'Taal spreken geeft vertrouwen'

Reportage..

ENSCHEDE De wijk Boswinkel in Enschede zal in 2012 worden gesloopt. Daarmee hebben de gemeente en de woningcorporatie een excuus een blik achter de voordeur te kunnen werpen van wat in onderzoeken ‘de armste wijk van Nederland’ wordt genoemd. Behalve woonwensen wordt ook gepeild of er nog iets anders nodig is. Zoals hulp of werk en hoe staat het met de Nederlandse taal?

Is er een duidelijke ‘taalbehoefte’, dan hoort Marja Penterman van afdeling Taal & Inburgering dat in het wekelijkse overleg dat ze heeft in het kantoortje van corporatie De Woonplaats in een van de portiekflats. Ze neemt dan contact op met deze bewoners. ‘Soms is een inburgeringscursus een te grote stap en kijk ik eerst hoe ik mensen het huis uit krijg.’

Penterman heeft kennis van de ‘sociale kaart’ van Enschede en weet precies hoe ze iets voor iemand moet regelen. Bijvoorbeeld kinderopvang. Ze is van de korte klap. ‘Als ik iets snel voor iemand kan doen, doe ik dat meteen.’ Ze krijgt van Tonnie van Brummen, teamleider Taal & Inburgering, de vrije hand. ‘Kijk maar hoe ver je komt’, is voorlopig haar opdracht.

Enschede heeft de gemakkelijkst te bereiken inburgeraars allemaal op les. De namen van degenen met een verblijfsvergunning werden aangeleverd door het ministerie van Integratie (het Bestand Potentieel Inburgeringsplichtigen). Zij kregen een oproep.

Dit jaar moeten 50 duizend personen worden ingeburgerd en in 2010 60 duizend. Dat het dertien steden lukt alle mensen met een verblijfsvergunning op tijd te bereiken en 39 niet, lijkt een kwestie van wil, organisatie en logistiek, blijkt uit een film die het ministerie van Integratie maakte van een aantal voorbeeldsteden.

Enschede geeft prioriteit aan inburgering, heeft de organisatie strak op orde en organiseerde een zeer diverse en creatieve werving. Aan het eind van 2010 hebben 3.500 cursisten hun diploma en staat niets hun in de weg om Nederlander te worden.

Maar dan die volgende groep: de vrouwen die thuiszitten, de mannen die alleen naar de moskee gaan. Zij hebben ogenschijnlijk niets gemeen met de samenleving waarin ze wonen. In Enschede gaat het om 8- tot 10 duizend allochtonen met een Nederlands paspoort die de taal niet spreken. Deze groep bereiken is voor alle steden de allergrootste opgave.

Penterman pleit voor een langdurige bemoeienis. ‘Het moet niet zo zijn dat we ze eens in de tien jaar bezoeken en dan weer aan hun lot overlaten.’ Ze schildert de situatie die ze tegenkomt in de wijk Boswinkel. ‘De voormalige gastarbeiders in de textiel hebben allemaal weleens in een buurthuis op een taalcursus gezeten alvorens die werd wegbezuinigd.’ Hun gebrekkige taalverwerving is vooral het product van een slordig overheidsbeleid, blijkt uit haar relaas.

Dat is de reden dat de Enschedese wethouder Ed Wallinga het liefst de hele inburgering zou willen omgooien. In plaats van een inburgeringsexamen zou hij een integratiemeetlat willen invoeren, waarmee op gezette tijden wordt gemeten in hoeverre de allochtone Twentenaar meedoet. ‘Als de inburgeraar na zijn examen weer terugvalt in zijn eigen taal en cultuur, is hij wat hij geleerd heeft na twee jaar weer kwijt. We moeten hem stimuleren in contact te komen met Nederlanders: in zijn wijk, op zijn werk en op clubs en verenigingen.’

Enschede ontwikkelde voor hen een hoopgevende, maar langzame methode, het Power-centrum. Nog dit jaar verrijzen er vier activeringscentra in de stad. Het eerste staat in de wijk Stroinklanden.

Twaalf bewoners met een bijstandsuitkering, zowel allochtoon als autochtoon, zijn opgeleid tot powercoaches. Op basis van de filosofie van empowerment (ik ontwikkel mezelf en leer het anderen) en in ruil voor een tijdelijke baan moeten zij hun wijk activeren.

Ze vroegen huis-aan-huis wat hun medebewoners met elkaar zouden willen doen. Dat bleek wandelen, computeren en sporten te zijn, maar de grootste behoefte lag bij het Nederlands leren.

Met de aanmeldingen konden direct twee ochtenden worden gevuld. ‘Het is geen les, het zijn praatgroepen’, aldus begeleidster Mirjam Kappert. ‘Wijkbewoners willen gezellig met elkaar praten en soms wat woordjes schrijven.’

Voor twaalf van hen is werken in het centrum de allerbeste taalcursus. Feride Demirel, een Syrisch-orthodoxe vrouw, heeft ooit een certificaat gehaald, maar daarna de taal niet onderhouden, vertelt ze. Nu spreekt ze de hele dag Nederlands.

Om het centrum te runnen moet voortdurend worden gepraat. De coaches dienen immers alles samen te organiseren: de administratie, de werving en de begeleiding. ‘Het gaat hier over taal, taal en nog eens taal’, zegt Kappert.

Enschede slaat met de powercentra veel vliegen in één klap, aldus wethouder Myra Koomen (Werk & Inkomen). De taal wordt geleerd, de wijk wordt actief en de coaches krijgen meer zelfvertrouwen. Dit blijkt niet zonder gevolgen. Kima Ibrahim heeft inmiddels een sollicitatie lopen als administratief medewerker. En Iljad Iljad heeft zich na een paar maanden logopedie, waarin hij leerde zich beter verstaanbaar te maken, opgegeven voor een opleiding.

Na dit jaar staan er nieuwe opleiders klaar en gaat de eerste groep verder. De sneeuwbal moet binnen afzienbare tijd naar alle hoeken van de stad zijn gerold.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.