Tarantino trap af

Van Quentin Tarantino's gruwelijke Django Unchained tot twee ingetogen Nederlandse films. Dat de slavernij 150 jaar geleden werd afgeschaft, zullen we weten dit jaar. V inventariseert.

Django Unchainedpoppen, nu te bestellen op Amazon. Van de wrede slavenhouder Calvin Candie (Leonardo DiCaprio) tot diens verdorven huisslaaf Stephen (Samuel L. Jackson). Officiële merchandise gemaakt onder licentie van de Weinsteinstudio, voor 29,99 dollar per stuk.


'Een belediging van onze voorouders', reageerde men bij de burgerrechtenbeweging van dominee Al Sharpton, die zich inzet voor zwarte Amerikanen. Een islamitische zusterorganisatie riep vorige week op tot een boycot van de poppen. Troost: beide organisaties vonden de film zelf dan weer wel oké. 'Die is voor volwassenen, maar de poppetjes zullen ook kinderen aanspreken.'


Spike Lee, die vanwege Quentin Tarantino's affiniteit met het n-woord (110 keer in Django) al jarenlang in de clinch ligt met zijn collega, voerde de poppen fijntjes op als onderbouwing van zijn eerdere, middels Twitter verspreide categorische afwijzing van Tarantino's nieuwste speelfilm: 'American slavery was not a Sergio Leone spaghetti western. It was a holocaust.' Je reinste exploitatie, nu ook als speelgoed.


Afgelopen zondag, bij de uitreiking van de Golden Globes, zette Tarantino kort en bondig zijn beweegredenen uiteen, nadat hij het beeldje voor beste scenario had gewonnen. 'Als iemand zou zeggen dat het woord nigger in de film vaker valt dan gebruikelijk was in het Mississippi van 1858, dan staat het die persoon vrij dat te bepleiten. Maar dat doet niemand. Dus wat ze eigenlijk zeggen is dat ik het taalgebruik moet verzachten, dat ik moet liegen. En dat doe ik nooit, als het mijn personages betreft.'


En, over zijn keuze om de slavernijgruwelen te vatten in een spaghettiwestern: 'Ik houd van de gewelddadigheid van die films, van het nihilisme en de opera-achtige opzet, de surreële kwaliteit. Mijn film is geen pastiche. Ik dacht: wat zou een Amerikaans equivalent kunnen zijn? Zo kwam ik bij de slavernij terecht, die holocaustachtige versie van het kwaad. En bij het personage van een slaaf die premiejager wordt - de meest voorkomende baan in de spaghettiwestern.'


Django Unchained, Tarantino's achtste speelfilm, bracht al ruim 130 miljoen dollar op en is genomineerd voor vier Oscars, waaronder die voor beste film en beste scenario. Al sinds de première in de VS, met Kerst, buitelen Amerikaanse commentatoren over elkaar met analyses van de film, die niet enkel voor- en tegenstanders kent, maar ook ambivalente gevoelens losmaakt.


Dat de film een succes is in de zwarte gemeenschap lijkt duidelijk; kranten berichtten over bioscopen in stadswijken als Harlem waar een goeddeels zwart publiek in gejuich uitbarst zodra Django (rol van Jamie Foxx) het premiejagerschap verruilt voor een persoonlijkere queeste en zijn blanke onderdrukkers decimeert.


'Het is spijtig dat het gros van de kijkers behalve deze film geen verdere educatie zal krijgen over de slavernij, maar het is zonder meer beter dan niks', schreef de zwarte universiteitsprofessor en tv-commentator Boyce Watkins in een stuk voor Amerika's populairste internetkrant The Huffington Post. Voor de site yourblackworld.net sprak Watkins vervolgens over de film met de militante voorman van de Nation of Islam Louis Farrakhan, die begrip had voor de visie van 'broeder Spike Lee', maar toch ook zijn bewondering uitsprak voor het acteren in Django Unchained: 'Samuel Jackson speelt de beste en ergste uncle Tom ooit!' (Tarantino schoolde de rol naar de dociele, aan zijn blanke meester getrouwe huisslaaf uit de 19de-eeuwse antislavernijbestseller De negerhut van oom Tom, die het van romanfiguur tot scheldwoord schopte).


Tarantino putte ook uit Mandingo (1975), een niet bijster goed geacteerd slavernijepos van Richard Fleischer, dat evenwel een ongegeneerd beeld gaf van de uit incest, verkrachting en marteling bestaande dagelijkse praktijk op de plantage. Het in die film geïntroduceerde Mandingo-vechten, waarbij men slaven ter vermaak tegen elkaar laat vechten (volgens historici fictie), werd overgeheveld naar Django Unchained, waarin plantagehouders recordbedragen neerleggen voor de beste vechters.


'De onderbuik van de slavernij', noemt de filmer het, in het midden latend of zulke gevechten echt plaatsvonden.


Tarantino trapt zo het slavernijjaar 2013 af, waarin de 150-jarige afschaffing wordt gevierd en nog veel meer speelfilms over het onderwerp verschijnen. Ook Nederlandse. Jean van de Velde (All Stars, Wit Licht) verfilmt Hoe duur was de suiker?, de historische roman van Cynthia McLeod over twee zusjes op een suikerplantage in Suriname in het midden van de 18de eeuw. 'Ik geloof niet dat Tarantino en ik elkaar in de weg zitten', zegt Van de Velde, die in maart begint met filmen, in Zuid-Afrika. 'Bij ons moet je niet denken aan beelden waarbij de kijker het hoofd zal afwenden, daar is het het verhaal niet naar. Maar als je de toen normale omgang met de slaven toont, alsof het dieren zijn, is dat volgens mij uiteindelijk gruwelijker dan dat je steeds zwepen ziet. In Cynthia's boek gaat het met name om de onderlinge relaties op zo'n plantage. Voor een blank meisje had zo'n slavin soms meer betekenis dan haar eigen moeder.'


Op Curaçao zijn inmiddels de opnamen afgerond van de door de Nederlander Jeroen Leinders geregisseerde internationale co-productie Tula, The Revolt, waarin onder anderen Danny Glover (The Color Purple), Jeroen Krabbé en de vorige maand overleden acteur Jeroen Willems een rol spelen.


De slaaf Tula leidde in 1795 een slavenopstand, wat hij met de dood moest bekopen. Krabbé speelt de gouverneur van het eiland, die het oproer verkeerd aanpakt ('totáál verkeerd'), met veel bloedvergieten als gevolg. 'Het was een ontzettend stomme actie van Nederland, vind ik.' Of er veel nare scènes in de film zitten, weet hij niet. 'Ik heb nog niks gezien. We hebben wel een scène opgenomen waarin ik een proces verbaal van de strafmaat lees: eerst alle botten gebroken, van tenen tot vingers, daarna vel afgestroopt, dan ledematen afgehakt, dan ophangen, en dan het hoofd op spies. Dat was toen normaal, maar je kunt het zo niet in de bioscoop laten zien, dat kan niemand aan. Het uitspreken is ook al genoeg: de rillingen lopen je over het lijf.'


Ook het voor twaalf Oscars genomineerde biografische drama Lincoln wordt tot de slavernijfilms gerekend. De film is in Amerika onderwerp van het debat. Regisseur Steven Spielberg richt zich op de periode waarin de zestiende president de Amerikaanse Burgeroorlog wint, de slavernij afschaft en worstelt met de juiste volgorde van die twee noodzaken.


Waar geschiedkundigen Django Unchained simpelweg afdoen als historisch weinig accuraat entertainment, is de kritiek op Spielberg dat die de afschaffing simplificeert als een 'heroïsch blankemanverhaal' (schrijver Scott Reynolds Nelson, gespecialiseerd in Afro-Amerikaanse geschiedenis), die geen of weinig oog heeft voor de bijdrage van de (ex)slaven zelf. Spielberg, die bij zijn (bekroonde) regie van The Color Purple al onder vuur lag omdat hij de zwarte man zou stigmatiseren, en zijn slavernij-epos Amistad op historische correctheid doorvlooid zag door geschiedkundigen, zal niet echt hebben opgekeken van het commentaar: wie zich waagt aan een zo zwaar beladen thema als de slavernij, oogst altijd wel kritiek.


In studies naar films over slavernij wordt standaard opgemerkt dat die toch vooral iets zeggen over de tijd waarin ze werden gemaakt. Van de eerste korte films als For Massa's Sake (1911), waarin een ex-slaaf zich zo verbonden voelt met zijn blanke meester dat hij zich terugverkoopt als slaaf, tot het veelgeprezen Roots (1977) over het leven van de slaaf Kunta Kinte, een genuanceerde tv-serie met verzoeningsboodschap. Weinig realistisch, oordeelt Tarantino in het decembernummer van de zwarte glossy Ebony. 'In Django doen we niet aan die Rootsbullshit.'


Op papier lijkt het door Brad Pitt geproduceerde 12 Twelve Years A Slave (najaar 2013) een van de meest realistische van de golf slavernijfilms. Gebaseerd op de memoires van Solomon Northup, een vrijgeboren zwarte man uit New York die in 1841 werd gekidnapt en als slaaf verkocht door zuidelijke handelaars. Regisseur is de gerenommeerde Brit Steve McQueen (Hunger, Shame). De vooralsnog enige vrijgegeven foto toont de uitgestalde waar op een slavenmarkt (te zien op de filmwebsite indiewire.com) en is zeer confronterend.


De zwijgzame antiheld Django uit Corbucci's western Django uit 1966 sprak tot de verbeelding. Het Djangopersonage dook sindsdien op in meer dan dertig films. Als hommage aan de Django uit de oerversie vroeg Tarantino de Italiaanse acteur Franco Nero voor een kleine rol in Django Unchained. Nero is de slavenhandelaar die Django (Jamie Foxx) naar zijn naam vraagt - en hoe je dat eigenlijk spelt, Django.


Tarantino's inspiratie

Een film van Quentin Tarantino is opgebouwd uit filmcitaten. Personages verwijzen eerder naar andere films dan naar historische gebeurtenissen, ook wanneer de film nog niet is gemaakt in de tijd waarin het personage speelt. Hieronder een selectie van films die Tarantino inspireerden voor Django Unchained.


Django (Sergio Corbucci, 1966)


Tarantino's nieuwste bloemlezing vol verwijzingen naar meer en minder obscure cultfilms begint uiteraard bij de Italiaanse western Django. Op de naam van het hoofdpersonage en het bijbehorende titelliedje na heeft Django Unchained niet zo gek veel met deze spaghettiwestern van Corbucci te maken. De Italiaanse loner in kwestie (gespeeld door Franco Nero) is een zwijgzame antiheld die het in een modderig spookstadje aan de Mexicaanse grens opneemt tegen een groep Amerikaanse Ku Klux Klanachtige bandieten. Dat doet deze Django voornamelijk met een reusachtig machinegeweer, verstopt in de doodskist die hij een film lang met zich meesleept.


Het Djangopersonage dook sindsdien op in meer dan dertig films (de Japanner Takashi Miike was met Sukiyaki Western Django uit 2007 voorlopig de laatste die een hommage bracht), maar er kon er natuurlijk maar één de echte zijn. Daarom vroeg Tarantino de echte Nero, 71 jaar inmiddels, voor een kleine bijrol in zijn film. Nero is de slavenhandelaar die Django (Jamie Foxx) naar zijn naam vraagt - en hoe je dat eigenlijk spelt, Django. O ja, het oor dat in deze film zonder wegdraaiende camera wordt afgesneden, legde de basis voor de beruchte martelscène in Reservoir Dogs.


Mandingo (Richard Fleischer, 1975)


Wanneer slavendrijver Calvin Candie (Leonardo DiCaprio) het bezoek dat hij op zijn plantage in Django Unchained ontvangt uitnodigt om in een van zijn kamers naar een 'Mandingogevecht' te kijken, verwijst hij letterlijk naar deze cultfilm uit 1975 van Soylent Green-regisseur Richard Fleischer. Zijn controversiële Mandingo is een even grimmige als slecht geacteerde film over een alleenstaande plantage-eigenaar die met zijn zoon slaven traint voor bloederige, gladiatorenachtige man-tot-man-gevechten; met blote vuisten, tot de dood erop volgt.


Het is een geijkte truc van Tarantino - hij laat zijn personages verwijzen naar zijn eigen, zorgvuldig opgebouwde filmrealiteit, waardoor de recente interviews met historici in de Amerikaanse pers rond de vraag of Mandingogevechten echt hebben bestaan (nee, dus) eigenlijk bij voorbaat overbodig waren.


Mandingo is simpelweg een persoonlijke favoriet van de regisseur. In het interviewboek Quentin Tarantino: Interviews van Mim Udovitch stelt hij dat Mandingo samen met Paul Verhoevens Showgirls (1995) de enige twee 'full-on' exploitatiefilms zijn die in de tussenliggende twintig jaar door een grote Amerikaanse filmstudio zijn gemaakt.


Il grande Silenzio (Sergio Corbucci, 1968)


Corbucci (1926) was een klassieke veelfilmer. Tussen 1951 en 1990, het jaar waarin hij overleed, regisseerde de Italiaan 63 films. En hoe meer hij filmde, des te troebeler werd het onderscheid tussen goed en kwaad dat hij in die films maakte. De laatste scène van zijn ijzersterke Il grande Silenzio, een western die zich volledig afspeelt in de heuvelachtige sneeuwlandschappen van Utah, slaat wat dat betreft alles. De corrupte, psychopathische premiejager Loco (Klaus Kinski op zijn gestoordst) schiet daarin de zwijgzame, naamloze held (Jean-Louis Trintignant, de bejaarde man uit Amour) én zijn liefje naar het hiernamaals, waarna hij een groepje gevangenen neermaait en met zijn bende naar de horizon vertrekt. Einde film. En dat terwijl het met die held sowieso al lastig identificeren was: hij is niet in staat te praten omdat een bandiet hem als kind ooit de keel doorsneed.


Il grande Silenzio maakt mede duidelijk waarom Corbucci nooit zo bekend en geroemd werd als zijn landgenoot Sergio Leone (The Good, the Bad and the Ugly, Once Upon a Time in the West). Los van die radicaal tegendraadse vertelling zijn het de sneeuwlandschappen die Tarantino in Django Unchained citeert. In zijn film geen paarden die zich struikelend door metersdiepe sneeuw moeten ploegen, maar Django die in alle rust een aantal schietoefeningen krijgt aangeleerd.


Blazing Saddles (Mel Brooks, 1974)


Het is momenteel een bescheiden YouTubehit, de oude filmtrailer van Blazing Saddles met daaronder geluid en muziek uit Django Unchained. De westernsatire van Brooks, meester van de filmparodie, maakte onder meer gehakt van de racistische stereotypen in de oude Amerikaanse westerns uit de tijd van John Wayne. Evenals Tarantino's werkwijze - hij was er nooit op uit een historisch correcte film te maken - gold ook Brooks' aanpak als controversieel. Hij bombardeerde een zwarte ijdele sheriff die het (blanke) kwaad bestrijdt vanaf een Guccizadel tot hoofdpersonage, in een dikwijls flauwe, maar minstens even vaak geslaagde, langgerekte knipoog naar het genre. Ook Brooks' spel met (muzikale) anachronismen staat aan de basis van Tarantino's film - een van de muzikale hoogtepunten van Django Unchained is wat dat betreft Rick Ross' lekker modern geproduceerde hiphopplaat 100 Black Coffins.


Shaft (Gordon Parks, 1971)


De door Kerry Washington gespeelde vrouw van Django heet Broomhilda Von Shaft. In het op zichzelf staande filmuniversum van Django Unchained betekent dit dat Broomhilda, een vrouw met Duitse voorouders (Brünnhilde uit Wagners Der Ring des Nibelungen heeft hier ongetwijfeld ook iets mee te maken), en Django aan de basis staan van de stamboom van blaxploitationheld John Shaft, gespeeld door Richard Roundtree in de klassieker uit 1971 (en Samuel L. Jackson in de matige remake uit 2000).


Il Mercenario (Sergio Corbucci, 1968)


Er is een klein overeenkomstig detail: de witte anjer die Jack Palance in Il Mercenario in het knoopsgat van zijn jasje draagt zien we terug in de outfit van DiCaprio in Django Unchained.


De belangrijkste vergelijking is algemener: met Il Mercenario maakte Corbucci even geen grimmige film waarin hij zo veel mogelijk westernregels aan zijn laars lapte, maar een luchtige film met geweld als entertainment in plaats van sociaal commentaar en een prototype coole held (wederom Nero) die zijn lucifers aanstrijkt met zijn tanden. (zie Palance en zijn witte anjer: i47.tinypic.com/2py6xdx.jpg)


Berend Jan Bockting

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden