Taiwan houdt van lat-relatie met China

China is de belangrijkste handelspartner van Taiwan, de economische en sociale banden worden steeds hechter. De Taiwanezen echter willen alles liefst houden zoals het is....

Moet Taiwan zich onafhankelijk verklaren of zich aansluiten bij China? Leg de vraag voor aan een Taiwanees en de kans is groot dat het antwoord luidt: geen van beide. Een meerderheid van de bevolking geeft er de voorkeur aan de verhouding tussen het eiland en het ‘vasteland’ voorlopig te laten zoals ze is.

‘Vreedzaam samenleven is beter dan ons zorgen maken over vereniging of onafhankelijkheid’, zegt onderzoekster Mei-Shang Ho van het instituut voor biomedische wetenschappen aan de Academia Sinica in Taipei. ‘We moeten tijd laten verstrijken en de samenwerking met China intensiveren. De tijd zal de volken uiteindelijk samenbrengen.’

Ruim een halve eeuw na de vlucht van generalissimo Chiang Kai-shek en zijn Kuomintang naar Taiwan wordt de Taiwanese politiek nog steeds beheerst door een polariserende woordenstrijd tussen voor- en tegenstanders van toenadering tot Peking. Toch hebben de meeste gewone Taiwanezen weinig behoefte aan een duidelijke keuze voor een van beide opties. Behoud van de status-quo scoort het hoogst in opiniepeilingen.

Dat is minder vreemd dan het lijkt. De politieke retoriek in Taiwan is namelijk ingehaald door de praktijk: de economische en sociale banden met China worden steeds hechter. China, dat Taiwan beschouwt als een afvallige provincie, mag door menig Taiwanees politicus nog graag worden verketterd als het Rijk van het Communistische Kwaad, maar dat weerhoudt de Taiwanezen er niet van gretig zaken te doen met de Volksrepubliek en in groten getale de Straat van Taiwan over te steken.

Een paar cijfers: China nam in 2005 ongeveer 40 procent van Taiwans export voor zijn rekening en is daarmee de belangrijkste handelspartner van Taiwan. Meer dan de helft van de Taiwanese buitenlandse investeringen gaat naar China. Zeker een miljoen Taiwanezen, merendeels zakenlieden, wonen in China. Vorig jaar brachten ruim vier miljoen Taiwanezen een bezoek aan het Chinese vasteland en de afgelopen jaren zijn een kwart miljoen ‘gemengde’ huwelijken gesloten.

Dit neemt niet weg dat veel Taiwanezen zich ongemakkelijk voelen naast het grote, machtige en ondemocratische China. ‘We hebben weinig ruimte onze eigen mening te vormen. Altijd is er de druk van Peking’, zegt Ho.

De relatie met China is de afgelopen jaren danig op de proef gesteld door de Taiwanese president Chen Shui-bian, een voorstander van onafhankelijkheid. Chen wekte herhaaldelijk de woede van Peking met uitlatingen en maatregelen die door de Chinezen worden beschouwd als stappen richting zelfstandigheid: hij spande zich in voor een wet die het mogelijk maakt een referendum uit te schrijven over onafhankelijkheid, hij zinspeelde op het aanpassen van de Taiwanese grondwet en sloot het kantoor van de zogeheten Nationale Herenigingsraad, opgericht om met China te onderhandelen over hereniging.

De Taiwanese bevolking moet weinig hebben van de confrontatiepolitiek van Chen, die in 2004 met een miniem verschil werd herkozen, daags na een mislukte aanslag op zijn leven. Zijn partij, de Democratische Progressieve Partij (DPP), leed eind vorig jaar een pijnlijk verlies bij regionale en lokale verkiezingen en maakt een duikeling in de peilingen.

‘Zelfs binnen zijn eigen partij zeggen mensen dat Chen meer toenadering moet zoeken tot China’, stelt professor Jiann-Jong Guo van het instituut voor China-studies in zijn werkkamer aan de Tamkang Universiteit. Volgens hem heeft Chen wel geprobeerd naar het politieke midden te bewegen, maar is dat mislukt omdat hem binnen de partij het gezag ontbreekt om radicale voorstanders van onafhankelijkheid naar zijn hand te zetten.

Peking beantwoordt Chens ‘provocaties’ steevast met dreigementen. Het Chinese Volkscongres nam twee jaar geleden een anti-afscheidingswet aan, waarmee militair ingrijpen wordt aangekondigd als Taiwan zich onafhankelijk zou verklaren. Maar in plaats van aan te sturen op oorlog lijken de Chinese machthebbers vooral uit te zien naar het vertrek van Chen in 2008. Vorig jaar werden twee Taiwanese oppositieleiders – Lien Chan van de Kuomintang (KMT) en James Soong van de volkspartij PFP – groots onthaald in Peking. Het was voor het eerst sinds 1949 dat voorlieden van belangrijke Taiwanese partijen een bezoek brachten aan Peking.

Volgens de regering in Taipei probeert Peking op deze manier de tweedracht in Taiwan te versterken. Vice-minister voor Chinese Aangelegenheden David Huang: ‘De Chinese autoriteiten nemen contact op met de politieke oppositie, met beroepsgroepen zoals vissers, met luchtvaartmaatschappijen. Zo passeren ze de Taiwanese autoriteiten en doen ze alsof Taiwan een Chinese provincie is.’ Huang voorspelt dat Peking dit zal blijven doen, ook als de Kuomintang, waarmee China openlijk flirt, weer aan de macht is. ‘Wij zijn nu eenmaal intern verdeeld en daar zal Peking op blijven inspelen.’

De aanpak van president Chen valt ook niet in goede aarde bij de Verenigde Staten, Taiwans grote beschermheer in geval van oorlog met China. President Bush leverde in 2004 openlijk kritiek op Chen tijdens een bezoek van de Chinese president Hu Jintao aan Washington. En deze maand nog bleek het Amerikaanse ongenoegen uit de weigering van het Witte Huis om Chen, die een reis maakte naar Latijns Amerika, een tussenstop te laten maken in New York of San Francisco. Vice-minister Huang erkent in een gesprek schoorvoetend dat ‘er tekenen zijn dat de relatie met de VS koeler wordt’.

Prof. Stephen Chen, werkzaam bij een aan de KMT gelieerde denktank, ziet geen toekomst voor Taiwans onafhankelijkheidsbeweging. Hij wijst op de peilingen die al jarenlang hetzelfde aangeven: 90 procent van het electoraat is tegen het op korte termijn uitroepen van onafhankelijkheid. ‘Niemand gaat ons steunen als we dat zouden doen. Laten we de mensen niet bedriegen. Als wij onze naam veranderen, zullen we door nog minder landen worden erkend dan de 23 die ons nu erkennen.’

Met het verzwakken van het verlangen naar onafhankelijkheid en het toenemen van de contacten tussen Taiwan en China neemt de kans op een oorlog tussen deze landen, en daarmee tussen de Verenigde Staten en China, af. De situatie aan de Straat van Taiwan is dezer dagen aanzienlijk minder gespannen dan tien jaar geleden, toen China raketproeven deed in de buurt van het eiland en daarmee uitlokte dat Amerika vlooteenheden naar het gebied stuurde. Er staan zo’n achthonderd Chinese raketten op Taiwan gericht, maar China heeft in zijn spectaculaire economische bloeiperiode geen enkel belang bij een gewapend conflict met Taiwan en de VS.

‘Taiwan is nu veel veiliger dan een decennium geleden’, zegt prof. Guo, ‘en ik denk dat het over tien jaar nog veiliger zal zijn. De mensen willen niet dat politici overhellen naar een van de uitersten. Wat ze van de politiek verlangen? Dat ze gelukkig worden gemaakt!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.