‘Taliban amper te weren’

Haji Abdul Zaher..

KABUL ‘Ik ben geen Talib, en mijn vader was ook geen Talib, maar als het zo doorgaat moet ik me wel bij de Taliban aansluiten.’ Haji Abdul Zaher (hij schat zijn leeftijd tussen 60 en 65) is een stammenleider in Deh Rashan, het gebied waar vrijdag twee Nederlandse militairen zijn gedood door een bermbom, en nog eens twee Nederlandse militairen gewond raakten.

Deh Rashan is het domein van de Tokhi en de Barakzai, twee stammen die weinig op hebben met de huidige regering. Onder oud-gouverneur Jan Mohammed Khan zijn de stammen in dit gebied naar verluidt wreed vervolgd. Maar ook nu is hun mening over de lokale bestuurders allesbehalve positief. ‘Veelal zijn ze corrupt en behandelen ze ons slecht’, zegt de wit bebaarde Zaher, die spreekt op de zekere toon van een man van autoriteit.

In Deh Rashan proberen de Nederlandse militairen al lang voet aan de grond te krijgen. Tijdens patrouilles wordt zo veel mogelijk contact gelegd met de lokale bevolking, maar die is voor het grootste deel (al dan niet gedwongen) op hand van de Taliban. De rest twijfelt. Zaher gaat ongeveer twee keer per week naar Kamp Holland om met de Nederlanders te praten. Tot nu toe is daar nog niets concreets uitgekomen.

Intussen probeert Zaher zijn dorp tegen de Taliban te verdedigen met wapens uit de tijd van de jihad tegen de Russen, zegt hij (wat door de chef van de inlichtingendienst in Tarin Kowt wordt bevestigd). Zahers zoon bemande tot voor kort een controlepost, opgezet door de lokale politie. Maar die moest hij verlaten op last van een politiechef die zijn salaris in eigen zak stopte, zegt Zaher.

Zaher heeft zijn hoop gevestigd op de Nederlanders. Banen zijn nodig voor de jongeren, zegt hij. ‘Door de droogte is er weinig vruchtbaar land.’ Veiligheid is ook een prioriteit, zegt Zaher. Als stammenleider hoopt hij een rol te kunnen spelen in het beveiligen van het gebied. ‘Ze zouden de leiders in Deh Rashan wapens moeten geven voor hun milities. Dan is het gebied binnen no time veilig.’

‘Nu kunnen we nauwelijks weerstand bieden tegen Taliban. Aan de ene kant behandelt de regering ons slecht. En aan de andere kan zeggen de Taliban dat we aanslagen moeten plegen tegen de buitenlanders. Ze sturen ons brieven waarin staat dat als we meewerken met het lokale bestuur we zullen worden vermoord. Onze mensen zijn heus niet op hand van de Taliban, maar ze moeten wel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.