Syrische vluchtelingen ontwikkelen microkosmos in leegstaande squats in Atheense wijk Exarchia

In Athene bieden anarchisten vluchtelingen onderdak. Buiten alle hulporganisaties om, want 'dat is de macht'. En, is de overtuiging, de vluchtelingen moeten zichzelf redden.

'Vergeet de Griekse staat of de ngo's. Het moet van onderop komen. Van mens tot mens.' Beeld getty

Hotel City Plaza is niet meer wat het ooit was. De protserige fontein doet tegenwoordig dienst als parkeerplaats voor kinderwagentjes. In de lobby hangen overal tabellen en schema's aan de muur. Maandag 9 uur: Engelse les voor Farsisprekenden. Om 12 uur: cursus zelfverdediging voor vrouwen. De receptie fungeert als vraagbaak voor vluchtelingen en bezoekers - de vrijwilligers achter de balie zijn geduldig en spreken alle mogelijke talen. Ze verkopen T-shirts en notitieblokjes.

Het Atheense hotel ging in 2009 failliet, en werd in april 2016 gekraakt. Het is een van het dozijn squats in en om de wijk Exarchia, van oudsher de thuisbasis van de Atheense anarchisten, waar grote groepen vluchtelingen een onderkomen hebben gevonden.

De aanpak van City Plaza is even simpel als doeltreffend: laat de vluchtelingen zelf hun boontjes doppen. Koken, inkopen doen, schoonmaken. In het gebouw is een hele microkosmos ontstaan, compleet met kapper en bakkerij. De hotelbar is gewoon open - Iraanse en Koerdische jochies rennen er rond, vrijwilligers drinken er koffie uit de kopjes waarop nog altijd trots het logo van het hotel prijkt. Posters kondigen een groot feest aan ter ere van het eenjarig bestaan van wat een groep Duitse sympathisanten 'the best hotel in the world' noemt.

Barman Ali is een van de vierhonderd vluchtelingen die er momenteel verblijven. Hij vertelt het met me een blije glimlach: 'Hier in City Plaza heb ik mijn leven weer terug. Ik organiseer de bardiensten. Ik heb weer regelmaat.'

Ali, een twintiger uit de buurt van de Iraakse stad Mosul, hield het niet langer uit in een van de hotspots, de officiële Griekse vluchtelingenkampen. Hij is lang niet de enige - de gruwelverhalen uit de hotspots zijn legio.

Waardigheid

'Het ergste daar was de schaamte. Ik woonde op een parkeerplaats, want binnen in het kamp was geen plaats meer. En ik schaamde me, elke keer als ik een Grieks gezin uit hun auto zag stappen, met hun ogen de andere kant op gericht.' En met een gezicht dat plotseling op ernstig staat: 'Nu kan ik mezelf weer in de ogen kijken. Daar gaat het om. Waardigheid.'

'En nog iets', voegt coördinator en activist Nasim toe, die het gesprek met Ali zo'n beetje heeft zitten volgen: 'Alles hier gebeurt zonder officiële hulporganisaties, de ngo's. We voeden en verzorgen de mensen van 1 euro per persoon per dag. Daar heeft elke hulporganisatie zeker 6 euro voor nodig. Je kunt je afvragen wat er met dat verschil van 5 euro gebeurt.'

Exarchia, van oudsher de thuisbasis van Atheense anarchisten, staat bekend om zijn vele squats Beeld getty

Prostitutie

De eigenaar van het City Plaza, Aliki Papachela, was een tijdje de risée van de Griekse pers. Toen de bezetting van het hotel op Facebook werd aangekondigd, klikte ze op 'like'. Ze had niet in de gaten dat het om haar eigendom ging.

'Ik had je eigenlijk ergens binnen willen ontmoeten', begint ze, 'maar nu is er dat rookverbod. Toch zou ik hier niet zo open en bloot moeten zitten. Want ik ben bedreigd door de activisten. Ze schrijven open brieven aan me, waarin ze het over mijn familie hebben. En dan eindigen ze met: 'We zijn vlak bij je.' Hoe moet ik dat uitleggen?'

Met betraande ogen: 'Het hotel is alles wat ik heb. Ik hoopte het voor 10 miljoen euro te verkopen. Dat kan ik nu wel vergeten. En ik hoor verhalen over drugs en prostitutie. In het hotel, ja.' Ze heft haar handen ten hemel en steekt nog een sigaret op.

Beeld Ruard Wallis de Vries

Coördinator Nasim blijft onbewogen: 'Loop nog maar eens door het hotel, dan weet je dat het leugens zijn. We houden streng toezicht hier. We proberen de mensen hier voor te bereiden op het moment dat ze weer de wereld in moeten.'

Na mijn bezoek aan het City Plaza zit ik met een paar vragen: hoe vergaat het de vluchtelingen in de andere Atheense squats? Hebben ze het allemaal zo goed naar hun zin als Ali, of is de werkelijkheid weerbarstiger? Tijd voor een rondgang door Exarchia.

Op het Exarchiaplein verschijnen een jongen en een meisje die veel te warm gekleed zijn voor deze juni-avond. Zwarte regenjassen met capuchons. Jeans, stevige zwarte laarzen. De jongen heeft een stapel pamfletten in zijn hand, het meisje doet een stap naar voren en zegt tegen de Grieken op het terras: 'Waarom zitten jullie hier? Weten jullie dan niet dat er een algemene staking is uitgeroepen? Door jullie moet de serveerster wel gewoon werken vandaag. Ze zou jullie eigenlijk moeten zeggen to go fuck yourselves.'

'Kom mee', zegt de jongen. 'Fascistakia zijn het!'

Exarchiaplein Beeld Ruard Wallis de Vries

Ze zijn nog niet vertrokken of een man begint met woeste gebaren de oorlog te verklaren aan een half dozijn duiven. Telkens als hij ze dreigt te raken, fladderen ze op, net genoeg om de man nog woester te maken. Hij is graatmager en zal een jaar of 60 zijn - leeftijd is bij junkies altijd moeilijk te schatten. Een groepje lange, slanke Afrikanen - Ethiopiërs? Somaliërs? - zit hem recht in zijn gezicht uit te lachen. Ondertussen sorteren ze hun zakjes cannabis voor de verkoop, midden in een kinderspeeltuin die de anarchisten hebben opgericht om Exarchia wat groener en menselijker te maken.

De politie patrouilleert liever niet meer in Exarchia. Vandaag de dag staan er kleine groepjes zwaarbewapende agenten aan de randen van de wijk, waarmee ze - waarschijnlijk onbedoeld - de grenzen aangeven van de vrije anarchistenzone: een raster van niet veel meer dan tien bij tien straten ten oosten van de Polytechnische School en het Nationaal Museum, te herkennen aan de overstelpende hoeveelheid graffiti.

kraakpanden

Griekse anarchisten leggen graag in lange pamfletten en verklaringen uit waar het ze om te doen is. Ze zijn op vele fronten actief - zo heeft een groepje recentelijk een kantoor geopend dat zich richt tegen de Oekraïense regering en hun 'corrupte, neonazistische praktijken'. Yanis Varoufakis, nota bene een ex-inwoner van Exarchia, werd toen hij minister van Financiën was onder veel bedreigingen de wijk uit gebonjourd. 'Kom maar terug als je geen minister meer bent', kreeg hij te horen.

Exarchia lijkt zich te ontworstelen aan de alomtegenwoordige crisis die Athene heeft platgelegd. Het barst er van de kleurrijke winkels en cafés - ketens als Starbucks of McDonald's blijven er wijselijk weg. Auto's rijden er langzaam, de laatste geldautomaat werd al jaren geleden opgeblazen. De terrassen zitten elke avond stampvol met jongeren.

Is dit het succes van de anarchisten? Buurtbewoner Nikos: 'Het zijn de vluchtelingen. Toen de Balkanroute op slot ging, zakten ze af naar Athene. Bivakkeerden hier op straten en op pleinen. Werden in kampen gezet, de hotspots. Eén grote, mensonterende puinhoop daar. En moet je nou eens kijken. Honderden, duizenden vluchtelingen in de wijk, in ik weet niet hoeveel kraakpanden. Daarna kwamen de vrijwilligers. De ngo's. Half Europa zie ik hier voorbijlopen. En jij bent hier waarschijnlijk ook om een graantje mee te pikken?'

De schattingen over het aantal vluchtelingen in de refugee squats lopen uiteen van twee- tot drieduizend. Ze leven onder de radar - officieel weten de Griekse autoriteiten van niets, verantwoordelijk minister Mouzalas is niet te beroerd om dat zonder veel omwegen toe te geven. De vluchtelingen stroomden van twee kanten op Exarchia toe. Eerst, begin 2016, gingen de grenzen met de rest van Europa op slot en werden de beruchte grenskampen ontruimd. Daarop dropen veel vluchtelingen af naar Athene. Daarna kwamen de hotspots, de met EU-geld opgezette kampen. Rond Athene worden die gerund door de Griekse autoriteiten, lees: de politie. Mata, een Griekse sociaal werkster: 'Die politiemannen hebben geen idee hoe ze zo'n kamp moeten runnen. Ze leggen bijvoorbeeld het eten voor de vluchtelingen op de grond neer, waarna ze erop mogen aanvallen. En de definitie van 'urgent medisch' wordt net zolang opgerekt tot een diabetespatiënt in coma raakt, of als bij een zwangere vrouw het water breekt. En af en toe dumpt de politie een overtollig groepje op het Omoniaplein, het liefst in het donker na middernacht.'

Filantropie

Het uitgangspunt van de anarchisten was simpel: de vluchtelingen sliepen op straat en eenderde van Athene stond leeg. Het was niet al te moeilijk een rijtje grote panden te kraken en aan een groep vluchtelingen over te dragen. Daarmee help je de vluchtelingen en, ook niet onbelangrijk, kweek je solidariteit tussen anarchisten en vluchtelingen. Vrijwilligers worden geaccepteerd, maar ngo's als Save the Children worden op afstand gehouden. De anarchisten zien die organisaties als verlengstukken van de staat, van het soort macht waar ze zo tegen zijn. Of zoals op een van de muren in Exarchia is gespoten: 'Ngo's: racisten, smerissen, humanisten. 3 in 1'.

De volgende dag zit ik tegenover een man die Kastro genoemd wordt, een Syrische activist en een bekende figuur in de Atheense anarchistenbeweging, al zwakt hij dat meteen af: 'Vroeger was ik een revolutionair, maar tegenwoordig zit ik op Facebook.' Hij zwaait de scepter over de squat die ooit de 5de openbare school van Athene was. Hij heeft de lerarenkamer tot zijn kantoor omgetoverd, waar vluchtelingen hem doorlopend om raad komen vragen. Met zijn volle baard en zijn autoritaire manier van praten is het duidelijk hoe Kastro aan zijn naam komt: 'Filantropie is een activiteit van de bourgeoisie, om het eigen geweten te sussen. Wat wij hier doen is de mensen verantwoordelijkheid geven, waarmee ze hun zelfrespect terugkrijgen. Vergeet de Griekse staat of de ngo's. Het moet van onderop komen. Van mens tot mens.' Met zijn groene ogen kijkt hij me strak aan: 'Soms is het gewoon te laat. De mensen hebben te veel meegemaakt. Zijn zichzelf kwijtgeraakt. Er komen hier zelfmoordpogingen voor.'

Kastro heeft een 'Syrisch dorp' van de grond getild. In een failliet vakantiepark zijn tientallen Syrische gezinnen gehuisvest. Ze oogsten daar olijven, verbouwen kikkererwten en maken kaas. 'Uit Nederland kregen we zelfs een koe gedoneerd.' Maar ik mag niet mee om een kijkje te nemen; alles wat ik over de locatie te horen krijg is dat het even buiten Athene is.

In de squat van Kastro kwam het vorig jaar tot heftige discussies, omdat de vluchtelingen meer contact met de ngo's willen hebben - met name om betere medische zorg te krijgen. Kastro en zijn anarchisten weigerden. Uiteindelijk werd er een compromis gevonden: de ngo's mochten alleen de school in om de vluchtelingen te registreren voor het relocatieprogramma van de EU.

Apparaten

Kastro zelf wil niets kwijt over de gang van zaken. Maar het conflict staat niet op zichzelf. In een andere bekende squat, in de Notarastraat, broeit iets soortgelijks. Ik loop er binnen bij de wekelijkse 'algemene vergadering', geleid door de anarchisten en toegankelijk voor bewoners en buitenstaanders.

De vergadering wordt gecoördineerd door de anarchist Lambros - kort haar, woeste baard, vuile overall - en verloopt op een onvoorstelbaar inefficiënte manier. Een van de principes van de anarchisten is dat iedereen op elk moment mag zeggen wat hij of zij wil. Daarbij moet alles onmiddellijk worden doorvertaald naar het Grieks, het Engels, het Farsi en het Arabisch. De aanwezigen discussiëren vooral over het weren van ngo's en journalisten. Dat wil zeggen: alleen de Griekse anarchisten en de Europese vrijwilligers doen hun mond open. Het groepje vluchtelingen luistert en knikt. Bijna mechanisch. Het valt van hun gezichten te lezen: hoe komen we zo snel mogelijk weg uit Griekenland?

De vergadering spendeert uren aan de vraag wat te doen met de overtollige medicijnen. 'En die medische spullen in de kelder, die apparaten die een Frans ziekenhuis gedoneerd heeft?', vraagt een vrijwilliger. 'Weet iemand bijvoorbeeld hoe dat beademingsapparaat werkt?'

Uiteindelijk valt het besluit om alles aan een medisch steunpunt op het Exarchiaplein te doneren. En zeker niet aan Artsen zonder Grenzen.

Om de hoek staat nog een failliet hotel dat nu een squat is. In elke tweepersoonskamer bivakkeert een vluchtelingengezin - extra matrassen op de vloer, en elk stopcontact in gebruik voor het opladen van een mobieltje of tablet. In iedere kamer hetzelfde verhaal: Deutschland good. Sweden good. Een oudere Syriër heeft net het nieuws binnengekregen dat er plaats voor hem is in Frankrijk. Dat gaat hij mooi weigeren. Francia no good. Ondertussen klinken er vrolijke stemmen uit de kamer ernaast. Daar zitten drie jonge Irakezen hard hun best te doen op hun eerste Zweedse woordjes.

De naam van dit hotel? Oniro. Droom.

Foute contacten

Op het centrale Omoniaplein zie je ze zitten tussen de caféterrassen: groepjes jonge, soms heel jonge mannen, onder wie veel vluchtelingen. Op klaarlichte dag lopen ze met je mee. 'Wil je iets roken? Of anders een pipa?' Orale seks voor 10 euro. Als je een foto van het plein wil maken, met daarop een of twee van de jongens, komen ze op je af gebeend en roepen ze: 'No photos!'. Andere jongens hebben dan weer hun weg gevonden naar de bars rond het plein, waar je ze op kunt pikken. Bars waar de clientèle voornamelijk bestaat uit oudere Griekse mannen.

Ik praat erover met een andere vluchteling, de Marokkaanse Omar, een intelligente jongen met een open, vriendelijk gezicht. Ik ontmoet hem in een van de squats, waar hij portier, leraar Frans en vertaler is. Een Marokkaan die asiel heeft gekregen - hoe is hem dat gelukt?

Hij lacht: 'Ik heb twee sterke punten: ik ben homo en atheïst.' En hij wijst op zijn lege glas bier.

Omar probeert de jonge jongens weg te houden bij het Omoniaplein. 'Ik zie ze Athene in komen met een lijst vol foute contacten, en in no time staan ze zich te prostitueren op Omonia. Het kost tegenwoordig 3.000 euro om je door een smokkelaar naar Duitsland te laten vervoeren. Vóór de Turkijedeal was dat nog 1.000 euro. Heeft de EU toch nog wat bereikt.'

Tijdens het gesprek kijkt hij om de haverklap op zijn mobieltje. Ene Katerina bestookt hem met appjes. 'Ik hou van mollige vrouwen zoals zij. Ik ben eigenlijk biseksueel, begrijp je? Maar daarmee was het me niet gelukt binnen te komen. Ik had ook het geluk dat ik Frans spreek. De tolk die bij het intakegesprek aanwezig was zei me dat ik hard nodig was. Dus die heeft ook flink geholpen.'

Omar is even stil: 'Wat zien wij hier in Athene? Armoede, werkloosheid en een hoop vuilnis op straat. Geen geld, geen uitkeringen en meer dan genoeg racisme. Ik heb toevallig een baan, maar kom over een paar maanden maar eens terug. Moet je eens zien hoeveel van ons er dan vertrokken zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden