rechtbankverslag Syriëgangers Reda N. en Oussama A.

Syriëganger Reda N.: ‘Ik kon niks slechts zeggen over IS, anders zouden ze denken dat ik een spion was’

Zij, gewapende strijders voor Islamitische Staat? Welnee, dat berust allemaal op een misverstand. In de extra beveiligde rechtbank op Schiphol ontkenden de in Turkije veroordeelde Syriëgangers Reda N. en Oussama A. maandag stellig te hebben gevochten voor de terreurorganisatie.

Syriëgangers Oussama A. en Reda N. met daarnaast hun advocaat Yasar Ozdemir. Beeld ANP

Ze zijn nooit gewapende strijders geweest voor de terreurorganisatie Islamitische Staat. Ja, ze zijn inderdaad in IS-gebied geweest, maar dat was uit humanitaire motieven. Ze wilden medische hulp verlenen aan de mannen, vrouwen en kinderen die werden gebombardeerd en uitgehongerd door de Syrische president Bashar Assad.

Dat ze in Syrië gefotografeerd zijn met wapentuig in de handen, mogelijk zelfs oorlogsmisdaden hebben gepleegd, en daar geestdriftig over vertelden in chatgesprekken met tal van mensen in Nederland? Dat was slechts stoerdoenerij om indruk te maken op de meisjes – ze hebben nooit een kogel afgevuurd op iemand.

Het zijn opvallend gelijkluidende verklaringen die de Syriëgangers Reda N. (24) uit Leiden en Oussama A. (24) uit Utrecht maandagochtend in de beveiligde rechtbank Schiphol geven over hun tijd en activiteiten in het kalifaat van IS.

‘Ik ben in Syrië in de medische sector beland, ik wilde gewoon hulp bieden’, verklaart Reda N. over zijn reden om in 2014 naar Syrië af te reizen. ‘Ik werkte in een ziekenhuis in Raqqa. Ik draaide er vooral avonddiensten. Als patiënten iets nodig hadden, water of zo, dan haalde ik dat voor ze. En soms maakte ik wonden schoon.’

‘Ik heb een cursus gevolgd, daarna mocht ik in ziekenhuizen werken’, vertelt Oussama A. ‘Ik mocht hechtingen bij mensen plaatsen. Ik stond ook reddingswerkers bij die lijken naar het ziekenhuis brachten.’

In Turkije veroordeeld

N. en A. verbleven tussen 2014 en 2016 in IS-gebied. Daarna vluchtten ze naar Turkije, waar ze werden opgepakt en vervolgd voor lidmaatschap van een terroristische organisatie. Vorig jaar mei werden N. en A. hiervoor door de Turkse rechter veroordeeld tot 6 jaar en 3 maanden gevangenisstraf. In afwachting van een hoger beroep werden zij op vrije voeten gesteld en mochten ze onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee terugkeren naar Nederland, waar ze opnieuw werden vastgezet.

De vraag in de rechtbank in Schiphol was: kunnen Syriëgangers twee keer voor hetzelfde delict – lidmaatschap van een terroristische organisatie – veroordeeld worden? Een rechterlijk oordeel hierover is mogelijk ook van belang voor de twintig andere Syriëgangers die op dit moment in Turkije verblijven. Drie van hen worden door de Turkse autoriteiten vervolgd wegens IS-lidmaatschap.

Het Openbaar Ministerie ziet in elk geval nog ruimte om N. en A. ook in Nederland een gevangenisstraf op te leggen. Immers: zolang in Turkije het hoger beroep nog loopt en de straf nog niet onherroepelijk is, kunnen beide Syriëgangers ook hier vervolgd worden voor deelname aan een terroristische organisatie.

Daarnaast zou N. zich ook schuldig hebben gemaakt aan het ronselen van mensen voor de gewapende strijd. A. wordt zelfs het plegen van een oorlogsmisdaad ten laste gelegd. A., die aangesloten zou zijn bij een scherpschuttersbataljon van IS, was in IS-gebied lachend op de foto gegaan naast een gekruisigd persoon.

Volgens justitie verdient A. hiervoor een straf van acht maanden, die boven op een straf van zeven jaar voor het lidmaatschap van een terroristische organisatie moet komen. Ook N. hoorde zeven jaar gevangenisstraf tegen zich eisen voor het lidmaatschap van een terroristische organisatie en voor het ronselen van twee personen.

Haantjesgedrag

‘Ik kon niks slechts zeggen over IS, anders zouden ze denken dat ik een spion was’, luidde N.’s verklaring voor de positieve chatberichten die hij over de terreurgroep verstuurde. ‘Daarom had ik ook legerkleding aan. Je kunt daar niet in spijkerbroeken rondlopen. Je moet wel met de flow meegaan.’

Ook voor de onderschepte chatberichten – ‘Hier trouwen, broer, goede leven, paradijs Inchallah. Ik ga je in mijn team gooien’ – waarin hij Nederlandse vrienden naar het kalifaat lijkt te lokken, had N. een verklaring.

Rechter: ‘Wat bedoel je met in mijn team gooien?’

N: ‘Ik had geen bedoelingen. Ik was gewoon grapjes aan het maken met een jeugdvriend.’

A. voerde soortgelijke teksten aan voor de onderschepte chatberichten – ‘snipen is het leukste wat er is’ – die hij naar Nederland verstuurde.

‘Ik zweer het u, mevrouw de rechter. Het zijn gewoon gesprekken tussen mij en mensen. Het betekent niet dat ik het ook echt gedaan heb. Het is haantjesgedrag, uitsloven. Ik liet vrouwen horen wat ze wilden horen.’

N. wilde nog iets rechtzetten: de interpretatie van de foto waarop hij naast een gekruisigd persoon staat zou niet kloppen. Hij heeft geen glimlach op die foto, maar een ‘grimas.’ Daarnaast zou hij door IS gedwongen zijn om naast de gekruisigde man te staan.

Over beide Syriëgangers uitte de reclassering zorgen over de kans op recidive. Die werd ‘matig tot hoog’ ingeschat.

Extremistische geloofsstandpunten

In de rechtszaal lieten N. en A. zien dat die zorgen niet geheel ongegrond zijn. Zo verklaarde N. dat hij ‘geen gematigde moslim’ is, en bovendien niets met mensen van andere islamitische stromingen – sjiieten en soefies – te maken wenst te hebben. Dat hier de democratie geldt – een ‘oneerlijk iets’ – neemt hij voor lief, al zou hij het liefst in een islamitische staat willen wonen, één zonder oorlog, ‘maar die is er nu niet’.

‘Ik ben een moslim, ik volg de profeet Mohammed, ik begrijp niet waarom ik in gesprek zou moeten met iemand die mij van mijn geloof wil afbrengen’, reageerde A. op de vraag van de rechtbank of hij in het kader van een reclasseringstraject gesprekken zou willen voeren met een theoloog.

A., die volgens psychologisch onderzoek aan een ‘anti-sociale en narcistische persoonlijkheidsstoornis’ lijdt, zou volgens de reclassering in oude jihadistische patronen kunnen vervallen vanwege zijn extremistische geloofsstandpunten en zijn instabiele sociale situatie: hij heeft werk noch inkomen. A. leek er evenmin vertrouwen in te hebben dat hij in de toekomst zijn leven weer makkelijk zal kunnen oppikken. ‘Niemand wil mij hebben. Er is niets geregeld. Wat moet ik als ik vrij ben?’

EERDER VERSCHENEN
In Turkije veroordeelde Syriëgangers Reda N. en Oussama A. terug naar Nederland

Onder terrorismedeskundigen leeft het idee dat jihadisten vaak een ‘normale’ achtergrond hebben. Nieuw politieonderzoek bewijst het tegendeel: veel Syriëgangers kampten voor vertrek al met (geestelijke) problemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden