't Gooi krijgt kunsthuisjes terug

Het gros van de historische ateliers in het vroegere schildersdorp Blaricum heeft plaatsgemaakt voor luxueuze villa's. De Dooyewaard Stichting kocht een perceel met drie originele schildershutten. Na de zomer komt hier een nieuwe, gerestaureerde kunstenaarskolonie.

BLARICUM - De Schapendrift in Blaricum is een chique laan. Hier en daar staan protserige landhuizen, het ene nog groter dan het andere. De drie eenvoudige houten huisjes op nummer 73, een kaal en modderig perceel, steken daar wat armoedig bij af. 'Wat je hier ziet, zijn originele ateliers van bijna honderd jaar oud. Zie je dat die erker helemaal verzakt is?', zegt Lucy Kingma, secretaris van De Dooyewaard Stichting, terwijl ze naar Huisje De Vries wijst. 'Net een Anton Pieckhuisje.'

De ateliers zijn een van de laatste overblijfselen van de schildersdorpen die Blaricum en het naastgelegen Laren begin vorige eeuw waren. De Dooyewaard Stichting, genoemd naar de Blaricumse schilder Willem Dooyewaard (1892-1980), wil dit 'culturele en historische erfgoed' behouden en het in gebruik geven aan een nieuwe generatie beeldend kunstenaars. Kingma: 'De ateliers hadden geen monumentenstatus. Als wij dit perceel niet hadden gekocht, was de bulldozer eroverheen gegaan.'

Na de zomer komt er een nieuwe kunstenaarskolonie op de Schapendrift, waar drie wisselende kunstenaars zich een jaar kunnen ontwikkelen. De stichting wil de aaneengeschakelde hutten (Huisje De Vries en La Petite Espinette) loskoppelen, de gebouwen verplaatsen en op een nog te graven kelder zetten. Die dient als fundering en versteviging en vergroot de woon- en werkruimte zonder iets aan het buitenaanzicht van de huisjes te veranderen. 'Daarvoor huren we een gespecialiseerd bedrijf in. De huisjes worden aan de onderkant verstevigd en vervolgens met een hijskraan opgetild.' Kingma lacht. 'Dat wordt spectaculair!'

De stichting wil het originele karakter van de hutten zo veel mogelijk behouden. 'Het plafond in Lohmans vroegere atelier is verlaagd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten daar onderduikers', wijst Maarten Rutgers, penningmeester van de stichting. 'Dat breken we nu weer open.' Aan de originele Bruynzeelkeuken in La Petite Espinette wordt juist nauwelijks iets gedaan. 'Geweldig toch? We laten hoogstens wat apparatuur vervangen.'

Piet Mondriaan gebruikte Huisje De Vries als atelier in de zomer van 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hier ontwikkelde hij zijn abstract-geometrische stijl en richtte hij, samen met onder anderen kunstenaars Theo van Doesburg en Bart van der Leck, het tijdschrift De Stijl op. Toen stond de hut nog aan de Noolseweg, die tussen Blaricum en Laren loopt. Ongeveer een kilometer bij de Schapendrift vandaan. Van der Leck woonde op loopafstand.

Kunstschilder Theo Lohman (1880-1963) kocht Huisje de Vries in 1927. 'Hij liet atelier op rollers naar de Schapendrift brengen', zegt Kingma. 'De hut is van hout, de schoorsteen enkelsteens. Het woog nauwelijks iets.' In 1922 en 1924 liet Lohman nog twee ateliers naar zijn land verplaatsen, respectievelijk La Petite Espinette en een houten atelier met een raam tot het plafond (het vroegere atelier van de Larense schilder Ferdinand Hart Nibbrig). Lohman verbond twee van de huisjes met een gang en maakte er een woning van. De losstaande hut met het hoge raam werd zijn atelier.

De Dooyewaard Stichting kocht het land in 2008 van Lohmans dochter, Vera. Daarvoor gebruikte het bestuur een deel van het kapitaal dat na de dood van Jacoba Dooyewaard, de weduwe van Willem, aan de stichting werd geschonken. De financiering om het project uit te voeren, is deels rond. Het bestuur is nog op zoek naar een bedrag van ongeveer 2,2 miljoen euro. 'Met dat geld wordt het grondkapitaal van de stichting versterkt en lossen we de renteloze lening af waarmee de exploitatie van de atelierhutten in de toekomst wordt gefinancierd', legt Rutgers uit. 'Als we dat geld niet bij elkaar krijgen, moeten we een deel van het perceel verkopen', voegt Kingma toe. 'Maar dat doen we liever niet. Wie weet wat we in de toekomst nog tegenkomen?'

Niet alleen kunstenaars voelden zich aan het begin van de vorige eeuw aangetrokken tot Laren en Blaricum. Ook mensen die zich van de industrialisatie en oprukkende verstedelijking wilden afkeren, trokken zich hier terug. Dichters, schrijvers, wetenschappers en wereldverbeteraars die op zoek waren naar andere samenlevingsvormen en zich in het Gooi in kolonies verenigden.

In 1899 stichtte professor Jacob van Rees een gemeenschap waarin 25 mensen in hutjes rondom een groot gemeenschappelijk koloniehuis woonden. Zijn 'ideale maatschappij' hield niet lang stand, maar het wonen en werken in hutten werd grootschalig overgenomen - vanaf het eind van de 19de eeuw tot de jaren dertig van de 20ste eeuw zijn er tientallen gebouwd.

Twee architecten specialiseerden zich in de huttenbouw. Architect Ru Mauve bouwde simpele, blokhutachtige huisjes van donker geteerd hout; collega Theo Rueter maakte landhuisjes met rieten daken. Er ontstond een levendige handel in al gebouwde hutten. Omdat het fundament nooit diep was, waren ze makkelijk op te tillen en kon de nieuwe eigenaar zijn aankoop zó op de boerenkar meenemen.

Op de boerenkar

Het vroegere atelier van schilder Theo Lohman. Foto Sander Heezen

Meer ateliers

De Dooyewaard Stichting heeft nog twee andere ateliers in haar bezit; het Stipendiumatelier en Atelier De Gors. Het Stipendiumatelier biedt jaarlijks plaats aan een geslaagde eindexamenkandidaat van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. De HKU en de Dooyewaard Stichting werken sinds 2007 samen. Elke vijf jaar biedt de stichting woon- en werkatelier De Gors aan 'aan een kunstenaar die zijn bestaansrecht al heeft verdiend'. Momenteel woont beeldend kunstenaar Eline de Jonge er. Het atelier komt volgend jaar weer vrij.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden