewonden stromen binnen.’ De 11-jarige schaapsherder Mosagan Jan is een van hen. Zijn donkerbruine ogen kijken ongelovig als hij zijn eigen lichaam bekijkt, waarin vijf kogels hun weg hebben gevonden. Bijna een maand geleden barstte het gevecht ineens los in zijn dorp in het zuidoosten van Uruzgan. Wat er precies is gebeurd, is niet te achterhalen. Mosagan Jan is maar geïnteresseerd in één ding: ‘De dokter heeft gezegd dat ik weer beter zal worden.’ Hij draait zich naar Mohammad. ‘Toch?’

Vijftien gewonden door gevechten heeft Mohammad de afgelopen maand binnengekregen. Acht uit Helmand, één uit Zabul, en de rest uit Uruzgan. Of ze zijn gewond geraakt door vuur van Nederlandse, Amerikaanse of Afghaanse militairen of de Taliban is voor hem van ondergeschikt belang. ‘Ik vind dat de buitenlandse militairen minder moeten vechten, en meer aan wederopbouw moeten doen.’ Ook taxichauffeur Haji Jan vindt dat er veel te veel kogels rondvliegen. Nota bene in hartje Tarin Kowt. ‘De Nederlanders schieten vanuit hun tanks op ons in de bazaar als we niet snel genoeg uit de weg gaan.’

Inderdaad wordt er geschoten, erkent commandant Querido van de Nederlandse battlegroup. ‘We hebben heel duidelijk gemaakt dat bewoners afstand moeten houden, omdat er zelfmoordaanslagen dreigen. Maar toch denken ze dat het niet echt hoeft. We lossen eerst waarschuwingsschoten. Een keer hebben we iemand op een brommer gericht in zijn been geschoten.’

Het risico van burgerslachtoffers door aanwezigheid van militairen, en daaruit voorvloeiende onvrede onder de bevolking, is precies de reden waarom ngo’s in Afghanistan liever niet met ze worden geassocieerd, zegt de Nederlandse Anja de Beer, het hoofd van paraplu-organisatie Agency Coordinating Body for Afghan Relief in Kabul. ‘De meeste ngo’s willen alleen low profile samenwerken.’ Slechts vijftien ngo’s durven het aan; verreweg de meesten anoniem, vanwege de bedreigingen van opstandelingen (in het oosten van Afghanistan zijn woensdag twee hulpverleners van de Nederlandse ngo Healthnet gegijzeld). Hoewel er momenteel met grote zakken Nederlands geld wordt gezwaaid, valt niet te verwachten dat er op korte termijn veel meer organisaties worden overgehaald naar Uruzgan te komen, zegt De Beer. ‘Het is een heel ingewikkeld krachtenveld. Door antiregeringskrachten kun je worden gezien als gelieerd aan de regering. Maar omgekeerd kun je ook problemen krijgen.’ Safe the Children, Cordaid en Healthnet wagen de sprong wel; zij hebben juist besloten hun activiteiten in Uruzgan uit te breiden – Nederland draagt 600 duizend euro bij. Healthnet is kritisch over de aanwezigheid van Nederlandse militairen ter plaatse, de andere twee organisaties houden zich ver van ‘politieke discussies’.

In de zanderige achtertuin van een hulpverlener in Tarin Kowt staan de blikken kisten vol schoolborden, krijtjes en schoolboeken. Rode stempels vertellen de herkomst: Safe the Children. Dit materiaal moet in de komende tijd worden verspreid onder docenten in Uruzgan. Maar hun niveau is doorgaans laag, dus eerst zullen ze nog les moeten krijgen hoe ze de spullen moeten gebruiken. De hulpverlener, een goedlachse dertiger met een grote tulband op zijn hoofd, lijkt de enige te zijn die niet bang is voor problemen. Hoe dat komt? ‘Wij gaan alleen naar dorpen als ze ons echt uitnodigen en ons dus bescherming bieden. Dat is de enige manier waarop het werkt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden