Taalstrijd in Europa nog lang niet uitgewoed

Abram de Swaan schetst een veel te idyllisch beeld van het Europese 'taalgebouw', stelt Virginie Mamadouh. Er is tussen de grote lidstaten van de Europese Unie sprake van een sluimerende taalstrijd, die met name bedreigend is voor kleinere talen als het Nederlands....

ONLANGS betoogde Bram de Swaan in Forum (2 november) dat de Europeanen zich prima redden met de eigen landstaal en Engels, en dat zij zich gelukkig niets van de doelstellingen van het Europees Jaar van de Talen 2001 (zoveel mogelijke talen leren) aan trekken. In zijn betoog mis ik de politieke keuzes die, naast individuele besluiten, van belang zijn voor de ontwikkeling van de taalverhoudingen in Europa.

De Swaan beschreef de taalsituatie in de Europese Unie als een taalgebouw van vier etages. Op elk etage geldt een ander taalregime. Voor de openbare en formele functies van de instellingen van de Europese Unie worden alle elf officiële talen gebruikt. Voor de interne communicatie binnen deze instellingen zijn Frans en Engels de werktalen. Het Engels is de voertaal op een andere etage, dat van de transnationale communicatie. En de landstalen zijn predominant in het binnenlands verkeer (de begane grond).

De metafoor is een versimpeling, want het taalgebouw steekt ingewikkelder in elkaar: vele landen kennen zolders, kelders en tussen etages, met regionale talen, doventalen en migrantentalen. Daarnaast is de metafoor ook misleidend. Er is veel wisselwerking tussen de vier domeinen die als etages worden verbeeld. Bovendien is beleid nodig om het taalregiem in sommige domeinen te handhaven en iedereen in het gebouw gelijke kansen te geven om te participeren.

Frans en Engels zijn nu de voertalen binnen de EU-instellingen, maar dit precair evenwicht is de inzet van een sluimerende taalstrijd. Deze zomer maakten Joshka Fischer en Hubert Védrine, de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, respectievelijk Frankrijk, hun ongenoegen kenbaar over de ontwikkeling van het taalgebruik bij de Europese Commissie. De Duitse regering neemt sinds de Duitse hereniging geen genoegen meer met een ondergeschikte positie voor het Duits.

Het argument is dat Duits de belangrijkste moedertaal is van de Unie. Het protest van de Franse minister kan daarentegen gezien worden als een gebrek aan zelfvertrouwen. De Fransen zijn bang dat het Frans zich op termijn niet naast het Engels kan handhaven. Bij internationale organisaties die in deze twee talen werken, zoals de NAVO en de OESO, is inderdaad gebleken dat het Engels gaandeweg steeds meer domineert. Daarom vinden de Fransen dat zij een gemeenschappelijk belang hebben met de Duitsers, tegen het Engels.

Fransen en Duitsers profileren zich als de verdedigers van de meertaligheid in de EU, maar zij hebben een heel ander taalgebouw voor ogen dan De Swaan, een gebouw waarin kleinere talen, zoals het Nederlands (maar ook het Spaans en het Portugees die wereldwijd meer sprekers tellen dan het Frans en het Duits), op zolder worden gezet.

De voorgestelde bezuiniging waartegen Fischer en Védrine protesteerden bestaat uit het selecteren van één taal bij de interne behandeling van nota's. Omdat het Engels vaker wordt gebruikt dan het Frans, is de kans groter dat het eerste concept in het Engels geschreven wordt, wat betekent dat voorstellen voor wijzigingen in het Engels geschreven zullen moeten worden.

De angst van de Fransen lijkt zwaar overtrokken, als men weet dat Frans in 44 procent van de gevallen de brontaal is, tegenover 55 procent voor het Engels. Toch is de vrees voor een snelle achteruitgang gerechtvaardigd. Als men één taal moet kiezen, zal de voorkeur van ambtenaren vaak het Engels zijn (ook al schrijven zij Frans en/of Duits) omdat zij verwachten dat meer collega's zich op hun gemak voelen in deze taal. Dit geldt met name voor de jongere generaties en voor ambtenaren uit de nieuwe lidstaten.

Een ander problematisch punt in De Swaans betoog is de positie van het Europees Parlement. Hij vindt volledige meertaligheid wenselijk in het parlement omdat men volksvertegenwoordigers geen taaltoets kan opleggen. Daarin heeft hij gelijk. Maar zijn metafoor houdt in dat het Europees Parlement volstrekt gemarginaliseerd wordt, want de besluitvorming in de Brusselse ambtenarij gebeurt in het Engels en het Frans. Zo kan het parlement zeker geen rol van betekenis spelen in de vorming van een Europese publieke ruimte.

Uit een onderzoek dat ik begin jaren negentig uitvoerde bleek inderdaad dat toen bijna de helft van de Europarlementariërs enkel de eigen taal vloeiend beheerste. Voor de communicatie met collega's uit andere lidstaten waren zij op tolken en, buiten de formele vergaderingen, op meertalige collega's en parlementaire assistenten aangewezen.

Recente gegevens wijzen uit dat steeds meer Europarlementariërs Engels en/of Frans spreken, en daardoor in staat zijn direct met collega's, lobbyisten en vertegenwoordigers van belangengroepen te spreken. Taalvaardigheden moeten dan ook een belangrijke rol spelen bij de selectie van kandidaten voor dit politiek ambt, net als andere communicatieve vaardigheden, dossierkennis en politieke engagement.

Tenslotte is (nationaal) beleid vooral noodzakelijk op het gebied van onderwijs. Als men de lessen van De Swaan serieus neemt, is een grondige discussie over het taalonderwijs dringend nodig. Het Engels is eigenlijk geen vreemde taal meer, maar een tweede communicatietaal die men moet beheersen om in de maatschappij te kunnen functioneren. Daarnaast heeft de overheid goede gronden om de kennis van het Duits en het Frans (de talen van de belangrijke handelspartners) te bevorderen.

Hopelijk heb ik met deze voorbeelden laten zien dat de metafoor van De Swaan zou moeten dienen om het publiek debat rond het Europees taalgebouw op gang te brengen, en niet om het te beëindigen met de sussende dooddoener dat individuen vanzelf de beste taalkeuze maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden