Tanks, Tate

Dat Tate Modern met The Tanks een speciale ruimte heeft gecreëerd voor performancekunst, bewijst dat het genre volwassen is geworden. Wieteke van Zeil zag er de legendarische voorstelling Fase.

WIETEKE VAN ZEIL

Fase 1: Piano Phase

Tijdverschuiving. Een treffend thema om de eerste museumruimte ter wereld die speciaal bestemd is voor time based art mee te openen: The Tanks in Tate Modern in Londen. Anne Teresa De Keersmaeker staat er donderdagavond zelf de choreografie op te voeren die haar beroemd heeft gemaakt, die de moderne dans in een nieuwe richting heeft geslingerd. Die bij de eerste opvoering in Brussel in 1982 al legendarisch was en sindsdien alleen maar in betekenis is gegroeid. Ze laat 'm niet uitvoeren door jonge dansers: ze is 52 en ze doet het zelf. Met dat edele jongensgezicht van d'r, de blik vastberaden, al lijkt er tijdens Piano Phase, de eerste van de vier delen van Fase: Four Movements To The Music Of Steve Reich, soms per ongeluk een glimlach te verschijnen. Zo'n automatische, van: whoa, het werkt, wéér. Het is wéér betoverend, de trance is weer in gang gezet. Het publiek omringt haar in de open ruimte. Haar bewegingen worden gedragen door de muziek, of ze dragen juist de muziek - ze zíjn de muziek, er is nadrukkelijk geen sprake van dans als illustratie van een melodie. Ze vallen samen.

Langzaam verschuift de tijd: in Piano Phase draaien de twee dansers rondjes. Anne Teresa De Keersmaeker en Tale Dolven cirkelen, als derwisjen bijna, exact gelijk. Rustig, ritmisch, in een eindeloze herhaling. Tot een van de twee heel geleidelijk uit de toon raakt, een ander tempo aanneemt, langzaam en net zo lang tot ze elkaar weer ontmoeten in een gelijk ritme. Als de wijzers van twee klokken die weer gelijk lopen. Het is zo betoverend, zo rustig en indringend tegelijk.

The Tanks zijn ervoor gemaakt. De oude olieopslagplaatsen van de fabriek die het Londense museum Tate Modern ooit was, zijn gestut en aangepast om performances, video's, film, dans en interactieve installaties in tentoon te stellen: kortom, alle kunst die 'op tijd gebaseerd' is, waarbij het verstrijken van tijd een onlosmakelijk onderdeel is. Met betaalde voorstellingen 's avonds, en gratis overdag. Zodat Londenaren van Hackney tot Notting Hill, en toeristen van Zuid-Italiaanse backpackers tot Japanse upperclass kunnen zien hoe Anne Teresa De Keersmaeker de vier afzonderlijke delen van Fase overdag opvoert - een diversiteit en uitbreiding van publiek waarover De Keersmaeker zelf zich ook verheugt. 's Avonds danst zij ze nog eens allevier achter elkaar in een besloten voorstelling.

Je loopt de gigantische Turbine Hall van het museum binnen, en rechts openen zich de Tanks: de East Tank, de South Tank en de Transformers Galleries, transformatorruimten voor tentoonstellingen met kunst uit de collectie van Tate, zoals films en installaties.

Fase 2: Come Out

De ruimte van de Tanks is verre van neutraal: ze is industrieel, groot, brutaal, zeven meter hoog; een grote betonnen doos. Een hal waarin je je gigantische takels aan rails langs het plafond voorstelt, of traag draaiende megamachines. Streng, dominant, niet bepaald warm of persoonlijk.

De South Tank, waar De Keersmaekers Fase wordt opgevoerd, is breed, vierkant, en grijs. Vier vierkante betonnen kolommen zijn de enige onderdelen en de ruimte daartussen voelt als een natuurlijk podium, een arena.

Curator Catherine Wood, vanaf het begin betrokken bij de ontwikkeling van The Tanks, heeft zich zorgen gemaakt over de invloed die de ruimte op de kunst zal hebben. Maar kunstenaars vinden het prachtig. Elk werk krijgt een nieuwe nuance door het karakter dat The Tanks met zich meebrengen.

Anne Teresa's tweede deel van Fase, Coming Out, wordt er nog mechanischer, nóg Brave New World-achtiger van dan het al is. Als de eerste commercial van Apple in 1984, ook geïnspireerd op Aldous Huxley: robotachtig werkende mensen in een grote hal. In de muziek hoor je de oorsprong van technomuziek die nu, jaren later nog na-echoot, overal ter wereld op feesten, van de ene industriële hal naar de andere. Die mensen tot bewegingen zet die zich, net als hier, maar blijven herhalen.

Anne Teresa en Tale Dolven dragen jarentachtigpantalons en bloezen. Ze dansen zittend op hun stoel. De klanken die steeds bonkiger worden, kaatsen in de ruimte heen en weer zoals ze bij goede techno in de Gashouder in Amsterdam doen - het geluid rolt door de ruimte, je zou er auditief van gaan hallucineren. Een gedesoriënteerde vleermuis fladdert minutenlang paniekerig boven de dansers tegen het plafond.

Fase 3: Violin Phase

Hier staat de kunstenaar, helemaal alleen. Geen attributen, geen zichtbare make-up, geen decor behalve de ruimte zelf. Violin Phase is een solo en De Keersmaeker dwingt soevereiniteit af. Alles komt neer op de kunstenaar, bij performancekunst en bij dans. Beide komen samen in de programmering van The Tanks. Nog meer dan bij eerdere uitvoeringen van Fase heeft De Keersmaeker de voorstelling gestript, teruggebracht tot het absolute minimum: het bewegende lichaam en de muziek.

Alles wat de danser heeft is zijn lijf, en die gedachte ligt ook ten grondslag aan een belangrijk deel van de performancekunst: vooral die van de jaren zestig en zeventig. Het lichaam was medium, zoals doek en olieverf medium zijn, of camera en scherm. Zoals Marina Abramovic en Ulay, tegen elkaar aanbotsend tot ze erbij neervallen, of Abramovic die een pentagram in haar buik snijdt.

In die vroege performancekunst werden meteen alle grenzen van het lichaam als medium afgetast. Hermann Nitsch met zijn Orgien-Mysterien-Theater, waarin hij offerrituelen uitvoerde met bloed en dierenorganen verspreid over zijn naakte lichaam. Vito Acconci die begin jaren zeventig wekenlang elke dag op een galerievloer voor zijn publiek lag te masturberen. Gilbert & George als levende sculpturen, bedekt in goudpoeder, zingend voor hun publiek.

Bij deze kunst gaat het om drie dingen: kunstenaar, kunst, toeschouwer. In het moment. Anders dan een schilderij achter glas of een object achter een draadje, spreekt de performance direct, in het hier en nu en straks niet meer, tot de toeschouwer. In The Tanks speelt dat een grote rol: het aanwezig zijn bij de kunstenaar, het samenvallen van kunstenaar en zijn kunst. Met als beloning voor de bezoeker een intensivering van de kunstbeleving in het museum.

Fase 4: Clapping Music

Fase is een instituut geworden, een jargon waaraan kijkers en de Keersmaeker zelf zich relateren, elke keer dat het wordt opgevoerd. En met de oprichting van The Tanks schuift ook de performancekunst een nieuwe fase in. Dat een internationaal museum als Tate een permanente ruimte inricht voor het genre, betekent de definitieve museale erkenning. Het genre schudt er het marginale karakter - dat het toch altijd nog wat aankleefde - definitief van zich af. The Tanks zullen een boost geven aan de emancipatie ervan.

Waar performancekunst vroeger iets van een jonge hond had, iets riskants en opstandigs - je wist soms als bezoeker niet of je er zonder kleerscheuren vanaf kwam - , is ze met name de afgelopen jaren volwassen en divers geworden. Het draait niet alleen meer om zelfexpressie. Zoals bij elke coming of age, is de fixatie op zichzelf minder geworden en het blikveld breder. Time based kunst van nu gaat meer over onze manieren van kijken, zegt Catherine Wood, over aandacht, de relatie tot elkaar en de omgeving.

Daarvoor wordt de niet heel duidelijke, bij-gebrek-aan-beter-term 'sociale situaties' gebruikt. Neem Tino Sehgal, die deze week zijn nieuwe werk voor de grote Turbine Hall van Tate presenteerde, waarin 70 acteurs door de ruimte bewegen, soms samen, soms onherkenbaar tussen het publiek, en spontaan persoonlijke verhalen beginnen te vertellen tegen bezoekers. Sociale situaties als kunstwerk.

Het kan ook minder persoonlijk. Met kunstenaar Tania Bruguera, die in augustus drie weken lang werk in The Tanks laat zien, heeft Tate al ervaring; in 2007 liet zij in het museum twee politiemannen te paard rondlopen, terwijl die crowd control uitvoerden en bezoekers van hot naar her manoeuvreerden met hun paarden. De ervaring van machtsvertoon en -hiërarchie in de openbare ruimte, in een tijd van terrorisme, is hier de 'sociale situatie'.

In de East Tank is nu een tentoonstelling te zien van de Koreaanse kunstenaar en Rijksakademie-alumnus Sung Hwan Kim, een verhalenverteller die nieuwe vormen vond voor zijn 'geschiedenissprookjes'. Waarin hij zelf een rol speelt, maar ook objecten, tekeningen, licht en de samenwerking met een componist.

Dat performance onlangs door een groter publiek als discipline is geaccepteerd, werd ook zichtbaar toen Marina Abramovic haar solotentoonstelling The Artist Is Present in MoMA gaf, in 2010. Terwijl haar grillige vroege werk er werd heropgevoerd door jonge acteurs, zat zij zelf drie maanden lang in het museum, doodstil op een stoel, terwijl bezoekers tegenover haar plaats konden nemen.

De buzz werd zo groot dat de rijen voor het museum zich soms al de avond ervoor vormden. Met daarin ook acteurs en popsterren, die het fenomeen wilden zien. De wilde performancekunstenaar van toen vestigde vier decennia later de kracht en duurzaamheid van de discipline, gewoon door de kern ervan weer tot onderwerp te maken: de aanwezigheid van de kunstenaar in het moment.

De opening van Tate Tanks is een volgende stap in de erkenning van het genre. Veertig kunstenaars zijn er de komende weken te zien, naast klassiek werk uit de collectie, zoals films van Joseph Beuys en Aldo Tambellini. Sommige kunstenaars geven nieuwe interpretaties van historische performances. De vluchtigste, efemere vorm van kunst heeft een museale thuisbasis gekregen.

The Tanks: Art in Action. T/m 28 oktober. Daarna sluiten The Tanks en Turbine Hall tot 2016 voor een verbouwing. Tate Modern blijft in die tijd open.

Bankside, London SE1 9TG. tate.org.uk

Publicatie A choreographer's Score, Anne Teresa De Keersmaeker en Bjana Svejic, uitgever Yale University Press, inclusief vier dvd's met onder meer Fase. 256 pag., 49,95 euro. ISBN 9789061535416

Turbine Hall: Tino Sehgal

De voorlopig laatste aflevering van de Unilever Series in de enorme turbinehal van Tate Modern ging afgelopen dinsdag open: These Associations van de Engels-Duitse kunstenaar Tino Sehgal (36). Hierna gaat de Turbine Hall dicht voor de nieuwbouw, tot 2016. Sehgals werk is een extreem voorbeeld van time based art: kunst die bestaat op het moment dat het wordt vertoond of opgevoerd. Objecten zul je in zijn werk niet vinden. Ook nu niet: in tegenstelling tot de enorme installaties van eerdere Unilever-kunstenaars (de spin van Louise Bourgeois, de zon van Olafur Eliasson) is er geen tastbaar werk te zien in de hal. Wat er wel is: zeventig acteurs die zich bewegen over de schuine vloer, soms gelijktijdig, zodat er patronen zichtbaar worden. Ze dragen geen kostuums en bewegen zich tussen de mensen. Af en toe beginnen ze spontaan een verhaal tegen iemand. Sehgal oefenende met ze door ze open vragen te stellen zoals 'wanneer voelde je je thuis?'.

Miljoenen bezoekers die door de hal naar de Tanks of de hoofdingang lopen, zullen zo worden aangesproken door vreemden die even snel weer weg zijn.

Soms beginnen de deelnemers spontaan te zingen; een soort melodieuze praatzang. Of doen ze renspelletjes. In These associations maakt Sehgal de relatie tussen het individu en de massa tot onderwerp.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden