Syrië ontvlucht vanwege Al Nusra

Syrische vluchtelingen in de Koerdische regio in Noord-Irak genieten meer bewegingsvrijheid dan hun lotgenoten in Libanon en Turkije. Velen hebben zelfs werk. 'Koerden helpen Koerden.'

ARBAT - Waar zijn de mannen? Volgens de data van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR vormen volwassen Koerdische mannen 40 procent van de bevolking van kamp Arbat in het noorden van Irak. Deze middag zijn ze hier nauwelijks te vinden. In de zanderige straten van het geïmproviseerde tentendorp zijn voornamelijk vrouwen en kinderen te zien.


De sfeer is gemoedelijk, ontspannen. Veel vrouwen wandelen met een pak babyluiers naar hun tent, het bekende UNHCR-koepeltje, 8 bij 8 meter wit doek met belettering in humanitair blauw. Unicef deelt in de centrale hal luiers uit. Kinderen krioelen rond de grote tent waarin de basisschool van het kamp is gevestigd; het is pauze. De oorlog in Syrië, die ze zijn ontvlucht, heeft hen van veel beroofd, maar niet van onderwijs.


Maar geen mannen dus. 'We kunnen zelfs geen mannen vinden om voor ons te werken', zegt Elisabeth Roesch van de hulporganisatie IRC (International Rescue Committee). 'Gewoonlijk is dat geen enkel probleem.'


De verklaring: veel mannen hebben werk gevonden buiten het kamp. Sommigen in de naastgelegen stad Arbat, de meesten in Suleimania, de op een half uur rijden gelegen tweede stad van Iraaks Koerdistan. De regering van de autonome Koerdische regio in Irak heeft gastvrij gereageerd op de komst van onderhand ruim 200 duizend Syrische vluchtelingen.


'Broederhulp', zo noemt president Masoud Barzani van de Koerdische regio het. Koerden helpen Koerden. Van de vluchtelingen in Irak zijn immers verreweg de meesten Koerd. Zij zijn afkomstig uit de noordoostelijke punt van Syrië, Koerdisch gebied, of uit de grote steden, en kozen ervoor hun heil te zoeken bij 'eigen volk'.


De vluchtelingen in Irak genieten meer bewegingsvrijheid dan hun lotgenoten in Libanon en Turkije. Ze mogen de kampen vrijelijk in en uit; velen vonden zelfstandig woonruimte in de stad. Allen kregen een verblijfsvergunning en kunnen werk zoeken.


Eerder dit jaar bleef de Iraakse grens gesloten voor de Syrische Koerden, maar half augustus werd de humanitaire druk te groot. De sluizen werden opengezet en een vloedgolf van vele tienduizenden vluchtelingen spoelde Iraaks-Koerdistan binnen.


Ongeveer 50 duizend van hen - een kwart - verblijft in kamp Domiz bij de stad Dohuk, niet ver van het drielandenpunt van Syrië, Turkije en Irak. Daar, in de massaliteit, zijn de beproevingen van het vluchtelingenbestaan het grootst.


Modderpoel

Kleinere kampen, zoals in Arbat en rond de hoofdstad Erbil, zijn makkelijker leefbaar te houden. Toch is ook Arbat bepaald geen paradijs. Het was bedoeld als tijdelijk. Elders bij Arbat bouwt UNHCR een duurzaam kamp. Dat gaat langzamer dan gepland. De ruim drieduizend bewoners moeten nu in krappe tenten zonder betonnen bodem de koude, natte winter in. De ongeplaveide straten worden straks één bruine modderpoel. Virussen maken zich op voor een heerlijk seizoen.


In 'echte' kampen heeft elke tent zijn eigen toiletblok, maar hier staat er één per zes tenten: een wc-hokje en een douche, alles nu al smerig. Vooral voor de vrouwen is dat lastig. Zij zijn 'extreem kwetsbaar', zegt Roesch van het IRC, en dat niet alleen qua hygiëne. 'Naarmate de toestand verslechtert, neemt het huiselijk geweld toe.'


En dat terwijl geweld tegen vrouwen toch al een van de redenen was om Syrië te ontvluchten: de vrees te worden verkracht door strijders van het radicaal-islamitische Al Nusra, een tak van Al Qaida.


'Ze zijn niet in ons dorp geweest, maar we hoorden veel verhalen', zegt de 38-jarige Anud Mohammed, die met haar dochter Berseen van 18 voor haar tent staat. Beiden hebben een baby op de arm, want beiden zijn vorig jaar bevallen. 'Al Nusra zou komen om de meisjes en dochters te verkrachten. Daarom zijn we weggegaan. En omdat we geen water en stroom meer hadden. Het was een nachtmerrie.'


Dat is wat iedereen vertelt, hier in Arbat: Al Nusra kwam. De meeste Koerden zijn niet gevlucht voor het regeringsleger, maar voor de jihadisten. Seksueel geweld heeft niemand die we spreken met eigen ogen gezien, maar 'de verhalen' kent iedereen.


Spaargeld

'We moesten weg vanwege de morele kwesties', zegt de 57-jarige Ali Hussein Hassan op omfloerste wijze. 'Om onze dochters te beschermen.'


Zijn huis in de stad Homs werd vorig jaar vernield door Al Nusra, vertelt hij. Met zijn familie trok hij naar het dorp Suha, aan de Turkse grens in het noordoosten, maar ook daar lieten de Arabische extremisten hem niet met rust. 'Vijf jaar spaargeld, alles kwijt', zegt Hassan. In zijn tent is hij maar een kruidenierswinkel begonnen.


De Koerden in Syrië hebben een merkwaardige positie. Ook zij kwamen in 2011 in opstand tegen het regime van Bashar al-Assad, maar de president besloot na enige tijd dat hij zijn krachten beter kon sparen voor de gevaarlijkste tegenstander, de radicale soennieten. De Koerdische opstandelingen van de PYD en het Syrische leger kwamen stilzwijgend tot een soort vergelijk. Als de Koerden de legerbases niet zouden aanvallen, konden ze min of meer hun eigen gebied hebben.


Sindsdien worden de Koerden door het radicale verzet gezien als verraders. Al Nusra vecht in het noordoosten harder tegen de PYD dan tegen Assads leger. Elders in het land zijn Koerdische burgers doelwit van extremisten.


'Toen de opstand begon, verjoegen de Koerden het leger uit de Koerdische wijken', zegt Mustafa Haji Ahmed (31), onderwijzer van de kampschool. Hij is gevlucht uit Rif, een voorstad van Aleppo. 'Acht maanden geleden kwam Al Nusra en zei: wij nemen de wijk over. Geen sprake van, zeiden de Koerden.'


Sindsdien is het oorlog. Al Nusra liet een fatwa uitgaan, vertelt Ahmed: Koerden doden is halal. 'Volgens Al Nusra zijn wij geen moslims. Ze zeggen dat we Joden zijn en ongelovigen.'


De onderwijzer pareert die beschuldiging per kerende post. 'Het zijn zelf geen moslims', zegt hij, te midden van vrolijk kraaiende kinderen. 'Ze vasten niet en roepen maar wat kreten uit de Koran. Ze plunderen dorpen en gebruiken drugs. Gangsters zijn het.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden