Taal vervangen, verslaan, met dans

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: dansers zoeken het moment dat taal verdwijnt, en heerlijk slechte televisie.

Werk van Alexandra Bachzetsis. Beeld Alexandra Bachzetsis

Amsterdam, 29 januari

Het geheugen doet wat het wil. Ik was er niet op bedacht, vorige week in het Stedelijk Museum Amsterdam, maar daar stond ze ineens in mijn rug te porren: mevrouw D., balletjuffrouw uit een zeker verleden. 'Schouderbladen', siste ze. Zonder om te kijken materialiseerde alles weer: haar lichte ogen, die strakke wrong, Moessorgski op de rammelpiano. En vooral die bevelen: eerste positie, plié, relevé, pas-de-bourré. Een goede houding, ja, dat leverde het op. Kaarsrecht en met uitgedraaide voeten laat ik nu dagelijks mijn hond uit.

De geestverschijning werd opgewekt door de performance From A to B via C van choreografe Alexandra Bachzetsis in het Teijin-auditorium van het museum. Halverwege de voorstelling, die begon met wartaal ratelende dansers die hun tekstvelletjes op de grond smeten, via een camera tot ons spraken en elkaar herhaalden - kortom de hele post-post-post-conceptuele shabang waar ik warm noch koud van word - draaide alles om. Terwijl een klein stukje klassieke dans geoefend werd, hoorden we de termen die daarbij horen: de taal van dans (zie boven). Vergeet expressie, virtuositeit, vloeiende uiting van het lichaam. Dans is het product van eindeloos tellen, tellen, tellen, herhalen-herhalen en mechanische instructies die als stokslagen neerdalen - en soms haperen. Nog een keer, en nog een keer en we beginnen opnieuw.

Er gaapt een enorme kloof tussen het woord en het bewegende lichaam en toch zijn ze aan elkaar geklonken - daar ging het de choreografe Bachzetsis (een naam om op het lijf te tatoeëren, maar dit terzijde) om. In haar voorstelling proberen de performers de taal te vervangen, te verslaan. Een moment te vangen waar taal verdwijnt. Dat punt werd bereikt toen ze even later als een kluwen en in vertraging over de vloer rolden, alsof de zaal het dek van de zinkende Titanic geworden was.

Volgt u het nog? Dansbeschrijvingen zijn net als andermans droombeschrijvingen, ik weet het, pardon. Ik schakel door naar het einde, waar gezongen werd. Het laatste woord was voor Enjoy the Silence van Depeche Mode (Words are very / unnecessary) gezongen én gedoventolkt door de knapste danser. Sprakeloos gaven wij ons aan hem over en nóg een geest uit het verleden kwam voorbij, de nog zeer springlevende Wim T. Schippers, die ik, gevraagd naar de betekenis van zijn kunst, deze week op de radio hoorde zeggen: 'Aan een boom vraag je toch ook niet wat hij betekent.'

Haarlem, 1 februari

Life does not imitate art, it imitates bad television. Had ik de ziekelijke gewoonte om online met 'quotes van de dag' te strooien, ik zette deze Woody Allen in. Omdat-ie wáár is, zo verschrikkelijk waar. Het was wat ik dacht toen ik vorige week stupéfait staarde naar het filmpje waarin een keurige jongeman op de burelen van de NOS met een wapen om zendtijd vroeg en uiteindelijk door vijf oer-Hollandse agenten ('Politie! Laat het wapen vallen!') werd overmeesterd. Slechte televisie. Absurdistisch amateurtheater.

Het filmpje had niet misstaan op de tentoonstelling Soap! in Nieuwe Vide in Haarlem. Voor de hier getoonde kunstwerken (films en video's) deden de makers een gulle graai in de trukendoos van dagelijkse buisplak als Goede Tijden, Slechte Tijden en As The World Turns (na 13.858 afleveringen voorgoed uitgebubbeld).

Gekmakende herhalingen, over-geacteerde emoties, ongeloofwaardige plotlijnen, partnerruil (maar wel de godganse tijd dat opgeheven vingertje). En last but not least het constante geflirt tussen fictie en werkelijkheid. Soap is ingedikt leven: herkenbaar alledaagse televisie, maar door alle melodrama gelukkig ook een ver-van-mijn-bedshow.

Een dankbare grabbelton voor kunstenaars, zo bleek in Nieuwe Vide. De Koreaanse Goeun Bae liet in haar installatie alleen de vrouwelijke personages uit Zuid-Koreaanse soaps aan het woord. Ik stond er een tijdje huiverend naar te kijken. In Korea kijken miljoenen vrouwen dagelijks naar andere vrouwen die niets doen dan zichzelf opofferen en wegcijferen ten gunste van hun gezin. De soap als staatspropaganda - Bae toonde het luchtig en effectief aan. Brrr.

Soap! Beeld Foto: Arnound Holleman

Het langst bleef ik hangen bij het werk van Arnoud Holleman. Ik zeg u: Arnoud Holleman is de Hollandse soapmaster van de jaren negentig. Met sardonisch genoegen liet hij destijds fantasie en werkelijkheid door elkaar heen lopen. Met Lernert Engelberts maakte hij de knotsgekke Bollywoodshow Driving Ms Palmen, over schrijfster Connie Palmen die zich al konkelefoezend door Bombay beweegt. Slechte televisie tot en met, maar ook écht. Zo verschrikkelijk echt.

In Co*Star werkte Holleman samen met theatergezelschap mugmetdegoudentand. Dat resulteerde in de geboorte van de fictieve kunstenares Eva Harms (een actrice met te veel lippenstift) en van 'zanger' Max, vertolkt door de zalige Marcel Musters. Vol ongeloof staarde ik naar de videoclip van zijn hit Ik heb zo'n zin in jou, waarin de kunstbobo's van weleer voorbij komen. Rick van der Ploeg, Hanneke Groenteman, Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin - zo jong, zo ongedwongen, zo onwennig voor de camera. Een fictief Nederland waarvan ik wilde dat het echt was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden