Tachtigjarige Oorlog leeft als nooit tevoren

In welk jaar Willem van Oranje werd vermoord, hoeft niet iedereen te weten. Maar de Eerste Wereldoorlog moet een leerling ongeveer in de tijd kunnen plaatsen....

'Geen modieuze thema's meer, maar gewoon basiskennis', juichte columniste Nelleke Noordervliet in de Volkskrant. 'De terugkeer van het gezond verstand', prees Maarten van Rossum in dezelfde krant. 'Een late en waarschijnlijk vergeefse poging tot herstel', somberde NRC-columnist J. Heldring.

Nog voor de officiële publicatie van het rapport van de commissie-de Rooy over de vernieuwing van het vak geschiedenis begon het al te stormen. Weinig schoolvakken roepen zoveel emotie op. Donderdag presenteerde de commissie haar plannen voor een ander geschiedenisonderwijs.

De nadruk komt te liggen op chronologische kennis. 'Feitenkennis is passief. Chronologische kennis is actief. Dat is een kapstok waaraan je telkens nieuwe kennis kunt ophangen,' zegt Piet de Rooy, hoogleraar geschiedenis en voorzitter van de commissie.

De klacht dat het de jongste generaties aan chronologische kennis ontbreekt, vindt hij terecht. Niet dat iedereen moet weten in welk jaar Willem van Oranje werd vermoord en door wie. Maar de Eerste Wereldoorlog moet een leerling ongeveer in de tijd kunnen plaatsen. En dat Karel de Grote iemand anders was dan Karel de Vijfde , vindt hij ook belangrijk.

De Rooy neemt de complimenten van de columnisten met een korreltje zout. Hij wil het belang van feitenkennis niet overdrijven. 'Je hebt een zekere mate van feitenkennis nodig, maar het is passieve kennis. Het is ook een signaal van een zekere eruditie. Daarom vinden al die columnisten feitenkennis zo belangrijk. Want je kunt je ermee onderscheiden.'

Meer begrip toont De Rooy voor de angst van de doorsnee geschiedenisleraar, die vanaf 2003 op de nieuwe manier moet gaan onderwijzen. 'Die wil niet dat zijn vak wordt gereduceerd tot een waslijst van kale feiten, veldslagen en grote, dode, witte mannen. Want dan valt er voor de leraren niets te onderwijzen. Als ze geen verbanden kunnen leggen of interpretaties mogen geven, schrap je alles wat het vak juist zo leuk maakt.'

Er is een dieper liggende reden voor de heftigheid waarmee wordt gedebatteerd over de toekomst van het geschiedenisonderwijs, zegt De Rooy. 'In brede lagen leeft het idee dat Nederland snel aan het veranderen is. Zowel door de Europese eenwording als door de komst van migranten. Dan gaan mensen zich afvragen waar hun wortels liggen en wat hun identiteit is.'

Voorspellingen dat de aandacht voor de vaderlandse geschiedenis juist zal verflauwen door de Europese integratie, wijst De Rooy resoluut van de hand. 'De doorsnee boekhandel heeft er de afgelopen drie à vier jaar zeker een meter boeken over Nederlandse geschiedenis bijgekregen. De Tachtigjarige Oorlog leeft als nooit tevoren.'

Geschiedenisonderwijs is belangrijk, betoogt De Rooy. 'Je kunt de huidige wereld niet begrijpen zonder kennis van het verleden. Wat er nu in Joegoslavië gebeurt, valt pas goed te snappen als je iets van de Eerste Wereldoorlog weet.'

De Rooy onderscheidt tien tijdvakken: van de prehistorie tot en met de moderne tijd. Jaartallen en kale feiten komen er niet in voor. Veldslagen en grote, dode, witte mannen evenmin. Het gaat om grote lijnen: het ontstaan van de landbouw, de opkomst van steden, de industrialisatie.

De meeste geschiedenisleraren proberen nu al hun leerlingen chronologische kennis bij te brengen. 'Maar zo'n tijdsbalk komt één keer aan de orde. Dat is te weinig om te beklijven. Daarom pleiten we ervoor om die tijdvakken op zijn minst drie keer uitvoerig te behandelen: op de basisschool, in de basisvorming en in de bovenbouw. Telkens op een hoger en complexer niveau.' Met kleurige ikoontjes en aansprekende verhalen moet de chronologie zich een plaatsje in al die jonge hoofden veroveren.

Voor de leraar is het wennen. Als ze de tien tijdvakken net zo diep uitspitten als ze nu met hun thema's doen, komen ze in tijdnood. Toch wordt de vrijheid van de docent niet aangetast, benadrukt De Rooy. Voor de tijdsbalk is de helft van de lestijd nodig. In de andere helft kan de docent eigen thema's uitdiepen.

Sinds de invoering van de Mammoetwet in 1968 daalt het aantal lesuren geschiedenis. In de eerste drie jaar voortgezet onderwijs krijgt de gemiddelde scholier een à twee lesuren per week. In de bovenbouw is geschiedenis een keuzevak met gemiddeld twee uur per week. 'Wij zouden graag meer lesuren zien, maar we moesten het doen met het huidige aantal. Als wij een uitgebreider programma hadden opgesteld onder het motto: met die uren van Adelmund hebben we niks te maken, hadden we het probleem van de leraren niet opgelost. Dat is nu juist de overdaad aan lesstof.'

Het revolutionairste onderdeel van het advies is dat De Rooy wil breken met de praktijk dat het centraal schriftelijk eindexamen twee, nogal willekeurige, thema's behandelt. 'Het examen staat los van de stof die op school is behandeld. Dat is onwenselijk.'

Wordt het belang van het geschiedenisonderwijs niet ingehaald door dat van andere, bijvoorbeeld digitale, kennis? 'Dat is ook heel belangrijk. Binnenkort moet ik een lezing houden over the sixties. Als ik daarover wat op internet ga zoeken, krijg ik 365 duizend hits. Wat moet ik daarmee? Dat moet geordend, geschift, op waarde geschat en geïnterpreteerd worden. Dat leer je bij geschiedenis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.