Tanzania heeft nieuwe gasbronnen en de inwoners profiteren mee

Voor de kust van Tanzania zijn grote gasvoorraden ontdekt. Een opsteker voor het arme Oost-Afrikaanse land, of juist een vloek? President John Magufuli wil de inkomsten eerlijk onder zijn volk verdelen. 'Tanzania first.'

Voorraad gasflessen in een depot in Dar es Salaam. Beeld Daniel Hayduk

Traditionele houten dhows met witte zeilen glijden de haven binnen van Dar es Salaam. Aan boord hebben ze de al even traditionele vangst van krab, inktvis en garnalen. Buiten het zicht - ver van de witte stranden en diep onder het indigoblauwe water - bevindt zich een andere, modernere natuurlijke hulpbron. Eentje die Tanzania ingrijpend kan veranderen.

De bodem onder de Indische Oceaan bevat hier zeer grote gasvoorraden. Ze beslaan 57 biljoen kubieke voet - dat is 57 duizend keer een miljard - waarvan 32 biljoen kubieke voet winbaar zijn. De voorraad bevat 56 miljard keer zo veel gas als één Tanzaniaan gemiddeld in 2014 verbruikte.

Buurland Mozambique bezit zelfs meer dan drie keer zo veel onderzees gas als Tanzania. Samen vormen de landen 'het grootste succesverhaal in Sub-Sahara Afrika' voor wat betreft olie- en gasvondsten, aldus het Amerikaanse consultancybedrijf Wood Mackenzie. Tanzania en Mozambique kunnen straks concurreren met Qatar, 's werelds grootste producent van vloeibaar gas (LNG).

Of het gas voor Tanzania echt een succesverhaal wordt, hangt vooral af van hoe de regering de verwachte miljardenopbrengsten beheert.

'Hopelijk gaan we de kant op van Botswana, waar door een goed fiscaal regime en relatief beperkte corruptie de diamantopbrengsten ook ten goede komen aan de bevolking. En niet de kant van Nigeria, waar een elite floreert dankzij de olie en waar de massa's arm blijven', zegt Abel Kinyondo van onderzoeksinstituut REPOA (Research on Poverty Alleviation) in zijn kantoor in Dar es Salaam.

Man verkoopt LPG (Liquified Petroleum Gas)in Dar es Salaam Beeld Daniel Hayduk

De gasproductie kan nog wel acht jaar op zich laten wachten, maar de wetgeving en belastingafspraken voor betrokken buitenlandse bedrijven waaronder Shell worden nu gemaakt. Hoofdverantwoordelijk aan Tanzaniaanse zijde is de enigmatische John Magufuli, die president is sinds november 2015. Hij maakt naam als bestrijder van corruptie: Tanzanianen noemen hem al de Bulldozer.

'Magufuli wil voor Tanzania de best mogelijke deal met de buitenlandse bedrijven', zegt politicoloog Benson Bana van de universiteit van Dar es Salaam. 'Voor Magufuli geldt: Tanzania first.'

De president gaat dan ook met volle kracht vooruit. Dinsdag stemde het parlement in met nieuwe regels voor de mijnbouwsector. De regering kan makkelijker bestaande contracten met buitenlandse bedrijven openbreken, en krijgt meer zeggenschap over hun activiteiten. Goud is nu nog Tanzania's meest waardevolle exportproduct. Maar straks gaan de nieuwe mijnbouwwetten mogelijk als blauwdruk gelden voor de opstartende gassector.

Morele oorlog

Magufuli's 'morele oorlog' voor een eerlijke verdeling van de inkomsten uit Tanzania's bodemrijkdommen is volgens onderzoeker Kinyondo mede geïnspireerd door zijn herkomst. 'De president komt uit het noorden van het land, uit de mijnbouwregio. Hij ziet daar nog steeds veel armoe. Het is persoonlijk voor hem. Hij gaat als een macho tekeer om de boodschap af te geven: er is een nieuwe sheriff. Buitenlandse bedrijven zijn dat niet gewend, ze kregen altijd hun zin.'

De Tanzaniaanse overheid werkt voor het gas samen met vijf multinationals, waaronder behalve Shell ook ExxonMobil en het Noorse Statoil. Shell heeft belangen van 60 procent in twee van de drie onderzeese exploratieblokken, die het verwierf tijdens de overname van de Britse BG Group in 2016.

Weinig Tanzianen koken nu al op gas. In Dar es Salaam gebeurt dat vooral met gas uit hervulbare flessen. Beeld Daniel Hayduk

De bedrijven moeten met de overheid een installatie in Tanzania bouwen waar het onderzeese gas wordt omgezet in LNG, dat geëxporteerd kan worden naar de wereldmarkt. Het wordt een gezamenlijke investering van de olie- en gasbedrijven van naar schatting 30 miljard dollar - een bedrag dat gelijkstaat aan tweederde van het bruto binnenlands product van Tanzania.

De buitenlandse energiebedrijven zijn wel een beetje bezorgd over het activisme van Magufuli, zegt een medewerker van een van de concerns, die vanwege de voortgaande onderhandelingen alleen anoniem wil spreken. Maar je moet het niet overdrijven. 'We moeten beslissingen over onze allergrootste investeringen nog nemen, en dat doen we niet zolang we denken dat de algehele afspraak niet goed is.'

Magufuli ziet het gas niet louter als een bron van inkomsten, maar ook als een manier om Tanzania minder afhankelijk te maken van andere energiebronnen. Het gebruik van houtskool bijvoorbeeld, dat een aanslag vormt op de natuur. Verreweg de meeste van de ruim 50 miljoen Tanzanianen leven op het platteland, ze koken er op hout. Slechts een kleine groep, met name in de commer-ciële hoofdstad Dar es Salaam, permitteert zich een hervulbare gasfles om op te koken. Ook kan gas straks elektriciteit genereren, wat Tanzania weer minder afhankelijk maakt van waterkrachtenergie, een bron die minder betrouwbaar wordt als gevolg van toenemende droogtes.

Kili Bar in Dar es Salaam. Veel restaurants maken gebruik van houtskool om te koken Beeld Daniel Hayduk

Tanzania is welkom om straks een boel gas af te nemen van de buitenlandse bedrijven om er vervolgens zelf elektriciteit mee te produceren, zegt een medewerker van een van de buitenlandse olie- en gasbedrijven, die vanwege de gevoeligheid van de materie anoniem moet blijven. Maar Tanzania's opnamecapaciteit is beperkt, zegt hij, wegens de geringe infrastructuur voor elektriciteit. Hij denkt dat Tanzania zo'n 5 tot 10 procent van het onderzeese gas binnenlands kwijt kan, en dat er dus vooral veel geëxporteerd zal worden.

Maar onderzoeker Kinyondo plaatst daar een kanttekening bij: 'Die percentages gelden misschien nu. De regering gaat er van uit dat ze over tien of twintig jaar, als gevolg van industrialisatie, veel meer nodig heeft.'

Industrialisatie

Industrialisatie - een stokpaardje van Magufuli - moet banen scheppen en Tanzania opstuwen in de vaart der volkeren. Een vraag is of dit haalbaar is. Afrikaanse landen lanceerden na de onafhankelijkheid een halve eeuw geleden ambitieuze industrialiseringsplannen, die niet de gewenste resultaten opleverden.

Sceptici menen dat meer aandacht moet uitgaan naar landbouw, omdat dit bestaan nou eenmaal de realiteit is voor de meeste mensen, ook al oogt het niet erg sexy. 'Moderniseer de landbouw', adviseerde vorige week de lokale krant The Citizen.

Magufuli meent juist dat de opbrengsten uit de gasverkoop gebruikt kunnen worden om Tanzania's stroomnetwerk te verbeteren. Dat kan dan weer het kader creëren voor nieuwe fabrieken.

De opbrengsten kunnen ook gedeeltelijk in een nationaal beleggingsfonds worden gestort, met het oog op toekomstige generaties.

Menig Afrikaans land zette de laatste jaren zo'n staatsfonds op naar Noors model. Tanzania heeft er nog niet formeel over besloten.

Kinyondo: 'Mijn instituut adviseert er tegen. Zulk geld kan worden verduisterd. En waarom sparen voor later als het heden sterft? We hebben niet genoeg schoon water of wegen. Als je met de gasbaten scholen bouwt die jonge Tanzanianen goed gaan opleiden, dan heb je in zekere zin al gespaard voor de toekomst.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden