Talentscout van de rock 'n roll, ontdekker van Elvis

Het ging hem om een aanstekelijke beat waar jongeren blij van zouden worden. Maar Sam Philips begon met Elvis de poprevolutie....

Hoe zou de rock 'n roll-geschiedenis er hebben uitgezien zonder Sam Phillips? Zouden Carl Perkins, B. B. King en Howlin' Wolf dan bij een andere platenbons hun eerste plaatjes hebben mogen maken? En zou er iemand anders zijn opgedoken die het had aangedurfd om een bleekscheet genaamd Elvis Presley te laten debuteren op een blueslabel waarop tot dan toe alleen zwarten actief waren?

Samuel Cornelius Phillips overleed woensdagavond op 80-jarige leeftijd, thuis in Memphis, Tennessee, de stad van zijn legendarische platenlabel Sun Records. Na de oprichting (1952) stond hij als producer en platenbaas aan de wieg van de Amerikaanse rock 'n roll-revolutie. Hij zal voor eeuwig de man zijn die Elvis ontdekte en in 1954 diens eerste single produceerde: That's All Right, met Blue Moon Of Kentucky als B-kant.

Liefde op het eerste gezicht was het niet: de jonge muzikant uit Tupelo, Mississippi, nam al in 1953 liedjes op in de Sun Studios, maar Phillips wilde er nog niet aan. Die stem had wel wat, maar de liedjes waren te soft. 'Er was behoefte aan ritmen met een heel nadrukkelijke beat', legde Phillips uit. Pas toen hij Elvis uit balorigheid heel hard op zijn gitaar hoorde harken, was hij verkocht. Hij had het 'boom chikka boom'-geluid ontdekt waar hij naar zocht.

Elvis zou nog geen twee jaar aan Sun verbonden blijven. De laatste sessies waren in de herfst van 1955, waarna RCA hem in 1956 inlijfde. Phillips ging akkoord met een afkoopsom van 35 duizend dollar voor Presley's contract.

Zelf begon Phillips zijn carrière als dj voor lokale radiostations in zijn geboortestaat Alabama. Hij combineerde dat werk met baantjes als 'talent scout' voor platenhordenmaatschappijen. Het verveelde hem al snel: voor de ruwe, gepassioneerde muziek waar hij van hield, was bij de labels geen plaats. Ze wilden een nieuwe Perry Como of Bing Crosby. 'En van dat soort balladeers waren er al genoeg', vond Phillips.

De single die hij in 1951 produceerde voor Jackie Benston en Ike Turner, Rocket 88, geldt als één van de eerste rock 'n roll-songs en Phillips' manifest als platenproducer. Zó zou hij het aanpakken met zijn eigen label, Sun Records. Muziek van jonge honden, desnoods zonder muzikale scholing, die mochten binnenlopen en voor vier dollar een liedje opnemen. Of het nou rhythm & blues of country & western was.

Na het vertrek van Elvis Presley zouden artiesten als Johnny Cash, Jerry Lee Lewis en Roy Orbison platen voor Sun Records opnemen. De studio's aan Union Avenue in Memphis trekken nog altijd toeristen. Sam Phillips verdiende daar nagenoeg niets aan. In 1969 verkocht hij Sun Records aan Shelby Singleton, een producer uit Nashville.

Phillips was onder meer directeur van radiostation WLVS uit Memphis en radiostations in zijn geboortestaat Alabama. Hij leidde een tamelijk teruggetrokken bestaan, maar was regelmatig bereid op te komen draven op Elvis-evenementen. In 1986 trad hij toe tot de Rock & Roll Hall Of Fame, twee jaar geleden ook tot de Country & Western Hall Of Fame, voor zijn countryplaten met Johnny Cash, maar ook Perkins en Presley.

Phillips en zijn Sun Records begonnen de Amerikaanse poprevolutie, maar volgens hemzelf was het allemaal erg simpel: 'Het gaat om een aanstekelijke beat. En om jonge mensen, die platen draaien om er blij van te worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden