Taboe op 'Hutu's en Tutsi's'

Bijna twintig jaar na de burgeroorlog bloeit de economie in Rwanda. Een kwestie van strikte wetten.

KIGALI - 'Erg moe worden we ervan', zegt Jean Paul Kimonyo - vast niet voor de eerste keer. 'Steeds weer worden we aangesproken op de genocide van 1994 en het geweld in de tien jaar die daarop volgden. En dan zijn er de mensenrechtengroepen die ons nog steeds te autoritair vinden.'


De jonge adviseur van de Rwandese president Kagame verwoordt de ergernis van de nieuwe generatie technocratische bestuurders aan de top van de ministeries. Die wil volle kracht vooruit met de 'ontwikkelingsstaat'. Wat de ambiance van het interview - de tuin van een chic hotel in de hoofdstad Kigali - nog eens onderstreept.


Bedrijven, donoren en het IMF zijn dolenthousiast over Rwanda, 'het Singapore van Afrika', met zijn efficiënte overheid en succesvolle vrije-marktsysteem. Mensenrechtenclubs veroordelen echter het autoritaire karakter van het bewind. Dat komt president Kagame slecht uit: hij is druk in de weer zijn bewind om te vormen van een militaire staat tot de BV Rwanda.


Amnesty International, Human Rights Watch en internationale journalistenorganisaties protesteren tegen arrestatie van oppositiepolitici en journalisten van anti-Kagame-publicaties (in één daarvan werd Kagame vergeleken met Hitler). Ze eisen opheldering over enkele moorden op tegenstanders van het bewind in Oeganda en Zuid-Afrika. De regering ontkent elke betrokkenheid bij die moorden; Paul Kagame zelf deed dat via Twitter.


De geruchtmakendste zaak is die tegen Victoire Ingabire, die wordt beschuldigd van banden met een 'terroristische' groep in Oost-Congo en van 'devisionisme'.


De aanhoudende kritiek van mensenrechtenorganisaties ondergraaft het positieve imago van Rwanda.


Volgens Kimonyo probeert de Rwandese regering juist al sinds 2003 het gewelddadige verleden af te schudden; in mei dat jaar werd de nieuwe grondwet per referendum aangenomen. Kagame werd gekozen tot president met 95 procent van de stemmen (in 2010 werd hij met even grote overmacht herkozen) en gooide het roer om. De bemoeienis met de strijd in Congo werd teruggeschroefd, de machtige legercommandanten die het daar niet mee eens waren, kregen een andere functie of werden vastgezet. In 2009 liet Kagame ook de geduchtste krijgsheer in het oosten van Congo, zijn vroegere bondgenoot Nkunda, in Kigali arresteren en gevangenzetten.


Er moest een breuk komen met de oude politieke cultuur, zo vergiftigd door etnische haat, verdeeldheid en geweld, zegt Kimonyo. Buitenstaanders begrijpen volgens hem niet goed hoe gevoelig en explosief de kwestie etniciteit en politiek ligt in Rwanda.


'In 1994 werd driekwart van de Tutsi-inwoners uitgeroeid, met massale deelname door Hutu-burgers. Het volk was volkomen en diep verdeeld, ook in de burgerorganisaties. We waren onder het oude regime-Habyarimana ook nog eens een van de armste landen ter wereld.'


Dat is de achtergrond voor de wetten die politiek op basis van etniciteit bestrijden, zegt hij. Er rust nu een taboe op 'Hutu's en Tutsi's'.


Kimonyo: 'We hebben strikte wetten die de politiek begrenzen. We staan onder druk om die te liberaliseren. Maar dat kunnen we niet doen. Dat is voor later, als de Rwandezen minder arm zijn en beter opgeleid.'


Daarvoor moet het model van de 'ontwikkelingsstaat' zorgen. Kimonyo: 'We hebben gekeken hoe ze het in Oost-Azië hebben gedaan. Ook daar hebben ze zich niets aangetrokken van westerse donorlanden of internationale instellingen. We zagen ook dat de staat een leidende rol had bij het stimuleren van de vrijemarkteconomie. Vanuit die gedachte zijn we op zoek gegaan naar onze eigen oplossingen, onze homegrown solutions.'


'We begonnen met het aflossen van de gehele schuld van het vorige regime. Zo konden we met een schone lei beginnen. De formele economie stelde eigenlijk weinig voor, er was geen particuliere sector van betekenis. De regering richtte daarom een investeringsmaatschappij op met partijmensen aan het hoofd. Ook vanuit het leger werd een investeringsmaatschappij opgericht. Die moesten de eerste investeringen doen, om de boel aan te zwengelen. Er is nu kritiek op hun bestaan, het zou oneerlijke concurrentie zijn nu we wel veel particuliere investeerders uit binnen- en buitenland hebben, maar ze zijn voor tijdelijk bedoeld.'


Voor het eerst kwam er ook een plan voor armoedebestrijding op het platteland. 'Dat hadden we in de eerste tien jaar een beetje laten liggen eerlijk gezegd.' Voor de homegrown solutions putte de regering uit de voorkoloniale geschiedenis, met sleutelwoorden in het Kinyarwanda voor traditionele waarden als 'elkaar helpen' en 'gemeenschapswerk'.


'Het is belangrijk dat de Rwandezen zo een gemeenschappelijk gevoel kweken, de gedeelde wens om vooruit te komen, dat is de dynamiek die we zoeken. Daarom hebben ook andere partijen dan het RPF zitting in de regering.'


Dat de overheid autoritair optreedt, kan niet anders, betoogt Kimonyo. 'Als we vinden dat sommige dingen moet worden gedaan, dan doen we ze ook, al weten we dat we kritiek krijgen. Soms moet je doorpakken en komt het begrip van de betrokkenen later, zoals bij sommige maatregelen in de landbouw. We zijn niet bang risico's te nemen en ook niet om bij te sturen of te stoppen als we zaken verkeerd blijken aan te pakken. Ik noem dat radicaal pragmatisme.'


Hypergevoelig

Voor een onafhankelijke visie bestaat in Kigali het Instituut voor Onderzoek en Dialoog voor Vrede. Directeur Pierre Rwanyindo Ruzirabwoba (78) heeft een lange staat van dienst als voorvechter van de mensenrechten. De professor vindt het goed dat de regering voorzichtig omgaat met etniciteit en hij somt een lange reeks etnische gewelddaden op, die teruggaat tot de jaren vijftig.


Na de genocide van 1994 is de hypergevoeligheid voor etnische haat en opzwepend taalgebruik begrijpelijk, vindt hij. Maar die argwaan leidt ook nog te vaak tot schendingen van de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting.


Zijn instituut houdt alle meldingen daarvan bij en publiceert rapporten over de ontwikkeling van democratie in Rwanda en het verloop van de processen tegen verdachten van deelname aan de genocide voor de volkstribunalen, de gagaca. Bij die zaken, die in december 2011 werden afgesloten, werden ook veel persoonlijke rekeningen met betrekking tot valse beschuldigingen vereffend.


De vooruitgang is dat er steeds betere wetten en regelingen komen, zegt Rwanyindo, waardoor slachtoffers van machtsmisbruik of willekeur steeds beter hun recht kunnen halen. 'En de president spaart zijn persoonlijke vrienden niet. Politici en militairen die van corruptie werden verdacht, werden gearresteerd en moeten terechtstaan.'


Het gevaar dat het opnieuw fout gaat, is klein maar nog niet voorbij, meent Rwanyindo. De ideologie om de Tutsi's uit te roeien sluimert onder het oppervlak.


Zijn jonge onderzoeker Paul Mugiraneza wijst op de invloed van extremistische strijders die krachtens een amnestieregeling en een reïntegratieprogramma uit Congo zijn teruggekeerd. Uit een onderzoek bleek een schrikbarend groot aantal jongeren de genocide niet zo'n gek idee te vinden.


De hardste kritiek komt vooral uit het buitenland, van Rwandese ballingen, menen Rwanyindo en Mugiraneza. De meeste Rwandese burgers zijn blij dat er nu in ieder geval vrede en stabiliteit is. De democratisering heeft tijd nodig, vinden ze. Scholing voor de politieke partijen (die nog niet zo veel voorstellen), voor de ambtenaren en voor de journalisten moet een gevoel voor ethiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid kweken.


VAN MISLUKTE STAAT TOT GROEIMODEL


De guerrillabeweging RPF (Rwandees Patriottisch Front), opgericht in Oeganda door ballingen uit de Tutsi-minderheid, maakte een eind aan de slachtingen door Hutu-extremisten, de Interahamwe, gesteund door het regeringsleger van het Hutu-bewind. De genocide woedde honderd dagen; 800 duizend Tutsi's en duizenden gematigde Hutu's werden vermoord.


Met de overwinning van het RPF was het geweld niet voorbij. Een chaotische en vaak bloedige tien jaar volgden. Eenheden van het RPF begingen moordpartijen als vergelding voor de genocide op de Tutsi's. Het RPF begon een oorlog in het buurland Congo, waar de Interahamwe met het verslagen regeringsleger en 2,4 miljoen Hutu-vluchtelingen hun toevlucht hadden genomen. Congo raakte in een spiraal van opstanden, oorlogen, wreedheden door meedogenloze milities en militaire betrokkenheid van een keur van buurlanden. Een VN-rapport uit 2002 veroordeelde de rol van Rwanda en ook Oeganda bij het steeds weer oplaaiende geweld en de plundering van de grondstoffen van Oost-Congo. Kagame verwierp het rapport verontwaardigd.


De Rwandese strijd was verplaatst naar Congo, maar keerde van 1996-1998 terug met een invasie door de Hutu-opstandelingen vanuit Congo in het noorden van Rwanda. Soldaten van het RPF, nu het regeringsleger, hielden een klopjacht waarbij veel burgers werden vermoord op beschuldiging van hulp aan de Hutu-strijders. In die tijd verloor het RPF de sympathie van organisaties als Human Rights Watch.


De regering van nationale eenheid viel uiteen, Hutu-politici gingen in ballingschap, maar ook Tutsi-leiders van het RPF die zich niet konden vinden in de harde lijn-Kagame, toen vicepresident maar vooral de militaire leider. In de tien jaar na de genocide was Rwanda het toonbeeld van een mislukte staat.


DE ZAAK-INGABIRE


Victoire Ingabire keerde in 2010 uit Nederland naar Kigali terug met het plan het in de presidentsverkiezingen op te nemen tegen Kagame. Haar partij werd van deelname uitgesloten omdat die zou aanzetten tot etnisch 'devisionisme', het zaaien van haat tussen Hutu's en Tutsi's. Ingabire zelf werd gevangen gezet op beschuldiging van devisionisme en het bagatelliseren van de genocide van 1994.


De wet die devisionisme en haat zaaien verbiedt, is omstreden en wordt na internationale kritiek herzien.


Ernstiger voor Ingabire is de aanklacht wegens steun aan terrorisme, de gewapende beweging van Hutu-extremisten FDLR die nog steeds in het oosten van het buurland Congo rondtrekt. Het Rwandese OM maakt gebruik van bewijsmateriaal uit haar woning in Zevenhuizen (Zuid-Holland), aangetroffen bij een huiszoeking door de Nederlandse recherche. Eind april werd levenslang tegen haar geëist na een langlopend proces. Haar vier medeverdachten hebben banden met de FDLR bekend en krijgen tien jaar cel.


Ingabire en haar advocaat vinden het een politiek proces. Internationale waarnemers menen dat de zaak volgens de regels verloopt. De uitspraak is eind juni.


De zaak is een toets voor de rechtsstaat die Rwanda met veel inspanning - en Nederlandse ondersteuning - heeft opgebouwd. Een betrouwbaar, onafhankelijk rechtssysteem is een absolute voorwaarde voor het uitleveren van genocide-verdachten aan Rwanda. Dat is al gebeurd vanuit Zweden en Canada, en ook het sluitende Rwanda-tribunaal in het buurland Tanzania draagt verdachten over. Een nieuwe wet in Nederland maakt uitlevering of vervolging van genocideverdachten teruggaand tot 1975 mogelijk. Demissionair staatssecretaris Teeven gaat in juli naar Rwanda om die kwestie te bespreken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden