Syrische vluchtelingen verliezen bij terugkeer mogelijk aanspraak op huis en grond

De terugkeer van Syrische vluchtelingen naar huis, een wens van regeringen in Europa en het Midden-Oosten, lijkt verder weg dan ooit door een nieuwe onteigeningswet in Syrië. Als gevolg van de wet dreigen vluchtelingen aanspraak te verliezen op hun achtergelaten woning en grond.

Syrische kinderen uit de stad Ghouta die zijn verdreven uit hun huis. Beeld AFP

De regering van buurland Libanon, waar één op de vijf inwoners een Syrische vluchteling is, heeft deze week officieel geklaagd over de onteigeningswet bij de Syrische regering en de Verenigde Naties (VN). De Libanese premier Saad Hariri stelde onlangs dat de nieuwe wet ‘tegen duizenden Syrische families zegt dat zij in Libanon moeten blijven.’

Aanleiding voor de ophef is ‘decreet nummer 10’, een ogenschijnlijk onschuldige wet die de herbouw regelt van huizen die door de oorlog zijn verwoest. Het eigenwoningbezit in Syrië voor de oorlog was hoog: naar schatting meer dan de helft van alle Syrische vluchtelingen heeft een koopwoning achtergelaten. Zodra een pand voor herbouw wordt aangemerkt, moeten de eigenaren zich binnen 30 dagen bij de lokale autoriteiten in Syrië melden. Doen ze dat niet, dan verliezen ze hun eigendomsrecht en elke aanspraak op compensatie.

Hiermee werpt de wet ‘obstakels op om terug te keren voor miljoenen verdreven Syriërs,’ stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. De meeste vluchtelingen kunnen immers niet halsoverkop naar Syrië reizen. Zij hebben bovendien geen paspoort of ID-kaart meer, laat staan een eigendomsakte van hun huis. Veel kadasterarchieven in Syrië zijn de afgelopen jaren verwoest door vechtende partijen.

Politieke tegenstanders de dupe

Westerse onderzoekers vrezen dat de wet vooral terugkeer zal belemmeren van politieke tegenstanders van de Syrische president Bashar al Assad. De gebieden die het meest verwoest zijn in de oorlog en nu als eerste in aanmerking lijken te komen voor herbouw, waren jarenlang in handen van politieke opstandelingen: Oost-Ghouta, Oost-Aleppo en een rebellenwijk van Homs, Baba Amr. De Carnegie Group stelt in een recent onderzoek dat vluchtelingen desnoods bereid zijn om ‘een tent op het puin neer te zetten en zelf hun huis te herbouwen’, maar dat ze hun eigendom niet durven te registreren in een overheidskantoor, uit angst dat ze dan worden gearresteerd.

De 25-jarige Musa, kijkt uit over de verwoeste Syrische stad Kobane. Beeld AFP

‘Onteigeningswetgeving zie je vaker na conflicten met veel verwoesting,’ zegt Erwin van Veen, onderzoeker bij Instituut Clingendael. ‘De vraag is hier: hoe gaat deze wet gebruikt worden? Er zijn nog veel mitsen en maren, maar eerdere uitspraken en acties van het regime wijzen erop dat loyaliteit wordt beloond en aanhangers van de politieke oppositie bestraft. Verwoeste gebieden, zoals Oost-Aleppo en Oost-Ghouta, zijn vooral oppositiegebieden waar veel Syriërs uit gevlucht zijn. Hier gaat de wet met name gebruikt worden. Aannemelijk is dat aanhangers van de oppositie er bekaaid vanaf gaan komen.’

Het juristenplatform Syrian Law Journal bestrijdt juist de lezing dat de wet een poging is om politieke vluchtelingen hun onroerend goed af te pakken. Vluchtelingen die niet zelf naar Syrië kunnen reizen, mogen een familielid aanstellen om de registratie in orde te maken. Wanneer hun eigendomsakte in het kadaster terug te vinden is, hoeven ze zelfs helemaal niets te doen: in dat geval betaalt de regering automatisch compensatie.

Dure nieuwbouwprojecten

Maar eerdere ervaringen met herbouw in Syrië doen het ergste vermoeden. Decreet 10 is een opvolger van decreet 66, dat de afgelopen jaren op kleine schaal alvast de herbouw regelde van arme, verwoeste wijken rondom Damascus en Homs. Deze wijken maken plaats voor dure nieuwbouwprojecten met winkelcentra en parkeergarages. De opbrengsten vloeien naar aandeelhouders die goede contacten hebben met de regering-Assad.

De herbouw van Syrië gaat naar schatting zeker 350 miljard dollar kosten. De Europese Unie weigert daaraan iets bij te dragen zolang president Assad niet zijn biezen pakt, een opstelling die het Assad-regime in het verleden heeft aangeduid als ‘chantage’. De Syrische staat is bijna bankroet en hoopt met grootschalige nieuwbouw particuliere investeerders te trekken.

Syrische schoolkinderen lopen langs de verwoeste stad Daraa. Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.