ReportageTaalbazenproject

‘Taalbazen’ leren tieners de liefde voor taal ontdekken: ‘Ik ben Charlie en ik heb een pony’

Manu van Kersbergen geeft vanuit huis zijn onlineworkshop als Taalbaas. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Tachtig Taalbazen proberen tieners deze zomer de liefde voor de taal bij te brengen – hun geletterdheid baart zorgen. Manu van Kersbergen, spokenwordartiest, wilde graag meedoen.

Spokenwordartiest Manu van Kersbergen is nog maar net begonnen als ‘Taalbaas’ of een prangende kwestie dient zich al aan op zijn laptopscherm. ‘Jij bent de nicht die ik het vaakst zie’, begint Margriet (15) een lofzang op haar nichtje Charlie (13). Ze hebben zich vandaag met nog twee andere kinderen opgegeven voor de gratis workshop van Van Kersbergen.

Het antwoord valt lichtelijk tegen. ‘Jij niet die van mij. We gaan vaker naar de familie van mijn moeder’, reageert Charlie.

Margriet, die in hetzelfde huis een verdieping hoger blijkt te zitten, herpakt zich vlot: ‘Jij eigenlijk voor mij ook niet.’

Van Kersbergen – gladgeschoren kop boven een effen wit shirt – kan zijn lach moeilijk inhouden. Als een van de tachtig Taalbazen is hij ingehuurd om zijn liefde voor taal onder de aandacht te brengen. Vier tieners (ze mogen tussen de 12 en 18 jaar zijn) klokken vandaag in voor zijn digitale sessie, wellicht overgehaald door de promotietekst: ‘Overrompel met je gevoel, geef een inkijkje in je ziel en schrijf op wie je allang bent.’

De (on)geletterdheid van de Nederlandse jeugd baart grote zorgen, blijkt uit een recent rapport van de Onderwijsinspectie. Een kwart van de 15-jarigen loopt het risico om later een bijsluiter of bericht van de overheid niet te begrijpen, luidde een van de conclusies.

Twee maanden geleden riepen 250 hoogleraren, universitair docenten, schrijvers, theatermakers en leesbevorderingsorganisaties daarom op tot een groot ‘coronaleesoffensief’ in de zomer. Zodat het creatieve talent dat vanwege corona het podium niet meer op kan, scholieren kan aansporen (meer) te lezen en met taal aan de gang te gaan. De Universiteit Utrecht, De Schrijverscentrale en de Leescoalitie tilden het Taalbazenproject, met steun van het ministerie van Onderwijs, van de grond.

Van Kersbergen zou deze zomer voor het eerst op Oerol staan. Maar voor het geven van deze workshop was hij, ook door een situatie van nabij, meteen gemotiveerd. Een vriendinnetje van zijn 9-jarige dochter is dyslectisch, vertelt hij. ‘Ze kan prima leren, maar taal en rekenen zijn op school heel bepalend. Als je daarbij niet kunt aanhaken, loop je een dreun op qua achterstand.’

Hiphop

Spelen met taal deed hij als kind al. Hij schreef zijn eerste teksten, geïnspireerd door de hiphop uit de VS: OutKast, Wu-Tang Clan, The Pharcyde, Nas. ‘Ik snapte in het begin totaal niet waar die gasten over rapten. Het was vooral een energieding, die snoeiharde beats vond ik geweldig.’ Al jong rapte hij maatschappijkritisch: over opgroeien in de consumptiemaatschappij, bijvoorbeeld.

Mobb Deep en The Pharcyde, die kennen Margriet en Charlie waarschijnlijk niet. Maar in Nederland luistert de jeugd meer hiphop dan ooit tevoren, stelt Van Kersbergen tevreden vast. Nee, in het ABN wordt er zeker niet altijd gerapt, beaamt hij. ‘Hiphop buigt de taalregels aan alle kanten en heeft er ook nog eens lak aan. Maar het kan nooit negatief zijn als kinderen er interesse in hebben, zo komen ze toch in aanraking met taal. Scholen zetten hiphop ook met dat doel in.’

De uit Syrië gevluchte Mohamed (16) schrijft zijn teksten in het Arabisch en Nederlands. Annefleur (13) maakt gedichten, vertelt ze tijdens de workshop. ‘Ik vind het positief dat er zoiets buiten school is’, zegt ze over het Taalbazenproject dat eind deze maand tot 340 sessies moet hebben geleid.

Van Kersbergen: ‘Waarom zou je op de warmste dag van het jaar met een kale man met een baard in een chatsessie willen hangen?’Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Van Kersbergen wil dat de vier tieners zichzelf voorstellen aan de hand van rijmwoorden. Subtiel demonstreert hij waarom hij zich Taalbaas mag noemen: hij laat baardgroei, tien tattoos en ‘geen taboe’ moeiteloos op elkaar rijmen. Mo blijkt meer van het korte werk (‘Ik ben Mo, geen flow, geen do, gewoon Mo’), Charlie maakt zich onsterfelijk met de autobiografische oneliner: ‘Ik ben Charlie en ik heb een pony.’

Zo makkelijk krijgen de vier het dit uur niet meer. Van Kersbergen wil ze aan het denken zetten, dus richt hij zich tot de waaromvraag. ‘Achter elk waarom gaat een verhaal schuil. Waarom zou je op de warmste dag van het jaar met een kale man met een baard in een chatsessie willen hangen?’

Associëren

Prikkelen en uitdagen, dat is wat hij met zijn sessie beoogt. ‘Ik heb van tevoren tegen de Taalbazen gezegd: het gaat niet makkelijk worden.’ Dus wordt op de vier schermen alles in het werk gesteld om favoriete kleur, stuk fruit, getal en familielid aan elkaar te koppelen. ‘Mijn gedachten zijn zwart’, zegt Mo over zijn oma die hij al zeven jaar niet meer heeft gezien. Even is het stil in de hang-out.

Guys, zegt Van Kersbergen even later. Tijd om te associëren. ‘Schrijf zo veel mogelijk woorden op die jij associeert met het woord dat je net in gedachten had.’ Tijdens een workshop op school kwam een meisje ooit tot 73 woorden, ‘maar geen peer pressure verder.’ De oogst bevalt hem: Annefleur verrast met ‘de zon als bron voor het schrijven en het leven’.

Margriet: ‘Ik schrijf vaak dingen op om te snappen hoe ik me voel.’ Zo geeft het uurtje zoomen ook een inkijkje in de zielenroerselen van de jonge deelnemers. ‘Ik denk dat ze er alle vier wel iets uit kunnen halen’, concludeert Van Kersbergen, nadat hij ze heeft uitgezwaaid. ‘Tenminste, ik hoop het.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden