Taalkundige Wim Daniëls over het woord vet

Hoe vet is dat? Taalkundige en schrijver Wim Daniëls weet hoe het in onze taal sloop, maar hij heeft ook vette herinneringen aan de oliebollen van zijn moeder en aan dat potje dat altijd weer op tafel werd gezet.

Beeld Aleid Bos

De Vette Van Thiel. Dat was de bijnaam voor de Nedschroef, de schroefboutenfabriek in Helmond, waar mijn vader 51 jaar als galvaniseur werkte, een gigantische tijd, die thuis evenwel geen vetpot opleverde. Vet was bij de Nedschroef het smeermiddel voor zowat alles. Als mijn vader thuis zijn fabrieksoverall had uitgetrokken, bleef dat werkpak soms recht overeind staan van het gestolde vet. Daarbij kwam dat de directeuren van de fabriek, allen getooid met de naam Van Thiel, goed in hun vlees zaten. Dat gaf de bijnaam 'de Vette Van Thiel' een extra vet randje.

En dan was er mijn ome Theo, die ook bij de Vette Van Thiel werkte, in een onduidelijke functie. Hij liep er vooral vaak met een bezem rond. Hij kon geweldig biljarten (driebanden) en zingen (Sonny Boy). En hij stak zijn pink omhoog van de hand waarmee hij een glas bier aan zijn mond zette. Als hij en tantanna (tante Anna) bij ons op zondag kwamen eten, wat ze geregeld deden, zag ik het vet uit zijn mond druipen als hij daarin een dweil-aardappel stopte waarmee hij de overvloedige jus van zijn bord had gedept. 'Theo toch', zei tantanna dan steevast, 'ge drupt.' Vet was ome Theo overigens niet; eerder mager.

Vette bougie

'Vet' is geen karig woord. Het heeft in de loop van de tijd een rijk arsenaal aan betekenissen gekregen. Er zijn zeker twintig invullingen van 'vet', waaronder: dik en breed (vetgedrukt), goedgevuld (een vette spaarpot) en vruchtbaar (een vette bodem). En je hebt vette kolen, met een hoog gasgehalte, tegenover magere kolen, zoals je vette en magere jaren hebt. En als brommerrijder kun je een vette bougie hebben, al hoor ik daar tegenwoordig weinig meer over. Vroeger was dat anders. Ik had in mijn jonge jaren op een zeker moment een groep van zes vrienden, die allemaal een brommer hadden, een buikschuiver. Ik was de enige die er geen had. Dan weer zat ik bij de ene achterop, dan weer bij de andere. En om de haverklap had er iemand een vette bougie waardoor de brommer niet wilde starten. Ik gebruikte 'een vette bougie' daarna een tijdlang ook los van brommers als verklaring voor allerlei dingen die er misgingen in het dagelijks leven, zoals voor verkeringen die geen standhielden.

Ikzelf taalde nooit naar een brommer. Ik was al vroeg aan de racefiets verslingerd. Als ik bij regenweer was wezen fietsen, meende ik zelfs dat de kogeltjes in de wielassen een nieuw vetlaagje moesten krijgen, omdat de wielen anders niet meer zo soepel zouden ronddraaien. Een heel gedoe was dat, maar ik deed het. Vette vingers kreeg ik ervan.

Paling en oliebollen

Paling was ook vet, maar die hadden we maar twee keer per jaar: als het kermis was in Aarle-Rixtel, in augustus, en met carnaval. Bij beide gelegenheden stond er centraal in het dorp een viskraam, waar een van mijn broers, mijn broer Henk, dan paling haalde, meestal op de dag dat hij dronken werd, als goedmakertje. Mijn moeder vond paling, zoals ze geregeld zei, 'gruwelijk lekker', een woordcombinatie van het type waarin schrijver Jan Arends uitblonk: 'Wat geeft dat toch een angstig gevoel van vrede als vader zijn bijl slijpt', en dat dan in dichtvorm.

Op Oudjaar hadden we thuis altijd oliebollen. Mijn moeder bakte ze zelf. En dat kon ze heel goed. Ze was sowieso een kookwonder. Dat kwam omdat ze keukenmeisje was geweest, nota bene bij de Van Thiels, familie van de Vette Van Thiel. Als er bij de Van Thiels een belletje klonk vanuit de eetkamer moest mijn moeder het eten komen opdienen. Mevrouw Van Thiel keurde het eerst altijd nauwkeurig. Het kon voorkomen dat mijn moeder teruggestuurd werd naar de keuken om haar werk opnieuw te doen. Zo leer je wel koken. En bakken. Ook oliebollen. We hadden ze trouwens ook op Nieuwjaarsdag. Sinds mijn moeder er niet meer is, smaken ze stukken minder. Meestal zijn ze te vet of juist niet vet genoeg. Mijn moeder was qua oliebollenvet een evenwichtskunstenares.

Vetcool

Natuurlijk is er ook de jongerentaalbetekenis van 'vet': prachtig, geweldig, goed: 'Wat een vet boek, zeg, is dat boek van Jente Posthuma.' 'Vet' heeft als jongerenwoord de voorloper 'vetcool' gehad en daarvoor zat dan weer het losse 'cool'. Miles Davis kondigde 'cool' in 1950 al aan met zijn elpee The Birth of the Cool, al zou het nog wel even duren voordat 'cool' zijn daadwerkelijke jongerentaalbetekenis kreeg, zeker in Nederland. Maar toen het er in de jaren zeventig eenmaal was, raakte het op een bepaald moment overbelast en daarmee al snel uitgehold, waardoor er versterking moest komen. Die kwam er via het woord 'vet' en zo kregen we 'vetcool', dat daarna werd verkort tot 'vet', waardoor je als jongere kon kiezen uit cool, vetcool en vet. Intussen zijn die woorden de jongerentaal al wel flink ontstegen. Kleine kinderen en mensen van middelbare leeftijd gebruiken ze tegenwoordig ook, wat niet echt fijn is om te horen.

Vette kerkhoven

'Vet' zit verder in een aardig aantal uitdrukkingen, ook in weinig bekende, zoals 'Zachte winters, vette kerkhoven'. Daarmee is bedoeld dat er veel mensen sterven als een winter zacht is. Soms is dat zo. Het Centraal Bureau voor de Statistiek stelde het in een persbericht van 1 juni 2015 nog verbaasd vast: 'De afgelopen winter kende een afwisseling van zachte en wat koudere periodes, maar ze gaat over het algemeen als vrij zacht, nat en zonnig de boeken in. Dat de sterfte, met name onder ouderen, niet alleen hoger was dan vorig jaar, maar ook hoger dan in de koude winter van 2012/'13 is dan ook opvallend te noemen.'

Ooievaarskuitenvet

Vet is er echt in soorten en maten. Je hebt onder andere babyvet, neusvet (snot), broekvet, frituurvet, kaarsvet (we hadden thuis een dik tafelkleed met van die harde stukjes gemorst kaarsvet erin) en halsvet. Bij dat laatste woord gaan mijn gedachten uit naar een merkwaardig woord dat al decennialang in de Dikke Van Dale staat, te weten 'burgemeestershals', met als omschrijving: 'sterk gezwollen of abnormaal vette hals'. Als je het woord eenmaal kent, zie je de burgemeesterhals ook werkelijk overal, zeker niet alleen bij burgemeesters.

En dan is er nog het vet dat juist niet vet is of zelfs niet eens bestaat: muggenvet en ooievaarskuitenvet. Vroeger, toen ik nog overal in geloofde en iedereen in mijn dorp nog dialect sprak, hebben ze me op 1 april weleens gevraagd om het bij de slager in de Dorpsstraat te gaan halen. En dan kwam ik bij de slager binnen:

'En Wimke, wa moette hebbe?'

'Tweie ons muggevet.'

'Och, menneke toch, hebbe ze oe wer op de lut? '

Ben je er weer ingetrapt, wilde dat laatste zeggen, en dat was ik. In Amsterdam zit op de Zeedijk trouwens een slager die Vet heet, slagerij Vet, waarbij 'Vet' de achternaam van de slager is. Beter kan haast niet.

Potje met vet

Als je eenmaal over 'vet' begint, raak je er niet gemakkelijk over uitgeschreven. Er is zeker ook verzadigd vet, maar ik heb sterk de indruk dat onverzadigd vet de overhand heeft. Maar mijn ultieme kwestie inzake vet blijft toch welk vet er nu eigenlijk altijd bedoeld is geweest in het onvolprezen lied dat we als dorpskinderen zongen als we één keer per jaar een busreisje maakten naar de speeltuin in Elsendorp, inmiddels een nudistencamping, hemelsbreed zo'n 25 kilometer van het eigen dorp af: 'Ik heb een potje met vet al op de tafel gezet.' Nooit, maar dan ook nooit heb ik me indertijd afgevraagd om wat voor vet het in het betreffende potje zou kunnen gaan. Maar nu, zoveel jaar later, zou ik het wel graag willen weten. Het werd in het lied ook altijd zo nadrukkelijk herhaald: 'Ik heb een potje, potje, potje, potje vèhèhet al op de tafel gezet.'

Vette pret was dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden